Buxtehude: improvisator van driehonderd jaar oud
CD-ACHTERGROND
door: Rinus van der Heijden
Het is dit jaar driehonderd jaar geleden, dat de Duitse barokcomponist Dieterich Buxtehude stierf. Gewend als we inmiddels zijn aan allerlei herdenkingen, is 2007 uitgeroepen tot Buxtehudejaar. Moet een website als Jazzenzo dan aandacht besteden aan muziek die ruim drie eeuwen oud is? We meenden van wel.
Dieterich Buxtehude werd vermoedelijk in 1637 geboren in Helsingborn in Denemarken. Zijn vader, Johannes Buxtehude – ook zijn geboortejaar is niet precies bekend, vermoedelijk 1601 of 1602 – kwam uit Oldesloe, in Holstein, maar de meeste van zijn activiteiten speelden zich af op Deens grondgebied. Zowel Buxtehude sr. als jr. waren musicus. De zoon, waarover we het hier hebben, is vooral bekend geworden door zijn orgel- en vocale werken.
Daarmee komen we aan de rechtvaardiging van dit artikel. Want van de pakweg negentig composities die Dieterich Buxtehude schreef voor (kerk)orgels, is nauwelijks partituur te vinden. Niet zo vreemd, in Noord-Duitsland waren componisten immers gewend te improviseren in plaats van hun notenkeuzes aan het muziekpapier toe te vertrouwen. Juist die improvisaties raken natuurlijk het wezen van jazzmuziek en daarmee slaan we een bruggetje tussen de zeventiende en eenentwintigste eeuw.
Jan Pieterszoon Sweelinck
Dieterich Buxtehude is de voornaamste vertegenwoordiger van de Noord-Duitse Orgelschool, die afstamde van Jan Pieterszoon Sweelinck uit – wat toen nog heette - de Nederlanden. Hij was al tijdens zijn leven een groot voorbeeld voor die andere barokgrootmeesters, Georg Philipp Telemann en Georg Friedrich Händel. Maar ook Johann Sebastian Bach, die 350 km zuidelijker in Eisenach woonde, bewonderde Buxtehude. Zozeer, dat hij in 1705 te voet naar Lübeck toog om les bij hem te gaan nemen. Dat beviel zo goed, dat hij zijn leervakantie, die een paar weken duurde, eigenhandig verlengde tot drie maanden.
Ton Koopman: Opera Omnia III
Er bestaat een mooie anecdote, waarom Bach niet alleen vanwege die verlengde vakantie, maar ook om het volgende voorval ijlings huiswaarts keerde. Het was in de tijd van deze grote componisten de gewoonte, dat wanneer iemand een organist opvolgde, hij dan met een van diens dochters trouwde. Buxtehude was het zelf overkomen, toen hij in de Marienkirche in Lübeck Franz Tunder opvolgde. Hij huwde met Anna Margareta Tunder en kreeg zodoende de organistenpost.
Toen Händel in 1703 een bezoek bracht aan Buxtehude, trachtte hij hem te koppelen aan zijn oudste dochter. Bij Bach gebeurde hetzelfde, maar die dochter schijnt zo lelijk te zijn geweest, dat Bach spoorslags naar huis terugkeerde. Buxtehude stierf op 9 mei 1707 in Lübeck, de plaats die hij sinds hij er arriveerde, voor niet een dag heeft verlaten.
Cantates
Evenals van de orgelwerken, is er relatief weinig van Buxtehude’s composities bewaard gebleven. Zijn vocale werken bestaan uit meer dan honderd cantates en geestelijke concerten – waaronder het wereldberoemde ‘Membra Jesu Nostri’, een passiecyclus van zeven cantates – een Missa Brevis en enkele oratoria; kamermuziek, bestaande uit sonates voor viool, viola da gamba en clavecimbel en triosonates; plus ruim vijfentwintig werken voor clavecimbel. Even beroemd als zijn ‘Membra Jesu Nostri’ zijn Buxtehude’s ‘Avondmusiken’, een reeks van concerten voor de adventtijd, die hem de bijnaam Magier des Nordens opleverde.
Gelukkig is er op cd veel muziek van Buxtehude voorhanden. De beroemde musicoloog, dirigent en organist Ton Koopman, is nadat hij vorig jaar een indrukwekkende reeks Bach-cantates afsloot, begonnen met het uitbrengen van werken van Buxtehude. Onder de titel ‘Opera Omnia’ kwamen al twee delen uit. Onlangs zijn er drie bijgekomen: orgelwerken 1 en 2 en deel twee van Buxtehude’s vocale werken. De orgelwerken worden door Ton Koopman zelf vertolkt op het Wilde/Schnitgerorgel in de St. Jacobi Kirche in het Duitse Lüdingworth. Koopman slaagt erin met de immense orgelklank die elk hoekje van de kerk vult, de werken dezelfde monumentale kracht mee te geven.
Johann Sebastian Bach
Deel twee van de vocale werken van Buxtehude (Opera Omnia V) krijgt gestalte door The Amsterdam Baroque Orchestra & Choir onder leiding van Koopman zelf. Zoals dat ook bij de Bach-cantates het geval was, is ook hier sprake van uiterste perfectie. Nergens valt een noot verkeerd, in elke streek en elke zangnoot wordt de grootheid van Buxtehude eer aangedaan. Dit uiterst prestigieuze project is omarmd door het Nederlandse label Challenge Classics, dat hier absoluut geschiedenis mee schrijft.
Caecilia-Concert
Wie Buxtehude nog niet helemaal aandurft, zou kunnen beginnen met de cd ‘Buxtehude & Co.’ van het Caecilia-Concert. Dit kwintet vertolkt elf stukken van Buxtehude’s tijdgenoten Matthias Weckmann, Dietrich Becker, Johann Philipp Krieger en Johann Theile. Buxtehude zelf laat zich in drie werken horen. Ook deze cd is een uitgave van Challenge Classics.
Dieterich Buxtehudeproject Ton Koopman: Opera Omnia III (orgelwerken deel 1), Opera Omnia IV (orgelwerken deel 2), Opera Omnia V (vocale werken deel 2)
Caecilia-Concert: Buxtehude & Co.
- Challenge Records website
