Muziek Threadgill komt zonder Threadgill niet los
CONCERTRECENSIE. Henry Threadgill Zooid, Bimhuis Amsterdam, 5 november 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen
Is Henry Threadgill constant veranderlijk of is hij ondanks alle muzikale veranderingen juist eigenlijk heel constant? Threadgill is een onvermoeibaar vernieuwer die vanuit het AACM een eigenzinnige stijl ontwikkelde die met zijn ritmische complexiteit een belangrijke inspiratiebron lijkt te zijn voor artiesten als Steve Coleman en diens vele navolgers. Sommigen van hen, zoals gitarist Liberty Ellman, spelen inmiddels met Threadgill samen.
Henry Threadgill, Liberty Ellman en José Davilla
Hoewel Threadgill met veel verschillende projecten als ‘Very Very Circus’ en ‘Make a Move’ voortdurend naar nieuwe muzikale vormen zocht, komt in veel van die groepen een voorliefde voor een zelfde klankkleur naar voren. Vaak gebruikt hij een blaasinstrument met een diepe, zware sound zoals een tuba dan wel een trombone of hoorn in contrast met snaar- en/of strijkinstrumenten met name gitaar en cello.
Threadgills muziek is uitgekiend en intelligent. Op de meest geslaagde momenten is de cerebrale structuur van de composities op een aansprekende, wringende manier in harmonie met de opzwepende ritmes waar meer emotionaliteit vanuit gaat. Het spanningsveld tussen de uitgedachte patronen enerzijds en de intuïtieve improvisaties anderzijds is zowel het sterke punt van Threadgills muziek als haar achilleshiel. Zijn sound is onmiddellijk herkenbaar, maar neigt bij momenten helaas ook naar eenvormigheid.
Op zijn platen heeft hij dit euvel dikwijls weten te vermijden door twee verschillende bezettingen af te wisselen. Live komt het aan op de muzikanten die er staan. De vier die hem in het Bimhuis bijstonden, naast Ellman, José Davilla op tuba en trombone, Stomu Takeishi op bas en drummer Elliot Kavee, zijn allen van uitmuntende kwaliteit. Toch gaat het leeuwendeel van hun inspanningen zitten in het neerzetten van de complexe, studieuze grooves. Degene die de muziek van een scherp randje kan voorzien en daarmee aansprekend maken, is Threadgill zelf. Zijn zangerige altsax en zijn hoekige ritmiek kunnen een prachtig contrast aanbrengen.
Henry Threadgill, Stomu Takeishi en Elliot Kavee
In eerste instantie gebeurde dat niet. Threadgill nam zijn toevlucht tot de dwarsfluit en terwijl zijn band langzaam warmdraaide, leek de vierenzestigjarige blazer uitsluitend met zijn muziek en zijn musici bezig. Contact met het publiek was er niet of nauwelijks. Al die factoren bij elkaar maakten de muziek waarmee werd gestart nogal droog. Knap gemaakt, knap gespeeld, maar weinig aan te beleven.
Dat werd gelukkig gaandeweg beter. Threadgill switchte naar altsax en ging meer en feller spelen. Mede daardoor kwam ook de ritmesectie bij momenten los en bleven de grooves niet de hele tijd onder het kookpunt steken. De opzwepende ritmes die Threadgill in veel vroeger werk benutte, kwamen in het Bimhuis weinig aan bod, maar nu en dan was de energie voelbaar die de muziek van Threadgill zo bijzonder maakt. Het precaire evenwicht tussen hoofd en hart dat de essentie vormt van zijn beste werk werd helaas niet constant bereikt. De balans sloeg meestal door naar het eerste.
- Henry Threadgill: wikipedia
