Conservatorium? Herman Brood deed het toch ook zonder
COLUMN
door: Koen Graat
In het verkiezingsprogramma van een van de grootste politieke partijen van Nederland – en hopelijk na 22 november de grootste – staat: ‘Het is de vraag of kunst is gebaat bij een groot aantal kunstopleidingen als er maar voor een beperkte groep ruimte is om na de opleiding als kunstenaar aan de slag te kunnen. Heeft Nederland echt 17 zangopleidingen nodig?’
Misschien stemt bassist Eric van der Westen wel op deze partij, want hij zei tijdens een debat over jazz in Rotterdam dat op één na alle conservatoria in Nederland maar gewoon de deuren moeten sluiten. Er studeren volgens hem te veel matige (jazz)musici af. Noch de student, noch de maatschappij heeft hier baat bij. Ik ben het wel eens met Van der Westen, hoewel ik één conservatorium wel erg mager vind.
Het is opvallend dat ondanks het surplus aan kunstopleidingen – en afgestudeerden zonder werk – de ene na de andere muziekopleiding uit de grond wordt gestampt, want na klassieke muziek en jazz, is nu ook popmuziek geïnstitutionaliseerd.
Daar waar rockbandjes vroeger in garages en op zolders te werk gingen, studeren de toekomstige Pinkpopmuzikanten tegenwoordig aan een pop-, rock- of, en dit is echt niet te geloven, Herman Brood Academie! Ik kan me nauwelijks voorstellen dat het in de geest van Herman Brood is om rockmuziek te institutionaliseren: roosters, tentamens, overhoringen, cijfers en studiepunten. Alsof Brood warm zou lopen voor een tentamen om 9.00 uur ‘s ochtends. Herman had wel andere dingen aan (en in ) zijn hoofd op dat tijdstip.
Maar is het dan wel in de geest van de jazz om deze muziek aan een instituut te doceren? In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Maastricht, Alkmaar, Arnhem / Enschede / Zwolle en Groningen denken ze van wel. Ergens heeft het iets treurigs wanneer je een gezonde Hollandse jongen uit Enschede de hele dag bezig ziet met een Realbook en Charlie Parker Omnibook, muziek van minstens vijftig jaar geleden. Van de andere kant bestudeerde Parker zelf de etudes van Bach. Daarbij had je hetzelfde kunnen denken als bij de jongen uit Enschede die nu Parker bestudeert. Bovendien hebben de meeste muzikanten die we nu ‘de top van de Nederlandse jazz’ noemen een conservatoriumopleiding afgerond. Zij gingen elke dag braaf met instrument en realbook ‘naar school’, maar maakten zich wel los van de aangeleverde materie. Want alleen de echt goede muzikanten stappen uit het (geïnstitutionaliseerde) keurslijf van een conservatorium en bewandelen uiteindelijk hun eigen weg. En voor dat soort spelers is zo’n muziekopleiding prima, al is het alleen maar vanwege de contacten die worden gelegd.
Prima dus, een conservatorium. Maar ik ben het wel met Van der Westen eens: het mag wel iets minder. Niet elke stad hoeft een eigen conservatorium te hebben. Drie is meer dan voldoende, zo lijkt me. Volgens mij zou Herman Brood het daar wel mee eens zijn. Als bigband ‘saxofonist’ zonder conservatorium heb ik hem nooit een foute noot horen blazen. Maar ja, hij hing het ding ook alleen maar om voor de sier.
