Geloof, hoop, liefde en samenzang op North Sea Jazz
FESTIVALRECENSIE. North Sea Jazz Festival, Ahoy Rotterdam, zondag 13 juli 2025
beeld: Ron Beenen
door: Johan Bakker
Thee Sacred Souls speelden op de slotdag in de Nile.
Op de laatste festivaldag knalde om kwart over drie de opwekkende soulmuziek van Thee Sacred Souls door de speakers in de Nile. De drie Amerikaanse musici, bijgestaan door een rij blazers en een achtergrondkoortje, kregen de zaal vanaf de eerste tonen aan het dansen. Een jaar geleden stonden de leden van deze groep uit de Daptones-stal nog in de Congo. Omdat ze toen de tent afbraken, kregen ze nu een plek op het veel grotere Nile-podium. De mix van soul, gospel en doo-wop deed het goed op deze warme zomerdag. Vocalist Josh Lane dook enthousiast het publiek in. Zijn energieke performance ging op enkele momenten wel ten koste van zijn stemzuiverheid.
![]()
Artist in residence Jacob Collier trad op met Metropole Orkest.
Jacob Collier
Jacob Collier zat na drie optredens zo vol adrenaline dat hij heen en weer bleef rennen tussen vleugel en slagwerk. Deze derde dag werkte the ‘artist in residence’ samen met het Metropole Orkest waarmee hij twee albums maakte. In 2016 debuteerde Collier bescheiden in een van de kleine zalen waar hij omringd door keyboards en computers zichzelf meerstemmig begeleidde. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een ervaren entertainer die grote gevulde zalen omtovert tot gelegenheidskoren.
Met het Metropole Orkest onder leiding van Jules Buckley bracht hij een afwisselende show die na een wat nerveus begin een evenwichtiger karakter kreeg. De veelzijdigheid van Collier bleek onder meer nadat hij zijn moeder het podium op had geroepen. Samen met het orkest voerden ze het ‘Concert voor twee violen in D-klein’ uit van Johann Sebastiaan Bach. Moeder en violist Suzie Collier speelde de eerste partij, Jacob zong de tweede. Na covers van the Police (‘Every Little Thing She Does Is Magic’) en Michael Jackson (‘Human Nature’), ging Collier over tot zijn befaamde community-zangpraktijk, waarbij hij met handgebaren toonhoogtes en volumes aangaf voor het ad-hoc koor in de Maas. ![]()
Tigran Hamasyan was te zien in de Hudson.
Tigran Hamasyan
Even leek het alsof in de Hudson een programma met beschaafde kamermuziek was begonnen. Tigran Hamasyan mag dan een volleerd en ervaren beoefenaar zijn van klassieke muziek, hij was niet van plan zich door welke genre-indeling ook te beperken. Het openingsstuk was amper begonnen of de andere instrumentalisten lieten - tot enthousiasme van het publiek - luid en duidelijk van zich horen. De pianist werkte vanuit de gedachte: ‘nooit uitleggen wat je doet.’ Pas aan het eind van zijn optreden nam hij de moeite zijn medemusici voor te stellen.
Hamasyan gebruikte de microfoon voor het zingen van woordloze Armeense liederen. Momenten van verheven schoonheid en van in gecompliceerde maatsoorten uitgevoerde vuistslagen kwamen probleemloos samen. Halverwege wisselde de pianist van instrument met Yessaï Karapetian die tot dan toe een elektronisch toetsenbord had bespeeld. Centraal op het podium beukten Marc Karapetian en drummer Nate Wooden er op de afgesproken momenten ongenaakbaar op los. Mark Karapetian liet zijn basgitaar scheuren zoals Dan Berglund in de band E.S.T. dat ook ooit deed.![]()
De Londonse saxofonist Nubya Garcia speelde rijke improvisaties.
Mooie schoenen
Nubya Garcia gaf tijdens haar optreden blijk van een relaxte opvatting van musiceren: ‘Als je weg wilt lopen: ga je gang, als je binnenkomt: welkom, als je iets wil zeggen over mijn mooie schoenen: prima, als je wilt luisteren: ook goed.’ De Londense saxofonist en bandleider speelde in de Darling een heerlijke mix van dub, reggae, jazz en R&B. Haar band speelde als een hechte eenheid, zodat Garcia’s diepe saxofoonklanken goed tot hun recht kwamen. Naast haar vaste begeleiders had ze vier strijkers meegenomen die een warm gearrangeerd bad neerlegden voor haar rijke improvisaties. ![]()
Lakecia Benjamin speelde de Madeira moeiteloos vol.
Lakecia Benjamin
Doorgewinterde festivalgangers begonnen rond een uur of tien vermoeidheidsverschijnselen te vertonen. Een enkeling stond al wat wankel op zijn of haar benen. Toen moest de set van de Amerikaanse saxofonist Lakecia Benjamin nog beginnen. Na haar soundcheck zei ze tegen de nog maar halfgevulde Madeira: ‘Waarom zouden we wachten? Laten we gewoon beginnen!’ Een kwartier later, de zaal zat inmiddels vol, werd ze daadwerkelijk aangekondigd met de woorden: ‘Lakecia Benjamin is gegroeid. Ze opereert niet meer vanuit pijn, maar vanuit kracht.’ De bandleider leverde daarvan het bewijs door in het openingsnummer alles te geven wat ze had.
Twee jaar eerder maakte Lakecia in dezelfde zaal al indruk met haar door John Coltrane geïnspireerde muziek. Nu bewaarde ze haar energie niet tot het eind, maar verraste ze na zo’n tien minuten met een vanuit de tenen gespeelde versie van ‘My Favorite Things’. Als in een estafetterace nam pianist Oscar Perez het stokje van haar over in zijn inventief gestapelde improvisaties. Tussendoor moedigde Lakecia het publiek aan om enthousiast mee te klappen. Haar boodschap van vrede, vrijheid, gelijkheid, geloof, hoop en liefde spuwde ze in de microfoon. Nieuw waren de sensuele latin-klanken waarmee de musici hun repertoire verrijkten en Lakecia’s goedlopende rapteksten.
Na een hartverscheurende mooie duo-uitvoering (met Oscar Perez) van het door Billy Taylor geschreven strijdlied ‘I Wish I Knew How It Feels To Be Free’ verklaarde de bandleider, die vanwege de tropische temperaturen haar goudkleurige jasje had uitgetrokken, dat ze heeft overwogen om zich in Rotterdam te vestigen. ‘Zullen we hier samen een stad van de liefde van maken?’ Zo eindigde deze 48e editie van North Sea Jazz met een positieve vibe. Houd dat gevoel vast tot volgend jaar!
Gezien: Thee Sacred Souls, Jacob Collier, Tigran Hamasyan, Nubya Garcia, Lakecia Benjamin.
Zie ook:
