GELD VAN CHET BAKER
VERHAAL
door: Michael Varekamp
Het unieke van jazz is dat het lijkt alsof het uit het niets ontstaat. Pure tovenarij hoe ideeën ontluiken, zich ontwikkelen en op microniveau miraculeus samensmelten. Ongrijpbaar en adembenemend. De pianist die precies het juiste geïmproviseerde akkoord neerlegt of de drummer die het accent al een zwiep naar voren geeft nog voordat de trompettist zelf weet dat hij juist dat wil gaan spelen. Lucht en trilling sublimeren tot absolute schoonheid waarna het zich oplost in het niets tijdens de openbaring. Menigeen heeft wel eens gedacht hoe doen ze dat toch?
Ik heb het samenspel altijd het mooist gevonden vandaar mijn voorliefde voor de contrapuntimprovisaties in New Orleans Jazz. Op zijn best een vernuftig samenspel van trompetten, trombones en rieten die elkaar uitdagen, aanvullen en inspireren om aan het eind als door een wonder perfect uit te komen. Onderweg vrolijk de vruchten plukkend van de hemelse waarheid. Een lichtend voorbeeld van hoe discipline de hoogst haalbare vorm van vrijheid genereert. Duke Ellington antwoordde eens op de vraag van Charles Mingus of ze niet een free jazz plaat konden opnemen. Oh no, we don't have to go back that far.
De lekenvraag Speel je met een band? ken ik maar al te goed. Het is juist de kunst de vrijheid vorm te geven in de nabijheid van anderen. Afgezien van die momenten waarbij je eigenhandig contact zoekt met de kosmos en ieder ander daarbij alleen maar in de weg zou lopen. Soeverein op zoek naar resonantie tussen jou en de schepper.
Jazz is ook strijd. Strijd om het recht op expressie. Strijd om er überhaupt te mogen zijn. Strijd om niet zomaar te worden geliquideerd voor het oog van de wereld door de zoveelste despoot uit de geschiedenis van de mensheid. Jelly Roll Morton hóór je zich verzetten tegen het systeem met zijn Red Hot Peppers, Miles Davis stelt dat er godverdomme niet voor niets doden zijn gevallen tijdens de jacht op gelijkwaardigheid en John Coltrane schreeuwt en fluistert in één beweging dat er altijd meer vragen dan antwoorden zullen zijn.
Een band die dertig jaar intensief samenspeelt ontwikkelt een ijzersterk collectief bewustzijn dat bestaat uit herinneringen aan muziek, familie, gigs, hachelijke avonturen, nog meer muziek en anekdotes.
Al is het maar als middel om het leven te duiden. Opgebouwd in kleedkamers, studio’s, concertzalen, clubs, gruizige hotelbars en tijdens ontelbare kilometers op ongemakkelijke stoelen in treinen, bussen, auto’s en vliegtuigen. Langzaam maar zeker word je elkaar. Op en naast het podium. Naast alle pracht en praal ken je ook elkaars bullshit en weet je wanneer de ander de kantjes er vanaf loopt of ergens mee zit.
Om te beginnen moet er een vonk zijn. Of een oerknal. Om het even wat als het maar knettert.
In een vruchtbaar artistiek bestaan kom je die mensen vanzelf tegen ook al ligt aan al die paden een jarenlang proces van keuzes ten grondslag. Variërend van instrument, concept en absolute devotie aan de ideeën over wie het wel en niet begrepen heeft. Nog afgezien van een hele reeks triviale zaken zoals wat staat er in de platenkast thuis, wie heeft er een piano of welk muziekvriendje heeft er een leuke zus.
Daarboven zweeft onophoudelijk de in onzichtbare inkt geschreven vraag Hoe graag wil je dit eigenlijk?
De grap is dat in iedere levensfase deze vraag zichzelf opnieuw stelt. Het leven van een aanstormend talent is wezenlijk anders dan dat van iemand die op weg is een legende te worden met drie kinderen en twee echtscheidingen op zak. De uitdrukking Als je een optie B hebt kan je beter meteen iets anders gaan doen is meer dan stoerdoenerij in onze robuuste en tegelijk kwetsbare wereld. Dat is nog maar het begin.
