Nels Cline - New Monastery, A view into the music of Andrew Hill
CD-RECENSIE
Nels Cline - New Monastery, A view into the music of Andrew Hill
bezetting: Nels Cline - gitaar; Bobby Bradford - cornet; Ben Goldberg - klarinetten; Andrea Parkins - arcordeon, effecten; Devin Hoff - bas; Scott Amendola - drums, percussie. Gast: Alex Cline - percussie
opgenomen: 3, 4 februari 2006
release: 2006
label: Cryptogramophone
tracks: 7
tijd: 73.41
websites: www.nelscline.com - www.cryptogramophone.com
door: Mischa Andriessen
Nels Cline is een zeer veelzijdig gitarist. Hij speelde op de soundtrack van Spongebob, met de excentrieke zangeres Lydia Lunch en Sonic Youth gitarist Thurston Moore, maar ook met vooruitstrevende jazzmusici als Jeff Gauthier, Vinny Golia en Julius Hemphill. “New Monastery” is geheel gewijd aan de muziek van Andrew Hill.
Hill is de laatste jaren zeer in de belangstelling komen te staan. Blue Note brengt in hoog tempo zijn oude werk op de markt terwijl in de muziek van veel jonge muzikanten, zoals Jason Moran en Ben Allison zijn invloed duidelijk doorklinkt. Een verrassende keuze is het daarom misschien niet, gedurfd is het echter des te meer. In de eerste plaats omdat Hills muziek op zich al zo complex is dat menigeen zijn handen meer dan vol zou hebben aan het letterlijk naspelen. In de tweede plaats omdat de composities, hoewel ze vaak meer dan veertig jaar oud zijn, nog altijd heel modern klinken. Net als die van Monk is de stijl van Hill uit duizenden herkenbaar en het is niet eenvoudig daar een eigen draai aan te geven.
Cline heeft het project daarom zeer grondig aangepakt. Hij heeft duidelijk hoorbaar de muziek van Hill uitvoerig bestudeerd. Zijn keuze voor het songmateriaal is bijvoorbeeld representatief in zijn veelzijdigheid en bevat naast Hills meest toegankelijke stuk “The Rumproller” (zijn antwoord op Lee Morgans “The Sidewinder”) en werk van Hills beroemdste opname “Point of departure” ook minder bekend materiaal als “Not sa No sa”. Ook de bezetting is bijzonder. Opvallend is bijvoorbeeld het meespelen van de oude Bobby Bradford die onder meer met John Carter en Ornette Coleman speelde, maar ook dat van Andrea Parkins die bekend is van haar baanbrekende werk met Briggan Kraus en Ellery Eskelin.
Met zijn sextet keert Cline de composities van Hill op een even doorwrochte als speelse manier helemaal binnenste buiten zonder ze daarmee onherkenbaar te vervormen. Door vaak twee en een enkele keer zelfs drie nummers tot een stuk te bewerken, is Cline erin geslaagd een optimaal beeld van Hills veelzijdigheid te geven. Die is zo groot dat “New Monastery” een echte belevenis is geworden. Een hallucinerende trip waarin de muzikanten tot op de bodem hebben moeten gaan. Hills bizarre ritmes en melodieën, zijn eigenzinnige humor, alles komt aan bod. Cline en de zijnen betuigen Hill op de best denkbare manier respect; namelijk door zijn werk niet te omzichtig te benaderen, maar alles wat er uniek aan is in stand te houden en net zo speels en wars van clichés als de meester te werk te gaan.
