Beloftevolle Alano Gruarin onderzoekt eigen identiteit
CONCERTRECENSIE. Hnita Jazzclub, Heist-op-den-berg, ‘solo Piano’, Alano Gruarin, 30 maart 2007
beeld: Jos L. Knaepen
door: Erno Elsinga
Met zijn eerste soloconcert ooit opende Genkenaar Alano Gruarin de tweede editie solopianoconcerten in de Belgische jazzclub Hnita-Hoeve in Heist-op-den-berg, gelegen onder de rook van Antwerpen. Naast de reguliere jazzconcerten herbergt de oudste jazzclub van België sinds vorig jaar de serie ‘solo Piano’; een reeks van zes concerten verdeelt over het voor- en najaar, plaatsvindend op de laatste vrijdag van de maand.
Alano Gruarin
Gruarin studeerde klassiek piano alvorens hij de stap waagde naar de vrijheid van de jazz en in de leer ging bij Ron van Rossum. ‘Frustrerend’, aldus de zesentwintigjarige pianist. ‘Voorheen was ik gewend aan duidelijkheid: deze week dit studeren, de volgende week dat. Maar Ron zei: de jazz begint in 1920. Luister alles van toen tot nu en zoek het maar uit’. Gruarin studeerde vervolgens bij Kenny Werner en volgde lessen van Brad Mehldau. Hoewel hij onderweg overwoog zijn pianospel aan de wilgen te hangen is hij in eigen land op weg in de voetsporen te treden van pianisten Jef Neve en Ewout Pierreux.
Dat Gruarin door deze voorgeschiedenis nog geen eigen identiteit ontwikkelde, bleek uit zijn concert. De nerveus startende pianist klampte zich aanvankelijk vast aan standards en evergreens wortelend in de rag time, boogie woogie, blues en jazz: een soepel manoeuvrerende walking bass gekoppeld aan uitgesponnen melodielijnen waarbij kleurende akkoorden meestentijds ontbraken. Hoewel Gruarin dat wat hij deed zeer kundig en subtiel bracht, ontbrak het de muziek aan ruimte; elke suggestie werd door Gruarin ingevuld waardoor de stukken de prachtige akoestiek van de Hnita in een overvloed aan enkel gespeelde noten begroette.
Tweemaal ontsnapte Gruarin aan dit pad. Allereerst in het fraaie ‘Have Mercy’, dat de pianist schreef naar aanleiding van de tsunami en de daaropvolgende niet aflatende stroom aan televisiebeelden van de ramp. Bedachtzaam doorzocht Gruarin zijn daaraan reflecterende gemoedstoestand in fraai gearrangeerde akkoorden. De tweede was een technisch hoogstandje waarin de pianist geheel onopvallend Beethovens ‘Moonlight Seranata’ liet overgaan in de Radioheadcompositie ‘Music (exit for a film)’. Het ontsteeg de spitsvondigheid van het door Gruarin eerder die avond gespeelde ‘Pink Panther Theme’ waarin hij op kunstzinnige wijze ‘My favourite things’ trachtte te verwerken.
Al met al zocht Gruarin te weinig de binnenkant van zijn gedachtegoed op waardoor er weinig ruimte ontstond voor onbevangenheid en kwetsbaar willen zijn. Knap gespeelde covers zonder toegevoegde waarde wisselde af met meesterwerkjes in de dop. In augustus verschijnt zijn (trio)debuutalbum aangevuld door Bert Joris en accordeonist Gwen Cresens, opgenomen eerder dit jaar. Onder de noemer ‘The Bald & the Beautiful’ vormt Gruarin bovendien een pianoduo met Jef Neve. ‘Je bent zo goed als met wie je speelt’ zei de pianist voorafgaand aan het concert. Daarom is dit solopianoconcert vooral een moedige poging in de zoektocht naar identiteit, eentje, die ook nog beïnvloed wordt door de Italiaanse roots van de pianist.
