Jazz Middelheim de bijna perfecte midzomerdroom
FESTIVALRECENSIE. Jazz Middelheim, Antwerpen, 23 en 24 mei 2026
beeld: Olga Beumer, Jan-Hein Loves, Jeroen Jansen
door: Jeroen Jansen
Na jaren van wisselende fortuin, een faillissement en een herstart onder nieuwe organisatoren, weet Jazz Middelheim zijn plek in Park Den Brandt in Antwerpen opnieuw te claimen. De transparante overdekte tent De Concert Hall vormt het hart van het festival, aangevuld door het openluchtpodium Birdland waar ruimte is voor dansbare muziek. De Follie Sessions op het terrein biedt plaats aan korte, intieme concerten. Vergezeld van zonnig lenteweer vonden elfduizend bezoekers hun weg naar het sfeervolle festival, dat veel weg had van een midzomerdroom.
![]()
Fred Hersch, Immanuel Wilkins en Flea op het Antwerpse festival Jazz Middelheim.
Opening
De zaterdag begint bij NABOU, het kwartet van de Belgische tromboniste en componiste Nabou Claerhout. Haar meest recente album ‘Indigo’, uitgebracht begin 2026 op Edition Records, is een album van metamorfose en rouw, en die dubbele lading is op het podium voelbaar. Claerhout draagt ‘Johanna’ op aan haar petekind, een moment van tederheid dat het publiek meteen meeneemt in de wereld van haar muziek. Dan ‘Light Blue Shawl’, voor Stijn, een omgekomen vriend. De trombone zingt het uit, met effecten die de randen van de toon vervagen en de leegte laten klinken. Gitarist Gijs Idema, drummer Daniel Jonkers en bassist Trui Amerlinck bewegen mee in die ruimte. Een prima gekozen opener voor het festival.
Nduduzo Makhathini is pianist, filosoof en genezer, en dat combineert hij vol overtuiging tijdens een soloconcert. De innemende Zuid-Afrikaan, opgegroeid in de heuvels van umGungundlovu en grootgebracht met Zoeloe-rituelen en de helende kracht van muziek, betrekt het publiek in bespiegelingen over verbinding, de naderende ondergang en de vraag welke mythen we kiezen om mee te leven. Zijn meest recente album op Blue Note, ‘The Myth We Choose’, staat bol van dit soort vragen. Op het podium vertaalt die filosofie zich in lange, meanderende soli die de grens tussen concert en ritueel doen vervagen. Voor sommige toehoorders is dat transcendent, voor anderen duurt het een kwartslag te lang. Zijn intentie is echt, en dat draagt.
![]()
NABOU, Cécile McLorin Salvant en de band van bassist Alune Wade.
Hoogtepunt
Cécile McLorin Salvant is het hoogtepunt van het festival. Punt. Ze opent met Cole Porters ‘Riding High’, een belofte van wat komt. Dan ‘Second Guessing’ en ‘Changeable Daddy of Mine’, met de theatrale precisie waarvoor ze bekend staat. Het wordt pas echt groot bij ‘Take This Stone’, een eigen compositie waarbij haar partner Sullivan Fortner naast het fenomenale pianowerk ook de vocalen voor zijn rekening neemt. Wat deze twee samen maken is van een zeldzame schoonheid, een samenspel dat eruitziet als vanzelfsprekend en voelt als een geschenk. McLorin Salvant draagt ‘What Does Blue Mean’ op aan Toni Morrison’s roman ‘Beloved’, een aankondiging die de zaal meteen tot stilte maant. Bij Brel’s ‘Ne Me Quitte Pas’ houdt niemand in de tent het droog. Even later het Franstalige ‘Le Goût de Vivre’ van Charles Trénets, moeiteloos verweven in een setlijst die Cole Porter, Nina Simone en haar eigen werk omvat. McLorin Salvant sluit af met ‘Oh Snap I Think I Love You’, zijzelf achter het keyboard, dansbeats, en vanuit de coulissen kijkt een grinnikende Flea mee. Het publiek ontploft.
Annahstasia klinkt als een ontdekking. In de stem en de gitaarklank zijn de echo’s van Tracy Chapman te horen, warm en aards, met een directheid die meteen raakt. En Alune Wade, de Senegalese bassist die hier en daar doet denken aan een kruising tussen de muziek van Zawinul Syndicate en Marcus Miller, brengt Afro-jazz met een stevige groove, muziek die de benen beweegt.
Birdland
Op het Birdland-podium staat Cymande, de Brits-Caraïbische band die in de vroege jaren zeventig een hybride van funk, soul en Afro-beat smeedde die ver vooruit klonk op zijn tijd. Hun invloed op de hiphop van de decennia daarna is gedocumenteerd, maar de vraag is of de muziek ook live nog die spanning heeft. Het antwoord is ja. De bas trekt alles mee, de ritmes overlappen en nestelen zich, en de karakteristieke repetitie in het spel werkt precies zoals het moet: als een mantra met een groove. Dit is muziek die niet ouder wordt.
![]()
Tutu Puoane, BXL X LDN Interplay en saxofoniste Jasmine Myra en band.
