Charles McPherson met Rein de Graaff Trio zeker niet vlekkeloos maar wel vitaal
CONCERTRECENSIE. Rein de Graaff Trio Featuring Charles McPherson, De Burcht Leiden, 8 november 2009
beeld: Jan de Zeeuw
door: Mischa Andriessen
Een foutloos optreden werd het beslist niet. Geluidsproblemen; rondzingende tonen die de vlugge bebopchanges nu en dan in de war schopten, maar ook stroeve vingers, intonatiesores, heel soms een problematische inzet. In de uptempo nummers werd dan ook nog wel eens een nootje gesmokkeld; weggemoffeld of overgeslagen.
Marius Beets en generatiegenoten Rein de Graaff en Charles McPherson in de De Burcht in Leiden.
Nu hoeft muziek niet per se feilbaar te zijn om vitaal te worden, maar die kleine smetten benadrukten eerder de levendigheid van de muziek dan dat ze haar kracht afzwakte. Dat bleek zeker een pluspunt. Pianist Rein de Graaff en zijn trio werken al jarenlang volgens hetzelfde concept; grote solisten, meestal uit Amerika over laten komen voor een korte tournee en dan samen de standards te lijf. Een dergelijk concept heeft twee nadelen. In de eerste plaats de grote afhankelijkheid van de solist(en) die hopelijk in de loop der tijd hun grote gave niet kwijt zijn geraakt. Daarnaast kan zo’n formule een invuloefening worden waarbij de technische vaardigheid het van de avontuurlijkheid wint. Natuurlijk is het de doelstelling van De Graaff, Marius Beets (b) en Eric Ineke (dr) dat ze zich over de erfenis van de oudere jazz, met name bebop ontfermen, maar zonder een sprankje vuur en nieuwigheid wordt zelfs de meest opzwepende bopklassieker dof.
Dat dit niet gebeurde was voor een niet onaanzienlijk deel te danken aan altist Charles McPherson. Sowieso een gelukkige match gezien de gedeelde voorliefde voor bebop. McPherson debuteerde onder eigen naam in 1964 met de lp 'Bebop revisited'. Los van de genoemde makken, die deels aan de niet optimale omstandigheden, deels aan het op leeftijd raken van McPherson en De Graaff te wijten zijn, bleek McPherson een zeer goede keus voor een hernieuwde kennismaking met nummers als 'Groovin’ High', 'I should care', 'Blue Monk', 'The Song is You' en 'Embraceable you'.
De zeventigjarige saxofonist is gretig en eerzuchtig (de bopnummers werden uptempo en niet midtempo gespeeld) zonder aan kapsones te lijden. Zijn handelsmerk, vloeiende vingervlugge melodieuze solo’s is er nog. De zeventigjarige heeft logischerwijs aan souplesse ingeboet, maar de energie is er nog en dat is toch een belangrijker kwaliteit om vast te houden dan virtuositeit en de manier waarop McPherson zijn eigen weg zocht in ontelbare malen gespeelde melodieën was bij vlagen indrukwekkend.
McPherson heeft vaak het verwijt gekregen te veel in de schaduw van Charlie Parker te blijven of zelfs een kloon van Bird te zijn. Onterechte kritiek volgens McPherson; niet omdat hij niet door Parker beïnvloed zou zijn, maar omdat niemand in de jazz en zeker geen altsaxofonist van Parkers invloed gevrijwaard is gebleven.
De liefde voor Parker en bebop heeft McPherson herhaaldelijk beleden, op zijn debuut, op latere platen en ook nu met Rein de Graaff c.s. die dezelfde passie delen. Dat het concert niet gesmeerd liep, deed daar niets aan af.
