Hèhè, eindelijk is Den Bosch zo ver
CONCERTRECENSIE. Jazz in Duketown, binnenstad ’s-Hertogenbosch, 7 en 8 juni 2014
beeld: Gemma van der Heyden
door: Rinus van der Heijden
Na vele, vele pogingen heeft Den Bosch eindelijk gekregen waar het al jaren naar streefde: een jazzfestival dat de toets der kritiek van zowel jazzliefhebbers als ‘gewone’ gezelligheidszoekers kan doorstaan. Het heeft lang geduurd, omdat het festival er maar niet in slaagde beide groepen op een muzikaal verantwoorde manier te bedienen. Maar toen kwam Jazz in Duketown 2014. 135.000 bezoekers hebben gedurende vier dagen jazz in brede zin voorbij zien komen. En wie niet van jazz hield, kreeg andere muzikale gerechten voorgeschoteld.
![]()
Publiekstrekker José James op de Parade. Toetsenist Jozef Dumoulin trad op met zijn Red Hill Orchestra. Tineke Postma trad met het Belgische trio van Ivan Paduart op.
Het is gemakkelijk om dan te zeggen dat dit bij andere festivals ook zo gebeurt. Dat is slechts ten dele waar. Jazz in Duketown was altijd een óf/óf-festival. In de – pakweg – eerste dertig jaar van zijn bestaan was het vooral oude-stijljazz die werd geprogrammeerd. Nadien begonnen de nieuwe programmeurs Jeroen Doomernik en Piet van Engelen aan een moderne inhaalslag.
Écht breder
Het moest echter tot vorig jaar duren voordat het festival zich écht breder ging profileren. Dat mag op het conto worden geschreven van de programmeurs Koen Graat en Bartho van Straaten die toen aantraden. Dit jaar zijn zij volledig ‘doorgebroken’. De smaak van het grote publiek werd gevoed, maar op allerlei plekken – met als hart De Toonzaal, waar beiden programmeerden in nauwe samenspraak met Jeroen Doomernik – werd jazz zoals die heden ten dage is gegroeid, ten toon gespreid. Dat het uitmuntende weer zeker ook meewerkte aan het welslagen van deze 41e editie is hopelijk - met het oog op de toekomst - een bijkomstigheid.
In De Toonzaal verzorgde toetsenmagiër Jozef Dumoulin met zijn Red Hill Orchestra op zaterdagavond een memorabel optreden. Dat ‘Orchestra’ moet niet al te letterlijk worden opgenomen, want naast Dumoulin wordt het gevormd door tenorsaxofonist Ellery Eskelin en slagwerker Dan Weiss. Feit is wel dat zij samen voor een heuse orkestrale klank zorgden. Het ruimtelijk klinkend slagwerk van Weiss vertroetelde het mooi samenhangend geluid van Dumoulins elektronica en Eskelins tenorsaxofoon.
Dumoulin zat als de kosmopolitische jazzmusicus Sun Ra achter zijn elektronica-uitstalling. Als een vorst stuurde hij de muziek en alleen daaraan had hij al een dagtaak. Want een musicus als Ellery Eskelin is zó onberekenbaar dat op hem beïnvloeding nauwelijks vat heeft. Hetzelfde geldt voor Dan Weiss, maar het was juist die onhandelbaarheid die het concert meerwaarde gaf en de toehoorders de tijd liet vergeten.
![]()
Het publiek vermaakte zich met Larry Graham op de Parade. Het trio van pianist Pablo Held in De Toonzaal.
Pablo Held
Het trio van pianist Pablo Held ging wat betreft opzet nog een stapje verder dan het Red Hill Orchestra. De leider, met aan zijn zijde contrabassist Robert Landfermann en slagwerker Jonas Burgwinkel begon, ook in De Toonzaal, onvoorbereid aan zijn concert. Bewust onvoorbereid, want de drie wilden geen afspraken omtrent aanpak, welke stukken er gespeeld zouden worden, waar solo’s werden ingebouwd en ga zo maar door. Het was zitten en spelen.
