TB4Q – Empire
CD-RECENSIE
TB4Q – Empire
bezetting: J.B. ‘The Cane’ Biesmans stem, fluiten, saxofoons, harmonica; Bird Stevens contrabas, gitaar, percussie, achtergrondzang; Dr. Basie J. toetsen, achtergrondzang; Mo Gomez gitaar, achtergrondzang; Marc G slagwerk, percussie; Franky Gomez slagwerk, percussie, achtergrondzang
opgenomen: n.b.
release: 2012
label: Tub Tumper Records
tracks: 16
tijd: 56.04
website: www.tb4q.com
door: Rinus van der Heijden
Eerst maar even de naam: TB4Q staat voor The Big Four Quintet. Enigszins verwarrend, omdat het om zes groepsleden gaat. Maar de verwarring wordt nog groter als je de muziek gaat beluisteren. Is dit jazz, blues, pop, kamermuziek zelfs? Je krijgt geen antwoord, althans geen duidelijk. Want TB4Q heeft inderdaad die jazz, blues, pop, kamermuziek in zijn concept, maar nog veel meer.
De cd opent met ‘Funeral March’, een compositie die kan verwijzen naar de begrafenisstoeten in New Orleans, in de jaren twintig van de vorige eeuw. Die bedoeling zit er ook achter, maar omdat een klarinet de melodie in tweekwartsmaat aangeeft, krijg je ook en vooral associaties met gipsymuziek. Het is nogal een binnenkomer van een album dat alle 56 minuten blijft verrassen.
Jazz maakt op dit moment een ontwikkeling door, waarin muziek van over de hele wereld er raakvlakken mee gaat krijgen. Is altijd zo geweest, jazeker, maar nu zijn wat minder bekende culturen als die van gipsy’s en joden in zwang. Vrijwel alle musici die ze hebben ontdekt, integreren ze als authentieke elementen om er overheen te improviseren. Dat is een werkwijze waar TB4Q een stapje verder mee gaat: het sextet pakt die elementen aan om ze naar eigen inzicht te bewerken. Dát en de vrije keuze om zichzelf geen grenzen op te leggen, vormt het unieke ontwerp van TB4Q.
Gipsymuziek, Latijnsamerikaans, Tom Waits, onvervalste jazzimprovisaties, bigband; ja zelfs Ben Webster wordt geëerd. Fluiten zorgen daarenboven nog voor exotische klanken en een orgel sleept je mee naar de dansfunk van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dit alles in een onnavolgbare mix die volstrekt normaal aandoet, maar in een weldoordachte volgorde is vastgelegd. Na twee eerdere albums is duidelijk, dat dit ‘Empire’ het resultaat is van nadenken en ervaren: van zo breed mogelijk musiceren is TB4Q aangekomen bij verdieping, die in elk van de vijftien stukken zwaar doordendert.
Vijftien? Wie zover is gekomen op deze cd moet als de laatste noot ervan is verstorven, niet op de ‘stop’knop drukken. Want na een halve minuut komt er nog een ‘verborgen stuk’ uit de luidsprekers: een ode op baritonsaxofoon. Aan wie? Aan Gerry Mulligan? Of aan TB4Q zelf? Laten we daar maar op houden, want zo’n diep brommende hulde verdient deze bijzondere plaat alleszins.
