Drukke en verfrissende zaterdag North Sea Jazz 2008
NORTH SEA JAZZ, Ahoy Rotterdam, zaterdag 12 juli 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Tim Sprangers
Met ruim 23.000 bezoekers volledig uitverkocht, begon het North Sea Jazz Festival zaterdag aan zijn tweede dag. Vrijdag lukte het nog om rustig binnen te komen voor een drankje op het terras bij de Nile, peinzend gebogen over het programma. Zaterdag heerste meer de sfeer van dagbezoekers, die hun vrije dag in het weekend zo lang mogelijk aan het North Sea Jazz wilden wijden.
Concerten van Wayne Shorter en James Carter op tweede dag North Sea Jazz 2008. De Noorse gitarist Lage Lund trad aan in de groep van David Sanchez.
Hollands schoon
En geef ze eens ongelijk. Ook de tweede dag van de editie 2008 had een programmering vol internationale verrassingen, legendes en Hollands schoon. Zo stond de Missouritent al vroeg op de dag aardig vol voor één van de leukste bands van Nederland: Mona Lisa Overdrive. Het kwartet van Stefan Lievestro en Jesse van Ruller overrompelde het publiek door in het eerste nummer van Van Ruller minutenlange solo’s te geven die vroeg op de dag er volop in knalden. Bijkomen lukte niet, want het funkende ‘Spritz’ volgde snel, waarin voornamelijk Hammondtoetsenist Arno Krijger en drummer Hans van Oosterhout in konden uitblinken. Het was een spetterend begin van de dag.
Pat Pikasso
In de plusconcertzaal Amazon trapte Pat Metheny af. Discussies over deze wereldgitarist zijn oneindig. Sommigen scharen hem onder de beste jazzgitaristen ter wereld, anderen vinden hem te glad voor deze categorie. Bovendien maakt hij veel uitstapjes naar andere genres, waaronder de pop en de folk, hetgeen bij menig jazzliefhebber spieren doet samentrekken. Feit is dat Metheny een virtuoos is, in welk genre dan ook. En een lefgozer. De eerste nummers speelde hij in de immense zitzaal solo; eerst op de akoestische en later op zijn zelfontwikkelde 42-string Pikasso-gitaar. Metheny straalde een zelfverzekerdheid uit die tot uiting kwam in overtuigend tedere liedjes. Weliswaar was het steriel en helder, hij kreeg de zaal volledig ademloos. Op zijn Pikasso-gitaar met ook mogelijkheden tot harpklanken, experimenteerde hij. De veelzijdigheid van het instrument bracht hij prachtig naar voren door meerdere lagen te creëren in nagalmende klanken.
Metheny bracht dit jaar voor het eerst sinds acht jaar een cd uit met een klassiek gitaartrio. De in één dag opgenomen ‘Day Trip’ met bassist Christian McBride en drummer Antonio Sanchez vormde dan ook een belangrijk thema in het verdere optreden. Jarenlange samenwerking heeft geleid tot een trio met passie en vooral structuur. De taken zijn bekend en dit wordt strak uitgevoerd. Metheny wisselt zijn elektronische en akoestische gitaar af en vertelt met beide mooie verhalen, terwijl McBride en Sanchez zich voornamelijk storten op de begeleiding. Het is mooi, technisch waanzinnig, elkaar piekfijn aanvullend, maar toch ook behoorlijk netjes en koel.
Gelouterde leerling
De kleine zaal Yenisei, met laag plafond, zat bomvol toen tenorsaxofonist David Sanchez aantrad. Yenisei is een intieme zaal die veel te klein was voor de gelouterde leerling van Dizzy Gillespie. Sanchez heeft een heldere sound waarmee hij sfeervol te werk kan gaan, maar ook zeer chaotisch. De Puerto Rican speelt immer beheerst. Soms lijkt hij wat te forceren in hoge tonen, maar dit doet Sanchez op constante wijze zodat dit hem kenmerkt; hij heeft zijn instrument volledig onder controle. De sympathieke, ietwat verlegen saxofonist verkent de grenzen van jazz en latin met een ijzersterk kwartet. Gitarist Lage Lund, in 2005 winnaar van de Monk Guitar Award, is een speelse muzikant die op lieve wijze valse tonen lekker weet te maken. Bassist Orlande Le Flemming verbaasde door diverse solo’s waardoor zelfs fluisterende mensen tot stilte werden gedwongen. En drummer Henry Cole stal de show met een knetterharde combinatie van latin, funk en jazz. Hij spande zijn snaredrum aan om deze als een soort conga te gebruiken; lege composities vulde hij met volle, steeds wisselende ritmes. Voornamelijk Cole zorgde dan ook voor een staande ovatie na afloop van één van de indrukwekkendste concerten van zaterdag.
