In de ban van Rudy
COLUMN
door: Jan Bol
Eigenlijk ben ik een ontiegelijk grote domoor. Waarom? Omdat ik me steeds weer laat verleiden door meneer Lundvall met in zijn kielzog ene Rudy Van Gelder. RVG voor intimi. Twee van oorsprong Noord-Europeanen die het helemaal gemaakt hebben in de States. De ene als platenbaas van Blue Note, het legendarische label dat toen de hedendaagse jazz opstootte in de vaart van de wederopbouw van de westerse wereld, eind jaren ’40 tot midden jaren ’60. De andere als upper cutter van Blue Note, Impulse, Verve, Prestige enz. enz. Én van het verderfelijke CTI van Creed Taylor, de James Last van de muzak jazz van de jaren ’70 een ’80.
Die RVG-serie met heruitgaven van Blue Note is zó verleidelijk, moet ik toegeven, vanwege de prijs, het repertoire en van de reproductie van de beroemde hoezen van met name Reid Miles, in combinatie met de prachtige zwart-witten van Francis Wolff. Natuurlijk kan zo’n cd met boekje nooit tippen aan een elpee met hoes, maar de sfeer komt nog steeds over. De serie is vooral ook verleidelijk vanwege de historische waarde van bijvoorbeeld de opnamen met Mobley, Morgan, de jonge Rollins, de jonge Shorter.
Maar, die opnamekwaliteit van meneer Van Gelder, is die nu zo bijzonder? Neen, die is bij Blue Note zelfs heel vaak ergerlijk schel, zeker daar waar het prominent gebruik van de bekkens betreft. Geen enkele goede geluidinstallatie kan ermee overweg, met die hiss in het bekkenwerk. Als een tapijt van witte ruis vult het je oren.
Niet alleen de overschatte kwaliteiten van Van Gelder als opnametechnicus bezorgen me een enigszins ambivalent gevoel. Ook het alsmaar opnieuw dumpen en uitmelken van archiefopnamen leidt niet tot trendsetting in hedendaagse uitgaven van Blue Note. Met al die poen uit de dump zou toch de traditie van de avant garde van de founding fathers Wolff en Lion opgepakt kunnen worden. De kwaliteiten van bijvoorbeeld Marsalis en Jannah en Battista ten spijt: het uitgavebeleid leunt op voorzichtigheid.
Kleine labels en muzikanten met hun eigenhandige producties springen gelukkig in het gat dat de grote labels van toen laten vallen. Sinds de introductie van breedband in de Nederlandse woonkamer is downloaden het al dan niet geoorloofde middel om de luisteraar te bereiken met nieuwe muziek. Denk aan de furore die last.fm maakt, zij het voornamelijk op popgebied.
Blijft het feit dat je met downloads meestal ook de aankleding van de muziek mist. Geen hoes, geen boekje, beperkte gegevens. Weinig om van te houden. Daarom mikken Lundvall en RVG op die oudere jongeren en nog ouder, die nostalgisch kwijlen bij een plaat in een hoes, die genoegen nemen met een goedkope cd. Het is het wijder maken van de kloof tussen plaat- en inmiddels ook cd-fetisjisten en de downloadgeneratie.
Intussen koop ik me, tijdens de nimmer aflatende speurtocht naar hedendaags in de cd-bakken, suf aan historische jazz uit de hard bop tijd. In de ban van RVG.
