Brian Blade & The Fellowship Band - Seasons Of Changes
CD-RECENSIE
Brian Blade & The Fellowship Band - Seasons Of Changes
Bezetting: Brian Blade; drums, Jon Cowherd; piano, traporgel, Moog, Wurlitzer, Kurt Rosenwinkel; gitaar, Myron Walden, altsax, basklarinet, Melvin Butler; tenorsax, Chris Thomas, bas
opgenomen: 10-13 oktober 2007
release: 2008
label: Verve
tracks: 9
tijd: 46.32
websites: www.brianblade.com - www.ververecords.com
door: Mischa Andriessen
Maar liefst acht jaar zit er tussen Brian Blades laatste cd “Perceptual” en deze nieuwe “Season of changes.” Verbazingwekkend is dat niet. Blade is een zeer druk bezet musicus die als sideman dit jaar in Nederland met Wayne Shorter, Kenny Werner, David Binney, Daniel Lanois en Joshua Redman te zien was en nog aan vele andere projecten zijn medewerking verleende.
Hoewel de cd “Season of changes” heet, zijn de veranderingen op het eerste gezicht beperkt gebleven. De bandnaam is iets gewijzigd en Blade verkaste van Blue Note naar Verve. De productie werd dit keer niet door Daniel Lanois verzorgd, maar door Blade zelf in samenwerking met Jon Cowherd. Ook dat is geen grote verandering want de sound van de groep is dezelfde gebleven met die prachtige versmelting van beide blazers en de gitaar en toetsen als markant herkenningspunt.
Hoewel veel bij het oude bleef, is “Seasons of changes” met grote afstand Blades sterkste plaat tot dusver. Als drummer neemt hij een minder prominente plaats in waardoor hij als componist glansrijker te voorschijn komt. De aantal al aanwezige gospelinvloed in zijn muziek komt nog duidelijker naar voren, maar de belangrijkste winst is dat Blade het aandurft om zijn stukken heel strak en sober te houden. Voor wie van ’s mans explosieve drumwerk houdt, is een bijna popsong als “Stoner Hill” mogelijk een teleurstelling, maar waar Blade voor ritmische versimpeling kiest, winnen zijn melodieën navenant aan kracht.
De energie en het vuurwerk zijn overigens geenszins verdwenen. Blade laat zich in nummers als “Return of the Prodigal son” en het titelnummer wat dat aangaat alles behalve onbetuigd. Toch zijn het in een band met alleen maar topmuzikanten vooral de blazers die dit keer de show stelen. Myron Walden haalt op alt alles uit de kast in het afsluitende “Omni.” Melvin Butler doet dat op tenor met een furieuze solo in “Return of the Prodigal son.” Of Brian Brade zichzelf bedoelt met deze verloren zoon is onbekend, maar met zo’n come back wordt hij van zijn levensdagen niet vergeten.