Daarna begint de levenslange zoektocht naar de heilige graal. Net zolang totdat alleen dat ene overblijft.
The mother of Ella is a great cook! Yeah, and they have a funny dog too!
Oude tourverhalen staan er bol van. In het door rassenscheiding getergde Amerika van de vorige eeuw bestond er zoiets als een Underground Railroad voor muzikanten. Een geheim circuit van huishoudens die dienst deden als pleisterplaats tijdens lange tournees en die samen de ruggengraat vormden van de Jazz in die ruige jaren.
Muzikanten houden zichzelf bij elkaar met onzichtbare lijm. Waar gewone families blijven klitten door gedeelde geschiedenis en genetisch materiaal wordt hier de samenhang bepaald door muzikale bloedlijnen, pas veel later gevolgd door gedeelde geschiedenis. Schipperend tussen zelfgekozen familie, gezworen vrienden en wapenbroeders in de kunsten. Het kan zomaar zijn dat er twintig jaar lief en leed wordt gedeeld, gevolgd door tien jaar radiostilte om bij de eerste de beste ontmoeting doodleuk verder te gaan waar je samen was gebleven. Als we niet spelen zien we elkaar niet. Te druk, te moe, te ver.
Hooguit als iemand voor een feestje eens een café afhuurt waar de geborgenheid van de vriendschap kan floreren in de losheid van een volle kroeg. Op de manier zoals muziek ook gewend is haar intimiteit te delen op het podium. En op begrafenissen. Dan zijn we er altijd. Als langgerekt afscheid aan al onze strijdmakkers en als eerbetoon aan de Jazz.
Als de Jazz bij elkaar wordt gehouden door familiegevoelens - wanneer ik een interview van Pops bekijk van vlak voor zijn dood, voelt het daadwerkelijk of ik mijn opa zie - hoort daar vanzelfsprekend ook de mogelijkheid van verraad bij. Groot en klein verraad zoals in het echte leven.
Van stiekem rokende pubers tot buitenechtelijke escapades. Mijn moeder voelde zich kinderlijk gekwetst toen ik als late tiener besloot om eerste kerstdag door te brengen bij het thuis van mijn kersverse verkering.
Het is verleidelijk om als ouder te denken dat iedere beslissing om jou draait. Manipulatie is van alle tijden en komt voor in de beste families. Ook loyaliteit bevindt zich in the eye of the beholder.
In ons vak is het niet anders. Verraad gaat niet over een keer niet op komen dagen, een afgezegde tournee of een flirt met de vriendin van een bandlid. Het gaat over inhoud. En smaak.
Volgende week speel ik met die en die band op Rockefeller Plaza voor tienduizenden mensen.
Oh, maar ik dacht wat wij deden speciale waarde had. Ook voor jou.
Onvergeeflijk. En niet eens expres. Het dooft de liefde onbedoeld.
Dan scheiden daar ter plekke de wegen.
Het gaat om hart. En ziel. En ook nog toewijding.
Dat je met elkaar iets maakt dat verder reikt dan de muziek.
Iets dat raakt aan het hoe en het waarom.
Ik heb vriendschappen gekend die eeuwen leken te duren maar toch kapot gingen omdat er zich een ander evangelie aandiende. De jaren daarvoor hingen we juichend in de lampen en werd elk succesje in onze nog prille carrières tot het ochtendgloren gevierd. Dronken van geluk vielen we in slaap.
Het kan allemaal nog veel erger. Meestertrompettist Wynton Marsalis begint als jongeling eind jaren tachtig een niets en niemand ontziende kruistocht tegen alles wat ordinair, pop en enigszins vulgair is.
Eloquent, eigenwijs en bij vlagen bloedirritant krijgt iedereen er van langs die daar wel of niet om gevraagd heeft. Marsalis en zijn clan verkeren in een permanente staat van paraatheid. De Jazz is de ondergang nabij en het is nu of nooit. In werkelijkheid is het een pleidooi voor beschaving en herijking van de culturele erfenis van vooral zwart Amerika.
