Zakarya - Henschkeschlott
CD-RECENSIE
Zakarya - 413 A
bezetting: Yves Weyh: accordeon, Alexandre Wimmer: gitaar, elektronica, Vincent Posty, basgitaar, Pascal Gully: slagwerk. M.m.v. Marc Ribot: gitaar, Sylvie Brucker: klarinet
opgenomen: maart 2006
release: 2006
label: Tzadik
tracks: 17
tijd: 54.24
website: www.tzadik.com
door: Mischa Andriessen
John Zorn is niet alleen in zijn eigen muziek een rusteloos zoeker naar vernieuwing. Hij speurt ook voortdurend naar nieuw talent dat op zijn label Tzadik de kans krijgt zich te presenteren. Zo bracht hij onder meer cd’s uit van het jonge Israëlische toptalent Danny Zamir. Zakarya is een Frans kwartet dat op hun derde cd voor het label versterkt wordt door de fantastische gitarist Marc Ribot.
De muziek van Zakarya wordt omschreven als Avant-Klezmer, een kruising tussen traditioneel joodse muziek en avant-garde. In het geval van Zakarya zit daar bovendien een hoop (hard)rock en fusion in verwerkt. Het spanningsveld dat de groep probeert te creëren door tegenover de catchy accordeonpartijen zwaar vervormde gitaren en een overdaad aan tempowisselingen en complexe ritmische patronen te plaatsen, komt echter niet altijd even goed uit de verf. Zoals zoveel avant-garde slaagt de band er niet altijd in om de muziek niet te intellectualistisch te laten klinken. Het opzettelijk verstoren van de meer conventionele melodieën komt daardoor nogal eens bedacht over. Dat neemt niet weg dat “413 a” een bruisende plaat is die overloopt van ideeën en energie. De cd overtuigt mij nog niet helemaal, maar Zakarya zou wel eens een heel aanstekelijke live-band kunnen zijn.
--
Henschkeschlott - Cafe Thiossane
bezetting: Reinmar Henscke: Toetsen, Volker Schlott: saxen, accordeon
M.m.v. Pascal von Wroblewsky: zang en Nippy Noya: percussie
opgenomen: 2005
release: 2006
label: Ozella Music
tracks: 12
tijd: 52.39
website: www.ozellamusic.com
door: Mischa Andriessen
Door de platenmaatschappij wordt “Cafe Thiossane” aangeprezen als de “Kind of blue” van de lounge. Hoewel je niet direct alles moet geloven wat de mannen van de marketing beloven, maakt zo’n uitspraak nieuwsgierig. “Kind of blue” is niet alleen een legendarisch album, het is ook een van de weinige jazzplaten die ook door mensen die niet van jazz houden wordt gewaardeerd. In het beste geval zou “Cafe Thiossane” voor mij als jazzliefhebber dan de deur open kunnen zetten naar de lounge; muziek die ik associeer met op de bank liggen tussen hip geklede mensen terwijl je de olijf uit je drankje peutert en je afvraagt waarom iemand een olijf in zijn drankje zou stoppen. Lounge staat voor mij gelijk aan zelf opgezochte verveling en loungemuziek aan muzikaal behang, een soundtrack voor mensen die gezien willen worden en geen muziek voor mensen die willen luisteren, die iets nieuws willen ontdekken in plaats van het zelf te zijn (in hun dromen). Lounge is muziek na een lobotomie, alle kracht en energie is eruit gehaald.
Natuurlijk zou het van Henschkeschlott veel te veel gevraagd zijn om mij van die hevige vooroordelen te verlossen en de vergelijking met “Kind of blue” is sowieso een gotspe. Dat wil niet zeggen dat “Cafe Thiossane” een slechte plaat is. Schlott is een vaardige blazer die goed naar Jan Garbarek heeft geluisterd, maar dat is na Coltrane dan ook de meest geïmiteerde saxofonist. De twee muzikanten wagen zich soms ook zelfs heel voorzichtig aan een dissonant in een poging de muziek wat kleur te geven. Voor mij echter is “Cafe Thiossane” een typische loungeplaat, flets en tamelijk futloos. Alle bliepjes, belletjes en handclaps proberen daarvan iets heel eigentijds te maken, maar wat eigentijds klinkt, is maar zelden tijdloos.