Het leverde een uiterst interessant concert op, waarbij krachtig triospel uitmondde in een zacht en langzaam zoeken naar nieuwe invalswegen. Soms duurde zo’n zoektocht net wat te lang, maar doordat de tijd werd genomen, borrelden nadien ook slechts de mooiste ideeën naar boven.
Binnen de kwalitatief sterkere programmering van Jazz in Duketown 2014 was soms het evenwicht wat zoek: op bepaalde tijdstippen klonk er net iets te veel fusion- of cross-overmuziek. Maar dan boden kleine speelplekken weer uitkomst. Het Fontys Fonteinplein was een van de twaalf podia. Daar speelde altsaxofoniste Renske Elzerman, die in 2011 afstudeerde aan Fontys Conservatorium in Tilburg. Binnen een mix van eigen en andermans werk bleef zij kaarsrecht de weg van modale jazz bewandelen. Dat zij de klassieker ‘Stella By Starlight’ van papier speelde, getuigde helaas van onvoldoende lef om er op te improviseren.
Aangenaam
De grote publieksacts als zanger José James en basgitarist Larry Graham trokken - zoals is te verwachten - massa’s belangstellenden naar het grote podium op de Parade. Maar de gang van de gelikte funk van Graham naar de rauwe variant ervan bij The Ploctones, was een aangename. Tenorsaxofonist Efraïm Trujillo viel bijzonder in de smaak van het veelkoppige publiek. En gitarist Anton Goudsmit gaf voor de ongetwijfeld vele festivalgangers die hem nog niet kenden, een gouden visitekaartje af. Het programmeren van The Ploctones is altijd een terechte keuze, omdat zij jazz ontdoen van vooronderstelde scherpe randjes.
![]()
Een violist uit het publiek brengt een ode aan José James. Het Renske Elzerman Quartet speelde op het Fontys Fonteinplein. Efraïm Trujillo trad op met The Ploctones.
Tineke Postma trad met het Belgische trio van Ivan Paduart op. In een sfeervol tentje, midden op de Markt, een ander groot plein in het stadscentrum van Den Bosch. Vroeger stond er ook zo’n knoepert van een podium als op de Parade, nu leek het knusse podium eerder geschikt gemaakt voor een ouderwetse spiegeltent. Tineke Postman verzorgde een ingehouden concert op afwisselend alt- en sopraansaxofoon. Het leek of zij de intimiteit van dit podium volledig wilde uitbuiten. En als dit inderdaad haar bedoeling is geweest, dan was zij daarin volledig geslaagd. Het publiek kreeg een volledig exposé van Tineke Postma’s kunnen. En als je dan ziet dat er zowat niemand wegloopt, dan weet je dat het met zo’n aanpak wel snor zit.
Conservatorium Talent Award
Op zaterdag- en zondagmiddag speelde zich in De Muzerije – Huis voor de Amateurkunst in Den Bosch – voor de derde maal de Conservatorium Talent Award af. Negen musici, net afgestudeerd of op het punt om af te studeren van conservatoria uit Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Tilburg, Enschede, Zwolle, Groningen, Amsterdam en Arnhem streden om een geldprijs van vijfduizend euro en een optreden op Jazz in Duketown 2015.
De jury had het er moeilijk mee. Uiteindelijk werd als winnaar altsaxofonist Maarten Hogenhuis (conservatorium Amsterdam) uitgeroepen. De ‘keurmeesters’ roemden hem om zijn prachtig gebalanceerde geluid. ‘Bovendien staat hij als instrumentalist boven de materie. Als je hem hoort spelen, heb je het eerste hoofdstuk gelezen van een boek dat nog lang niet af is’, zo vermeldt de jury in zijn rapport.
Er waren ook twee eervolle vermeldingen. Een voor gitarist Jorrit Westerhof van het conservatorium in Groningen en de andere voor zanger Baer Traa van het conservatorium in Rotterdam.
