Een zwart hoedje past nooit
CONCERTRECENSIE. Balanescu/Girotto/Kaucic. Tilburg, Avontuurlijke Muziek, Paradox, 12 november 2008
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden
Een mens met een zwart hoedje. Een licht zomercolbert en een broek waarvan de zolderverdieping niet verder komt dan de eerste etage, omklemmen een viool. Een gebogen figuur met een sopraansaxofoon staat dichtbij hem en op de vloer zit iemand tussen grijp- en smijt-slaginstrumentjes. Die drie gaan muziek maken. Eén keer in Nederland, in Paradox. Het Tilburgse muziekpodium heeft hen ingehuurd en er een etiket op geplakt: Avontuurlijke Muziek.
Het trio Javier Grotto, Alexander Balanescu. Zlatko Kaucic in Paradox
De viool behoort aan Alexander Balanescu, de sopraansaxofoon aan Javier Girotto en de hoeveelheid ongeregeld aan Zlatko Kaucic. Balanescu, is hij dat van het redelijk bekende Balanescu Quartet? Jazeker. Maar (zucht): wie is Girotto, wie Kaucic.
Wij muziekliefhebbers sjouwen de wereld af, op zoek naar… ja, wat? Nieuwe muziek? Kom op zeg! Nieuwe oude herinneringen? Hè bah! Oude nieuwerwetse ontmoetingen? Tja. Dan loop je toch een muziektent binnen. Vanavond bijvoorbeeld Paradox. Weinigen vonden de weg. Maar die er waren kregen herinnering, heden en toekomst tegelijk voorgeschoteld in een adembenemend concert.
Vrije improvisatie omspande het geheel. Daaronder werd de hele wereld afgereisd en wel op een zodanige manier, dat de aandacht altijd gevangen bleef. Soms werd er een melodietje geboren, maar daar was de wrede wereld al weer, die het in de vorm van een muzikale abortus teniet deed. Balanescu toverde uit zijn viool soms kinderlijke klanken, twee noten die hij even koesterde. Om op hetzelfde ogenblik martiaal over twee, drie snaren te rauschen en daarmee de sfeer op te roepen van het magistrale ‘Doom. A Sigh’ van het Kronos Quartet, waarin schurende vioolklanken de hartverscheurende treurzang van een Roemeense vrouw om haar overleden ouders begeleiden.
Javier Grotto en Alexander Balanescu
Oosteuropese gipsymuziek klonk er sowieso door in het concept van deze drie kunstenaars. En ook Indiase raga’s. Als je het dan toch over zigeunermuziek hebt, dan blijkt hoe dicht deze stijlen bij elkaar liggen. En hoe jazz zich daarin voegt. Sopraansaxofonist Javier Girotto bediende zich minimaal van samples. Uit het niets dook ‘Nature Boy’ van Nat King Cole (en John Coltrane) op. Prachtig melodieuze muziek, waar Girotto als een bezetene een tweede melodielijn overheen speelde. Girotto gebruikte zijn samples niet voor machogedrag. Ze benadrukten deze integere muziek alleen maar. Zoals op het moment dat een solo op sopraansax een gesamplede fluit probeerde te verdringen, ingehouden maar o zo trefzeker.
En zo ging het maar door: in knarsen en wringen gevangen sopraanklanken, waar de viool zich tegen aan schurkt; een slappe veer die langs een klankschaal jankend zijn weg zoekt; klassieke muziekflarden, die doen denken aan Schubert’s ‘Winterreise’; knikkers op de percussiewinkel van Zlatko Kaucic en meteen daarna het geluid van knikkers op de vioolsnaren van Balanescu. Kortom, kleine geluidjes, afgezet tegen het grote gebaar van oermuziek.
En dat zwarte hoedje? Dat is altijd te klein voor hoofden met zoveel ideeën.
- Websites: Alexander Balanescu - Zlatko Kaucic - Javier Girotto
- Avontuurlijke Muziek
