3’Ain – Unland
CD-RECENSIE
3’Ain – Unland
bezetting: Yamen Martini trompet; Piet Maris accordeon; Otto Kint contrabas
opgenomen: Zinnema, Brussel
uitgebracht: 29 mei 2026
label: Choux de Bruxelles
aantal stukken: 6
tijdsduur: 36’51
website: yamenmartini.com - choux.net
door: Georges Tonla Briquet
Het cijfer 3 staat bij de nieuwe release van het Belgisch-Syrische trio volop centraal. Niet alleen in de vertaling van de naam die de achttiende letter van het Arabische alfabet voorstelt, maar ‘Unland’ is meteen het derde album na drie jaar. Een logisch vervolg op wat voorafging met nog steeds dat tikkeltje engagement.
Fictieve bestemming
Met de titel verwijst het trio onrechtstreeks naar een fictieve bestemming waar iedereen welkom zou zijn. ‘Unland’ is de soundtrack voor de reis en de aansluitende aankomst.
Openingstrack ‘Nachtschade’ klinkt als een aankondiging wanneer na een uitputtende tocht het einddoel in zicht is. Trompettist Yamen Martini creëert in de kenmerkende stijl van Ibrahim Maalouf met de typische kwarttonen een grootse ruimte die hoop en optimisme weerspiegelt. Alles speelt zich af in slow motion. De partituur is een stijloefening waarbij Arabische maqam (het melodieuze aspect) en westerse patronen (de harmonieën) elkaar kruisen.
Groeiproces
In ‘Staketsel’ horen we hoe ze het eerste obstakel overwinnen aan de hand van wat schermutselingen met de trompettist als heraut die de bedoelingen accentueert. Door middel van handgeklap krijgt zijn boodschap een rituele ondertoon. ‘Oufti’ weerspiegelt het groeiproces. Het nummer is rustig aan opgebouwd en groeit zonder tot een climax te komen. Op die manier blijft de spanning gegarandeerd.
Aansluitend komt er in ‘Zink’ meer actie met tempovertragingen en -versnellingen. Bassist Kint hanteert de strijkstok wat voor een eerder sinister karakter zorgt. ‘3’Ain’ laat de luisteraar verder nog ronddwalen in licht verwante Balkan-sferen om uiteindelijk dit hoofdstuk af te sluiten in cinemascope met ‘Batich Ahmar’. Dit nummer staat tevens op de speciale verzamel-cd ‘The Sound Of The Abbey’.
