Verbluffende Miguel Zenón nadert ideale mix van Jíbaro en jazz
CONCERTRECENSIE. Lantaren Venster/Jazz International Rotterdam, Miguel Zenón Quartet, 14 mei 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen
Hank Mobley is wel kampioen in het middengewicht genoemd. Dit om onderscheid te maken met zwaargewicht Coltrane. Beide tenoristen waren misschien wel even goed, maar opereerden in een heel andere klasse. Wie de boksmetafoor doortrekt, deelt altsaxofonist Miguel Zenón in bij het weltergewicht. Techniek, souplesse, energie en snelheid zijn allemaal verbluffend, maar net als bij de boksers in de lichtere gewichtsklassen, zijn de klappen die hij verkoopt niet noodzakelijkerwijs knock-outs. Ondanks zijn onmiskenbare virtuositeit dringt zich bij vlagen een milde verveling op. Misschien is zijn spel nog een fractie te druk. Misschien is zijn band nog een tikje te ijverig. Misschien zouden zijn composities gebaat zijn bij net wat meer contrast.
Saxofonist Miguel Zenón speelde met zijn kwartet in Lantaren Venster in Rotterdam
Het zijn alle denkbare kanttekeningen meteen op een rij. Verder resten niets dan lofrijke woorden, want de jonge Puertoricaan heeft zich in korte tijd naar de absolute top toegespeeld, en was “Jibaro” al een flinke stap voorwaarts vergeleken bij het toch ook al sterke “Ceremonial,” afgaande op het concert in Lantaren-Venster is het net verschenen “Awake” opnieuw een verbetering.
Zenón vindt meer en meer het midden tussen jazz en zowel de zangerige melodieën als de gepeperde percussieve elementen uit de Jíbaro. De Puertoricaanse volksmuziek waarin behalve Spaanse ook Arabische invloeden doorklinken. Zijn spel is helder en vlug als water. Zowel zijn composities als zijn solo’s hebben duidelijk kop en staart. Zijn inzet is net als zijn technische beheersing formidabel. Het eerste nummer met een verbluffend lange en knappe solo was ronduit overrompelend.
Met uitzondering van slagwerker Henry Cole, die de plaats innam van Antonio Sánchez, heeft Zenóns kwartet al geruime tijd dezelfde bezetting. De zeer gedegen bassist Hans Glawischnig die ook bij Chick Correa speelt, treedt nauwelijks op de voorgrond. De zich eveneens bescheiden opstellende pianist Luis Perdomo is een stille grootheid. Het oudste lid van de groep dat in technisch opzicht voor geen van de anderen onder, maar zijn spel is van alle vier het best gedoseerd.
Vooral in het aanbrengen van dynamiek had hij een leidende rol. Een rol die hij nog meer naar zich toe mag trekken, want drummer Cole en toch ook Zenón zelf, zijn soms overenthousiast. Net iets meer rust geeft wellicht precies het noodzakelijke contrast dat ervoor zorgt dat de aandacht geen moment verslapt. Had heel het concert het niveau van het openingsstuk gehad, zou het publiek in Rotterdam nog steeds om meer roepen. Nu was Zenón verbluffend, maar bleef de beslissende klap uit. Gezien de kwaliteit van zijn kwartet en de snelheid waarmee hij zich ontwikkelt, is het echter nog maar een kwestie van tijd, eer hij je zo weet te raken dat je sterretjes ziet.