Jesse van Ruller trad op met Mona Lisa Overdrive. Pat Metheny speelde op zijn zelfontwikkelde 42-string Pikasso-gitaar. Tenorsaxofonist David Sanchez speelde in de kleine zaal Yenisei
Jong
José James wordt door velen gezien als één van de opvallende acts van North Sea Jazz 2008. Het is inderdaad fris, leuk en boeiend wat de jonge zanger doet. De Congo puilde dan ook uit van voornamelijk jonge mensen die enthousiast op en neer deinsden op de onvoorspelbare beats van James. Het is geen afgezaagde dancemuziek, maar zeker doordacht en eigenaardig. Daarbij houdt hij van zijn publiek en zoekt contact. De gebroeders Ben en Gideon van Gelder voegde bovendien een flinke portie verfrissende jazz toe.
Shorter
Verfrissend, maar totaal niet luchtig was ook Wayne Shorter. De tenorsaxofonist is een creatieveling met vernieuwende ideëen en nodigde zodoende een blazerskwintet uit; hij schreef stukken voor zijn eigen band bestaande uit Danilo Perez (piano), John Patitucci (contrabas) en drummer Brian Blade in combinatie met de blazers van Imani Winds. In het uitverkochte Amazon, leidde dit kwintet de levende icoon in. De blazers, bestaande uit vier vrouwen en een man, vormden een combinatie van kamermuziek, klassiek en jazz. Een uur na de aangekondigde aanvangstijd (het concert was een half uur vertraagd) verscheen Shorter zelf pas op het podium.
Zijn kwartet speelt hele lange verhalen die soms neigen naar de freejazz en dan weer heel licht te werk gaan. Shorter, sowieso geen podiumbeest, stelde zich bescheiden en dienstbaar op. Zo nu en dan liet de zeventiger horen waarom hij tot de grootsten ooit behoort. Niet alleen qua compositie, maar ook wat betreft lyriek en anticipatie is hij weergaloos. Hij luisterde en reageerde op Perez alsof het zijn echtgenoot was: lief en begrijpend, maar ook ruzieënd en discussiërend. De interacties tussen alle muzikanten waren fenomenaal.
Hoewel Shorter bekend staat als groot componist was het al snel duidelijk dat het allemaal geen bladpapierwerk was. Drummer Blade sloeg net zo woest als hij speelde, zijn muziekstandaard omver. ‘Weg ermee, musiceren zullen we!’ leek hij te willen zeggen. De ‘Hoo’s!’ van Perez verraadden hoe de enthousiaste pianist elke keer verrast werd. De samenwerking met het Imani Winds zou natuurlijk tot ongekend hoogtepunt moeten leiden. Het was zeer zeker een fijne samensmelting van stijlen, maar voornamelijk het blazerskwintet leek wat onwennig. De band van Shorter zette de lijnen uit en de blazers vulden de melodieën op. Om klassiek met jazz te verbinden is niet vernieuwend, maar de kracht van de composities waarbij jazz centraal staat is te danken aan de inventiviteit van Shorter. Het was jammer dat veel mensen voortijdig de zaal verlieten en niet eens de combinatie konden aanschouwen.
Blazers
De tweede helft van de zaterdagprogrammering stond in het teken van grote blazers. Naast Wayne Shorter stonden ook Stefano di Battista, Roy Hargove en James Carter op de zaterdagavond. Bij de Hudson van Roy Hargrove stond al ruim van te voren een immense rij. De trompettist is dan ook bij het grote publiek bekend vanwege zijn samenwerking met onder andere Erykah Badu en D’Angelo en vanwege zijn funk/hip-hopband The RH Factor.
Grenzen voorbij
In de veel intiemere zaal Madeira was er een wisselvallig, maar goed concert van James Carter. Omringd door een indrukwekkende hoeveelheid blaasinstrumenten betrad hij met grote glimlach zelfverzekerd het podium. Met de sopraansax ging Carter tijdens het eerste nummer alle grenzen voorbij. Via volledig over de top forceringen werd het zowaar onrustig in de anders zo gedeisde Madeira. De energie van Carter is niet vergelijkbaar. Ook uit de tenorsax krijgt Carter ongekend rauwe en schelle geluiden. Pianist Gerard Gibbs’ spel lijkt eigenlijk veel op dat van Carter. Ook Gibbs kan heerlijk ongenuanceerd en grof uithalen. Terwijl Carter zich verder uitleefde op dwarsfluit, klarinet en basklarinet, liet ook de bijzonder jonge trompettist Curtis Taylor van zich horen. Voornamelijk op harmon mute speelde Taylor subtiel en vormde hierin een mooie tegenhanger van de robuuste Carter. Toch miste het concert een zekere balans. In zijn robuustheid was Carter niet consequent, zodat het af en toe een warrig geheel was. Fijne bluesjes werden afgewisseld met moeizame balads. Samenvattend is voornamelijk de energie van Carter het sterkste punt van het kwintet.
Druk
De tweede dag van het North Sea Jazz Festival werd gekenmerkt door grote drukte, maar voornamelijk door frisse (combinaties) van stijlen door zowel gelouterde als minder bekendere muzikanten en samenstellingen. De drukte was menigmaal beperkend om de zaal überhaupt te bereiken laat staan binnen te komen. Maar als je eenmaal binnen bent, zit het eigenlijk altijd wel goed.
- North Sea Jazz website