Totdat op een kwade dag zijn bloedeigen broer hem verlaat en overloopt naar de vijand. Branford wordt prominent lid van de band van Sting. Wynton blijft achter met een gebroken hart. Nog een paar jaar later verkoopt de rest van het voormalige sterrenquartet van de trompettist haar ziel aan The Tonight Show van Jay Leno. Zijn grote broer voorop. Het was ook verleidelijk geweest. Even geen slopende tournees, een chic appartement in NYC en ondertussen ook nog binnenlopen. Weliswaar met kutmuziek en verplicht lachen maar dat moet dan maar. They cried all the way to the bank.
Screenwriters in Hollywood gebruiken er een handboek voor. Hierin zijn de plots van de verhalen opgedeeld naar archetypes. Een oude bekende is natuurlijk de whodunnit maar er zijn er meer zoals Fish out of water (karakter bevindt zich in een ongemakkelijke situatie met alle gevolgen van dien), The reluctant villain (schurk die er ook maar in verzeild is geraakt) en Guys on a Mission.
Eenmaal in de Jazz word je ingelijfd door die laatste categorie. Wanneer je na jaren eens achterom kijkt kom je tot de ontdekking dat je niet beter meer weet en onderdeel bent geworden van een geheim genootschap dat de toegang heeft ontdekt tot een sacraal universum. Daarom was Marsalis ook zo teleurgesteld.
Samen de wereld over. For better or worse.
Miles Davis moest huilen toen John Coltrane hem verliet om wat hij bij hem geleerd had op zijn eigen manier verder uit te dokteren. Miles op zijn beurt was diep geschokt toen hij Impressions, Coltrane’s uitzinnige variant op So What, voor het eerst hoorde. They are messing with my music had het verbijsterd in de Village Vanguard geklonken uit de mond van de Prince of Darkness.
Orkesten zijn net relaties. Het kan zomaar zijn dat je op een dag wakker wordt met de onverklaarbare behoefte aan een nieuwe horizon. Ook al is het nu nog fijn. Miles stopte met het spelen van ballades omdat hij er zo verslingerd aan was.
Van het bijna een halve eeuw bestaande orkest van Duke Ellington overleden de Maestro zelf, Paul Gonzalves en Harry Carney binnen een half jaar na elkaar. Johnny Hodges en Billie Staryhorn waren hen een paar jaar eerder al voorgegaan. Niet dat het altijd zo gezellig was, sommige orkestleden praatten al jaren niet met elkaar.
Maar het was nu eenmaal familie. In de bus van Buddy Rich kende men elkaar door en door. Zo door en door dat het hele repertoire aan verhalen en moppen was voorzien van een eigen nummer. Als er vervolgens op een druilerige middag iemand uit het niets 79! riep lag de hele bus krom van het lachen.
Muzikanten houden van elkaars muziek maar minstens net zoveel van elkaars verhalen.
Tijdens de repetitie voor een toneelstuk zat ik eens maandenlang op een metershoog piepklein podiumpje op de toneelvloer. Het was krap, wankel en eng. We brachten er uren door, wachtend op de acteurs tot ze hun karakters doorzagen en tot leven konden wekken. Als vanzelfsprekend brachten we de tijd door met talloze anekdotes en sterke verhalen. Over tournees, platen, nieuwe liefdes en oude leermeesters.
Er kwam geen eind aan. Dat wil zeggen tot de verhalen op waren.
We hadden in een week of zes alles aan elkaar verteld daar op dat dakje,
concludeerden we tevreden maar toch ook een beetje teleurgesteld.
We zwegen.
Twee acteurs zochten beneden ruzie met de regisseur.
In een hoekje begon er iemand zachtjes te huilen.
De lucht was even stil tot iemand zei
Zeg Harry, jij krijgt toch nog geld van Chet Baker?
(foto © Peter Putters)
