Reggie Washington Trio eert traditie van funky gitaarjazz
CONCERTRECENSIE. Reggie Washington FREEDOM Trio, Paradox Tilburg, 14 december 2012.
beeld: Gemma Kessels
door: Rinus van der Heijden
De woorden van basgitarist/leider Reggie Washington die het concert inleidden, beloofden niet veel goeds: “I’ts been a very very long day.” Ze duidden op vermoeidheid en tegenslag, want die hadden de drie genoeg ondervonden. Vliegtuig te laat in Brussel geland, verkeersdrukte en nieuwe vertraging onderweg naar Tilburg. En daardoor te laat in Paradox. Moest er nog een bordje Thais naar binnen worden gewerkt en beklom het trio derhalve drie kwartier later dan gepland het podium.
![]()
Reggie Washington, Poogie Bell en Ronny Drayton op het podium van Paradox in Tilburg.
Hoe het ook zij: wat de Amerikanen niet waren vergeten was de volumeknop op ‘maximum’ zetten. Daarmee meteen zichzelf en het publiek wakker schuddend. Met ‘vrijheid’ in de groepsnaam was het beginstuk een mooie binnenkomer, een Joe Henderson-ode aan tenorsaxofonist John Coltrane: ‘Take The Coltrane’. Met de basgitaar van Reggie Washington voorop buitelden de ritmes over elkaar heen en werd meteen duidelijk dat de drie volop aan elkaar waren gewaagd. En was van vermoeidheid pas sprake aan het einde van het concert, toen de drie de tweede set tot nog geen 25 minuten inkortten.
Gitarist Ronny Drayton heeft al lang geleden het vet van de gitaarsaus afgeschept en het overdadig over zijn spel gegoten. Hij speelt in de traditie van de grote (blanke) rockgitaristen, maar doordat blues en jazzimprovisaties om de eerste plaats strijden, behoort hij zeker niet tot de hardrockgiganten. Met vaste regelmaat komen bij het beluisteren van Drayton reminiscenties aan Jimi Hendrix naar boven, maar ook aan James ‘Blood’ Ulmer en Jean-Paul Bourelly.
Herinnering
De laatste riep Ronny Drayton meerdere malen in herinnering: hij vertelde over zijn geestdrift voor Bourelly’s spel en dat verklaarde meteen waarom dat van hém zoveel op Bourelly lijkt. Op het album ‘Boom Bop’ uit 2000, waarop Jean-Paul Bourelly samenspeelt met onder andere Archie Shepp en Henry Threadgill én met basgitarist Reggie Washington (!) had Drayton de door hem zo geliefde Jean-Paul moeiteloos kunnen vervangen.
Reggie Washington zelf is schatplichtig aan Marcus Miller, zijn vroegere leermeester. Fraai was daarom de keuze voor ‘Mr. Pastorius’, een compositie van Miller, waarin het leek alsof de basgitaarpriesters Miller en Washington samen ten hemel opstegen, om er Jaco Pastorius met een bezoekje te gaan vereren. Het werd een duo voor basgitaar en drums, waarbij slagwerker Poogie Bell – de vaste slagwerker van Marcus Miller (!) - een glansrol vervulde. Al vanaf de eerste slagen van het concert betoonde hij zich een gigant van de soort van Elvin Jones en Billy Cobham, maar hier kreeg hij het voor elkaar de basdrum zo te vertragen, dat het leek alsof er een tweede bassist was aangetreden. Zijn snelle breaks, uitgebreide roffel- en slagpartijen zorgden met die lome basdrum voor indrukwekkende effecten.
![]()
Reggie Washington, Poogie Bell, Ronny Drayton.
Tussendoor hielden Washington en Drayton nog pleidooien voor het aanschaffen van (hun) cd’s. Niks pikken van het internet, maar organische muziek aanschaffen, zo luidde het credo. “I like to hear my music where it belongs: physically.” ‘Muziek voortgebracht door instrumenten als deze”, vulde Ronny Drayton aan, “en niet de elektronische klanken van een computer, waardoor jongeren straks niet meer weten dat er nog zulke instrumenten bestaan.”
Jimi Hendrix
En daarna gaven de jongens weer gas. Om – uiteraard – uit te komen bij Jimi Hendrix: diens ‘If Six Was Nine’, kreeg een acceptabele uitvoering, toegift ‘Red House’ iets minder. Maar het slotstuk van het concert, ‘Scorpio in the Closet’ was een samenvatting van bijna anderhalf uur musiceren: uitpuilende grooves, technisch vakmanschap, veel verschillende tempi en ritmes en reuzenstappen door de traditie van funky gitaarjazz.
En dan ook nog volume, volume, volume. Zoveel dat je oren er warempel aan gingen wennen. Een gewenning overigens waar je de dag na het concert nog ‘plezier’ van had.
