Death jazz als feestelijk slot in Gent
GENT JAZZ FESTIVAL, Bijloke Site Gent, zondag 20 juli 2008
beeld: Jos L. Knaepen
door: Mischa Andriessen
Meer dan de dag ervoor werden op de slotdag van het Gent Jazz Festval de grenzen van de jazzverwantschap opgezocht. Bij het motto van het festival ‘all that jazz’ staat in de tweede week heel plagerig een vraagteken. Dat het ten gehore gebrachte in lang niet alle gevallen jazz was, staat buiten kijf, maar dat heeft geen belang. Het meest opvallend aan de laatste festivaldag was dat de vier totaal verschillende acts allemaal veel succes hadden bij het publiek. Wat dat betreft, heeft de organisatie de openheid van geest van de bezoekers goed ingeschat.
Pianist Jef Neve (Gabriel Rios), Motoharu (Soil & Pimp Sessions) en de knotsgekke Cocorosie op de slotavond van Gent Jazz Festival 2008
Dez Mona & Go_Tell
De stem van Dez Mona zanger Gregory Frateur kent ongetwijfeld felle voor- en tegenstanders. Hij heeft een typisch androgyn stemgeluid en zingt op een theatrale manier. Veel hoog, veel vibrato, veel expressie ook.
De muziek van Dez Mona doet denken aan het jaren dertig cabaret in Berlijn en aan de muziek van iemand die zich daardoor ook liet beïnvloeden: Gavin Friday. Bij Dez Mona wordt daar nog een flinke scheut gospel aan toegevoegd. De zeer goede band bestaande uit Bram Weijters (piano), Nicolas Rombouts (bas), Steven Cassiers (drums) en Roel van Camp (accordeon) werd voor deze gelegenheid uitgebreid met een achtkoppig meisjeskoor genaamd Go_Tell.
Het reiken naar het grootste hoort bij Gregory Frateur die in plaats van plastic flesjes een kristallen karaf op het podium heeft staan, waaruit hij zichzelf nu en dan eens inschenkt. Voor sommigen zal de muziek van Dez Mona, zeker met het toegevoegde koorwerk, wat al te geëxalteerd klinken. Zoals ook niet iedereen kapot zal zijn van de verbazingwekkende stemcapriolen van Frateur.
Dez Mona: Steven Cassiers, Gregory Frateur, Roel van Camp
Hij is echter wel degelijk een zanger met een uitzonderlijke stembeheersing en een grote zeggingskracht. Iemand die een lied echt neerzet en geloofwaardig maakt. De composities intrigeren door de spannende, wringende harmonieën en dankzij de stuwende ritmes blijft de vaart erin. Dez Mona & Go_Tell begonnen de dag bewonderenswaardig met een geestdriftige performance en niet alledaagse muziek. Met een stem waar je voor moet zijn, zoals ze in Vlaanderen zeggen, maar die wat je er ook van vindt, indrukwekkend is.
Gabriel Rios feat. Jef Neve en Kobe Proesmans
In tegenstelling tot Gregory Frateur heeft Gabriel Rios een stem die weinigen zal tegenstaan. Hoog en zuiver. Vriendelijk. Rios speelt zonnige popliedjes waarin hij zich soms uitleeft met vervreemdende arrangementen.
Op Gent Jazz werd hij bijgestaan door wereldmuziekpercussionist Kobe Proesmans en jazzpianist Jef Neve. Aan het wezen van de muziek veranderde dat niet veel. Basis blijft het liedje. Een herkenbare melodie, soepel gebracht. Souplesse lijkt het kernwoord bij Rios. Zijn stem is soepel, zoals ook de ritmes en de presentatie soepel zijn. Muziek van zondagskinderen, veel moeite lijkt het niet te kosten.
Jef Neve imponeerde met een lange solo. Even mocht hij zich losmaken uit zijn dienende rol. Neve kreeg sowieso meer ruimte dan Proesmans bij de zware versterking van zijn onorthodoxe drumkit in een onvoordelig contrast stond met zijn subtiele spel.
