Jazz zonder zure regen
CONCERTRECENSIE. Ruff Sound Quartet, Paradox Tilburg, 21 september 2012.
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden
Wat bezielde altsaxofonist, trompettist, violist en componist Ornette Coleman begin jaren zestig toen hij de free jazz introduceerde? Is die man gek geworden, werd er in brede kringen luidkeels geroepen. Coleman bleef de kalmte zelf en trok een hele nieuwe muziekstijl op gang, die heden ten dage nog altijd voor echte spanning binnen de jazz zorgt.
![]()
Ruff Sound Quartet bracht in Paradox een ode aan de muziek van Ornette Coleman.
Wat bezielt vier Nederlandse musici – altsaxofonist Joris Posthumus, tenorsaxofonist Mete Erker, contrabassist Guus Bakker en slagwerker Pascal Vermeer – om anno 2012 het werelderfgoed van Ornette Coleman op te pakken en het naar eigen inzicht te kneden? Het Ruff Sound Quartet liet er op zijn première-avond in elk geval het publiek in Paradox van verbazing mee van de stoelen vallen.
Zomaar ineens is het er, dat Ruff Sound Quartet. In 2009 op initiatief van Pascal Vermeer wat gaan experimenteren met Ornette Colemanstukken, om er nu de cd ‘Peace – Ode To The Music Of Ornette Coleman’ mee uit te brengen. Het concert in Paradox was het eerste van een begeleidende tournee en het sloeg in als de spreekwoordelijke bom.
Het Ruff Sound Quartet heeft ervoor gewaakt klakkeloos Ornette Colemanmateriaal na te spelen – als dat al lukt. De vier hebben zijn stukken grondig bestudeerd, ermee geoefend en ze een eigen gezicht gegeven. Na afloop van dit gedenkwaardige concert haastten ze zich te zeggen, dat elke uitvoering anders is. “Luister maar eens naar de cd, dan hoor je wat we bedoelen”, lachte Mete Erker.
Knuppel
Neem alleen al de bezetting van twee saxofoons, een alt en een tenor. Toen Ornette Coleman in 1960 de knuppel in het hoenderhok gooide met het uitbrengen van het album ‘Free Jazz, A Collective Improvisation’, bracht hij trompet en klarinet op de voorgrond. Twee hoger klinkende instrumenten dan saxofoons, die nauw aansloten bij zijn eigen, zo specifieke geluid op de altsaxofoon: scherp en hard. Met de keuze voor alt- en tenorsaxofoon neemt het Ruff Sound Quartet op voorhand duidelijk afstand van elke kopieerdrift.
Toch was het onmiskenbaar Ornette Coleman wat ten gehore werd gebracht. Al in het openingsstuk ‘Peace’ stoomden de twee saxofoons unisono door het strak harmonische en melodische thema. Om nadien ruimte te bieden aan de eerste van vele solo’s, die het concert kenmerkten. In dit geval was die voor tenorist Mete Erker, die met korte, opgebouwde notenreeksen het melodisch gegeven omcirkelde. Joris Posthumus hanteerde dezelfde Onette Colemanaanpak, waarbij het telkens leek alsof er een verzameling pixels werd opgebouwd, die uitmondde in een waar kunstwerk. ‘Blues Connotation’, ook al zo’n knaller in de handen van het Ruff Sound Quartet, illustreerde dat uitvoerig.
![]()
Contrabassist Guus Bakker, de saxofonisten Joris Posthumus en Mete Erker, slagwerker Pascal Vermeer.
De twee saxen klonken voorbeeldig. Ze produceerden een compacte swing. Soms bogen ze naar New Orleansjazz en dan weer naar blues, maar immer keek Coleman over de schouders mee. Ook visueel was er heel wat te genieten: de beer Mete Erker die het Coltranegeluid dat zijn spel jarenlang kenmerkte voorgoed achter zich heeft gelaten en zich tot een straffe persoonlijkheid op de tenorsaxofoon heeft ontwikkeld. En daartegenover Joris Posthumus, die springerig en zelfbewust heen en weer bewoog tussen de nerveuze erfenis van Charlie Parker en Ornette Coleman himself. Kortom twee saxofonisten die door hun durf en vakmanschap onbevangen het Colemanmateriaal te lijf gaan én naar hun hand zetten.
Ornette Coleman’s onuitroeibare ‘Lonely Woman’ werd jachtig ingezet door slagwerk en contrabas, waar de twee saxofonisten met lange melodielijnen relaxt overheen improviseerden. Vooral hier was te horen hoeveel vrijheid aan contrabas en slagwerk wordt verschaft als een akkoordeninstrument als de piano ontbreekt. Pascal Vermeer steeg boven zichzelf uit met eindeloze slagwerktoendra’s, uiterst fantasierijk uitgelegd met tegelijkertijd oog voor details en de grote beweging. Waarbij Guus Bakker’s contrabas aangever en verwerker ineen was.
Steve Clover
Esthetisch was het stuk ‘Nocturne no. 2’, gecomponeerd door Pascal Vermeer en Laetitia van Krieken en opgedragen aan de Amerikaanse slagwerker Steve Clover. Deze woonde een aantal jaren in Tilburg, was mede-oprichter van Paradox en begeleidde heel wat beginnende musici – onder wie Mete Erker en Pascal Vermeer – bij hun eerste stappen op het pad van jazzmuziek. Indrukwekkend was ook ‘Sympathetic Vibrations’ van Erker en ’13 Solutions’ van Posthumus.
Maar de klapper van de avond werd toch een niet-Colemanstuk: ‘Song for Che’ van Charlie Haden (nauw gelieerd aan Coleman, omdat hij jarenlang diens contrabassist was). Met natte rieten werd de ultiemste duisternis van de saxofoons opgezocht, sloot dreigend slagwerk daarbij aan en werd zodoende met donder en bliksem het einde van een tijdperk – dat van de modale jazz – aangekondigd. Maar dan sloten de jubelende saxofoons aan die een dot licht creëerden, de uiteindelijke bevrijding uit een muzikaal keurslijf dat door volledige vrijheid werd opgevolgd.
Waarmee het Ruff Sound Quartet opnieuw het tijdvak van de vrije jazz, vijftig jaar geleden, opriep. De jazz zonder zure regen, gedrenkt in zuiver hemelwater. Waar je in deze dagen niet meer op hoeft te rekenen, behalve als je uitkomt bij het Ruff Sound Quartet.
Ruff Sound Quartet in Paradox
21 september 2012
