Kenny Barron en Dave Holland klinken als één legende
CONCERTRECENSIE. Kenny Barron & Dave Holland. Bimhuis Amsterdam, 10 november '14
beeld: Thomas Huisman
door: David Cohen
De legendarische pianist Kenny Barron nam keurig in pak achter de piano plaats. Achter hem en zijn medespeler op een opvallend kleine contrabas, Dave Holland, was door de ramen van het Bimhuis het verlichte Amsterdam te zien. Snel tikte Barron met de voet het eerste stuk, ‘Spiral’, af.
![]()
Pianist Kenny Barron en contrabassist Dave Holland gaven een duoconcert in het Bimhuis.
Onder de vlugge frasen van de pianist en componist weerklonken rond en zangerig de melodielijnen die Holland op de contrabas meespeelde. Moeiteloos wisselde de bassist ze af door lage noten die de puls van ieder stuk neerlegden en vasthielden. Aan het begin van het concert waren de melodieën die Barron naast hem aan de toetsen ontlokte indrukwekkend, maar klonken ze niettemin vaak nog wat nonchalant en daardoor niet altijd even meeslepend.
Maar aan het eind van de eerste set, toen het duo het nummer ‘What If…?’ inzette, legde ook Barron wat meer avontuur aan de dag, kreeg hij hoorbaar meer plezier in het concert en kon je hem zelfs zachtjes boven zijn handen mee horen neuriën.
Ruimte
Beide musici maakten veel gebruik van de ruimte die hun kleine bezetting aan de muziek gaf. Dit effect kwam met de sfeervolle achtergrond van het avondlijke Amsterdam prachtig uit de verf. Dat bleek vooral toen het duo het mysterieuze ‘The Oracle’ van Holland inzette dat hier in het Bimhuis volledig tot zijn recht kwam.
Hoewel Barron grandioze solo’s speelde in nummers als Charlie Parkers swingende ‘Segment’ en Hollands ‘Pass It On’, een uitdagend en zelfs funky eerbetoon aan drummer Ed Blackwell, was het vooral Dave Holland die met zijn magnifieke basspel de show stal. Niet alleen zijn aanstekelijk swingende, lopende baslijnen, maar ook de snelheid en virtuositeit waarmee hij over het hele bereik van zijn instrument soleerde maakten diepe indruk. Toen een bezoeker tijdens de toegift ‘In Walked Bud’ wegliep en daarbij een glas omstootte, onderbrak Holland zijn solo, stak hij vriendelijk grijnzend zijn duim omhoog en pakte hij onder luid gelach van de zaal moeiteloos zijn solo weer op.
![]()
Kenny Barron en Dave Holland in het hoofdstedelijke Bimhuis.
Wanneer je je afvraagt of jazz er als geïmproviseerde muziek een doel op nahoudt, dan blijft dat in de eerste plaats het verschaffen van genoegen en niet het bereiken van perfectie. Dè volmaakte solo bestaat waarschijnlijk niet. Maar misschien is er wel iets wat er dichtbij komt: die solo’s, waarvan je als luisteraar haast niet kunt geloven dat ze echt op het moment zelf verzonnen zijn.
Wie Kenny Barron in het Bimhuis hoort spelen, kan aan zijn talrijke citaten uit de jazzgeschiedenis en aan zijn spontane invallen horen dat hij echt improviseert. Toch houd je er door zijn zo vanzelfsprekend klinkende speelstijl moeite mee dat te geloven. Bij een solo van Dave Holland is dan weer elke noot zó goed neergelegd dat zijn improvisaties, om zijn woorden over de melodielijnen van Barrons stuk ‘Rain’ aan te halen, “voortspinnen alsof ze al geschreven zijn”. Niettemin blijkt keer op keer uit zijn gepassioneerde spel en zijn grommende goedkeuring na een geslaagd avontuur op de hals van de bas, dat elke noot voortkomt uit bevlogenheid en improvisatorisch meesterschap.
Twee uur
Twee uur lang speelden Holland en Barron door, slechts door een kwartier onderbroken. Na de slotnoot volgde een donderende ovatie. De wereld wil bedrogen worden – en zelden was dat bedrog aangenamer dan in het Bimhuis, waar Kenny Barron en Dave Holland er samen in slaagden het publiek te laten vergeten dat ze naar twee verschillende mensen luisterden en niet naar één levende legende.