Jef Neve, Gabriel Rios en Kobe Proesmans
Afgezien van Neve's lange feature bracht het drietal in bijna anderhalf uur voornamelijk liedjes. Een van Neve, “Voodoo Chile” van Jimi Hendrix, verder liedjes van Rios, waaronder een mooie, verstilde song “Angelhead”. Op plaat vult Rios de leegtes graag met koortjes en effecten. Nu bleef de muziek kaler, wat prettig is. Om de kleine bezetting in de grote concerttent goed hoorbaar te krijgen, was het geluidsniveau flink opgekrikt wat ten koste ging van de nuance. In een kleinere zaal komt dit drietal wat betreft waarschijnlijk beter tot zijn recht.
Ondanks de ongebruikelijke bezetting deed Rios wat van hem verwacht werd. Hij palmde het publiek in. Zijn hit “Broad daylight” werd niet gespeeld en toch was het publiek, op een enkele neutrale toeschouwer na, wild enthousiast. Het geeft aan hoe populair de Puertoricaan in zijn tweede thuishaven geworden is.
Cocorosie
Cocorosie is een snel in populariteit groeiend collectief bestaande uit twee gekke zusjes op zang en tal van rare instrumenten, en verder een pianist en een beatboxer. Zij brengen een gestoorde mix van allerhande genres en stijlen waarin steeds de verschillende persoonlijkheden van beide gezusters worden uitgespeeld. De een kirt en rapt. De ander kirt en doet een operazangeres na.
De grote nadruk op het beeldende aspect van hun optreden (filmbeelden, lichteffecten, fel gekleurde uitdossingen) verraadt de grootste invloed op deze muziek: cartoons. Er worden rollen gespeeld, typetjes gedaan. Er wordt gegeind, lol gemaakt. Alles in een poging een eigen, vreemde wereld te creëren; een droom, een trip.
Moeiteloos wonden de dames daarmee de bezoekers om hun vingertjes. Eén recensent bleef vanuit het Noorden dapper weerstand bieden aan het gedrein van twee zusjes die zichzelf heel gek en grappig vinden.
Soil & “Pimp” Sessions
Ze zijn al geruime tijd bezig, maar de ster van de zes Japanners achter Soil & “Pimp” Sessions is rijzende. Naar verluidt waren ze een van de hoogtepunten op North Sea en op Gent Jazz waren ze niet voor niets de slotact.
Soil & Pimp: Akita Goldman, Tabu Zombie, Shacho
Door jazz en salsa maniakaal te oversturen en op te voeren, hebben ze het ideale recept voor een feest gevonden dat ze zelf Death Jazz noemen. Voor wie de muziek nog geen reden genoeg is om een dansje te wagen, is er agitator Shacho, die eruit ziet als een kruising tussen John Belushi en André Hazes en die band en publiek voortdurend opjut met zijn hilarische aanmoedigingen, waarvan een groot deel onbegrijpelijk blijft.
Dat de groep door steeds om het hoogst, het hardst en het snelst speelt, lijkt een te beperkt format, maar de oneindig lijkende energie van de groep ontkracht veel bezwaren. Bovendien wordt steeds als de verveling lijkt in te treden een nieuw element ingebracht; de groep wordt tijdelijk gereduceerd tot een trio, speelt een soulvolle ballad of zet ineens een maf en stuiterend ska-achtig slotnummer in. Bovendien houden ze de set kort, zodat ze aan explosiviteit niets inboeten.
Het uitdenken van een dergelijk concept is niet het moeilijkste, maar avond na avond de energie en overgave brengen die nodig is om deze adhd-jazz van te grond te krijgen, dat is meer dan bewonderenswaardig. Soil & “Pimp” Sessions heeft het spektakel van rockshows overgenomen en daar de instrumentbeheersing uit de jazz aan toegevoegd. Net als het zoeken naar een nieuwe manier om een oud verhaal voor een jong publiek toegankelijk te maken. Het gedurfde citaat uit “My favorite things” in het tweede nummer, bewijst dat de zes hun klassiekers kennen. Hun spel met de traditie is heel verfrissend. Op plaat blijft de muziek overeind, live spettert ze of je nu van dansen houdt of niet.
- Gent Jazz Festival website