Flea
Flea sluit de zaterdag af. De bassist van de Red Hot Chili Peppers, nu met zijn eigen Honora Band, begint met Lennon’s ‘Imagine’, een gebaar dat zijn liefde voor jazz als mensentaal onderstreept. Wat volgt, zijn stukken die zijn bewondering voor Jaco Pastorius en Chet Baker laten klinken, uitgesponnen jams met voldoende energie maar weinig compositorisch vernuft. De gunfactor voor Flea is hoog, en het is oprecht ontroerend om te zien hoe hij zijn liefde voor jazz uitleeft op dit podium. Maar het publiek, dat voor een significant deel in Red Hot Chili Peppers-shirts is gekomen en de handen alvast de lucht in had, wacht lang op het moment dat de muziek hen meeneemt. Dat moment komt, maar laat. Moedig is het zeker, wat hij hier doet. Of het blijvend is, is een andere vraag.
Echo's van Joni Mitchell
De zondag begint bij Tutu Puoane, de Zuid-Afrikaanse zangeres die de echo’s van Joni Mitchell in haar stem draagt, maar ze naar iets eigens brengt. Haar geloof staat centraal in haar werk, en dat voelt nooit als een toelichting maar als een vanzelfsprekendheid. ‘Love is Elastic’, gebaseerd op een gedicht van Sharif Simmons, is een hoogtepunt. Dan ‘Find the Path’, geschreven door haar bassist Clemens van der Feen, die zelf ook zingt, en dat verrassend goed doet. Een stuk over haar Afrikaanse identiteit brengt een vlammende gitaarsolo van Tim Finoulst die het park doet opleven. Puoane heeft een prachtige band om zich heen, en het samenspel met Finoulst is van een warmte die je niet gauw vergeet.
BXL X LDN Interplay is precies wat het belooft: een samenwerking tussen jonge muzikanten uit Brussel en Londen, en het werkt. Jazz Middelheim heeft een bijzondere band met de Londense scene, en soms leidt dat tot gewrongen resultaten, maar hier klopt het. De energie is wederzijds, de muziek vloeit.
![]()
Marcos Valle, Fred Hersch en Immanuel Wilkins.
Veelbelovend
Jasmine Myra is een andere zaak. De 28-jarige Britse saxofoniste bracht recent haar derde album ‘Where Light Settles’ uit op Gondwana Records, een plaat die op papier veelbelovend is, met strijkersarrangementen en negen composities over groei en dualiteit. Op het podium zoekt ze veel woorden voor weinig muziek. ‘Still Waters’, ‘Reflections’ en de titeltrack passeren de revue, maar de muziek bereikt nauwelijks temperatuur. Het is bloedeloos, en de Londen-connectie werkt hier niet. Myra is een componiste die nog op zoek lijkt naar het podiumequivalent van wat ze op plaat heeft vastgelegd.
Waarom staat Marcos Valle op het kleine Birdland-podium? De 82-jarige Braziliaan, een sleutelfiguur van de Braziliaanse muziekgeschiedenis die bossa nova en samba vermengde tot wat Música Popular Brasileira zou worden, verdient een groter bereik. Maar misschien is het buiten, tussen de bomen, dat zijn muziek het best gedijt. Valle met een ervaren band en ondersteund door zijn vrouw op zang, loopt feilloos door meer dan zestig jaar muziek. De songteksten, het enthousiasme, de vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn oeuvre presenteert: het is een exposé van formaat.
Fred Hersch
Pianist Fred Hersch speelt in de Concert Hall en laat meteen horen waarom hij tot de absolute top behoort. Zijn set omvat Kenny Wheelers ‘Everybody’s Song But My Own’ en ‘Plain Song’, Ornette Colemans ‘Lonely Woman’ en ‘Forerunner’, een meeslepende versie van Egberto Gismonti’s ‘Payaso’, en twee stukken van zijn nieuwe ECM-album, waaronder het prachtige ‘The Surrounding Green’. Hersch speelt alsof elke noot al wist waar hij naartoe moest. Het is een dijk van een optreden.
En dan Immanuel Wilkins. De altsaxofonist uit Philadelphia, dit jaar bezig aan een drieluik live-albums opgenomen in het Village Vanguard, is op dit moment misschien de meest overtuigende saxofonist van zijn generatie. Zijn optreden is overweldigend: hij speelt stukken van zijn recente albumreeks, zijn drummer Kweku Sumbry laat iedereen versteld staan van zijn inventiviteit en kracht, en ergens halverwege het optreden valt het op: Wilkins draagt John Coltrane-sokken. Dat detail past perfect bij de muziek. Hij is geen imitatie van zijn voorgangers. Hij is een logisch vervolg.
Middelheim leeft
Jazz Middelheim 2026 is een geslaagd festival. Niet perfect, niet altijd even consistent in kwaliteit, maar met genoeg hoogtepunten om de tocht naar Antwerpen ruimschoots te rechtvaardigen. De kloof tussen de meer op dans en groove gerichte Birdland en de diepgravende Concert Hall is dit jaar voelbaar groter dan in vorige edities, en de vraag is of dat een bewuste keuze is of een aandachtspunt voor de toekomst. Terwijl het festival na zijn doorstart nog steeds zoekt naar zijn definitieve vorm, zijn de contouren helder: Park Den Brandt is een ideale omgeving, en de Follie Sessions in het gerestaureerde Peperkoeken Huisje voegen een charmante intimiteit toe die je nergens anders vindt. De koers is goed. Het festival leeft.
