ZOMER BLUES
VERHAAL
door: Michael Varekamp
Het is hoogzomer.
Er staat een advertentie in de krant.
Te koop Franse Piano uit 1885
Honderd gulden
Na opknapbeurt z.g.a.n.
Mijn moeder en ik tuffen naar een oude dokterswoning een paar dorpen verderop. Een uur later staat 'ie te glimmen in de woonkamer van ons rijtjeshuis.
Tien jaar daarvoor kom ik ter wereld in Rotterdam, Moederziel alleen in een klein weeshuis op de Nieuwe Binnenweg. Negen maanden later wordt ik opnieuw geboren. Dit keer in een boerendorp in een witte familie.
Zo gauw de piano in huis staat begin ik te aarden. Dat had mijn moeder goed gezien.
Ik speel nu trompet en piano en leer de blues van oude platen die ik in huis vind van Louis Armstrong
en Blind John Davis. Zonder dat ik het in de gaten heb gaat het me gemakkelijk af.
Ondanks de groene polders om mij heen.
Misschien ligt het wel in onze aard om te spotten met de zwaartekracht van het leven. En dan bedoel ik ons blues singers, shouters, howlers, crooners. Met of zonder instrument. Natúúrlijk is Satchmo stamvader van de Jazz Vocals, voerde Bubber Miley hele gesprekken met zijn plunger en klinkt de stem van Chet precies zoals die van zijn instrument. Veel musici zijn nu eenmaal ten diepste zangers. Vooral de blazers.
Bij hen komt de muziek welhaast letterlijk uit het lijf. Ooit met een oerknal in gang gezet en sindsdien zorgvuldig doorgegeven van generatie op generatie. We kennen allemaal de liefhebbende moeder die tegen haar kind zegt Je vader kijkt soms net zo. Overlevering. In menig oefenlokaal worden complete solo’s nagezongen en eenmaal op tournee worden er hele big band arrangementen neuriënd gereciteerd tijdens dagenlange autoritten. Van Birth of the Cool tot Count Basie of Glenn Miller. Overigens pas nadat eerst de essentiële levensverhalen zijn besproken en al helemaal wanneer je voor de eerste keer mee op de grote vaart zit.
De periode daarvoor bestaat uit noeste arbeid en ogenschijnlijk heilloos geploeter. Net zolang totdat ene stralende moment waarop je jezelf voor het eerst echt hoort zingen. Op je instrument welteverstaan.
Het jaren voor dood gehouden koper ontwaakt en blijkt een trouwe metgezel op weg naar een gedegen thuis in een verder gloednieuwe wereld. Welcome home Brother. What took you so long?
Eenmaal op weg naar de Heimat blijkt dat je al die tijd onbewust al deel uit maakte van een eeuwenoude familie. Een oud geslacht van Griots. Vertellers. Onvermoeibaar bezig met het bezweren van de lotgevallen van de tijd. Een onverdroten aaneenschakeling van het bezingen van de allesomvattende liefde voor het leven met al haar ups en downs. Obsessief totdat het onvermijdelijke einde zich aandient.
Daarom ook kan de nazit na een lekker concert niet lang genoeg duren. Voor een moment is er orde in de chaos van het dagelijks bestaan en leef je in de verslavende illusie dat je voor eens en altijd aan de kosmos duidelijk hebt weten te maken wie er hier nu eigenlijk de baas is. Met iedere teug rode wijn en elk nog sterker verhaal wordt het moment van landen nog even uitgesteld.
Als ze bij me komt is haar klankbord al aangevreten door de houtworm.
Ze is een beetje vals en sommige toetsen zijn stuk, maar vanaf dat moment zijn we onafscheidelijk.
Ze troost me. Ze bewierookt me. Ze schopt me.
Ze leert me de blues.
Later die zomer zijn we op vakantie en maak ik avond aan avond muziek met een groep zigeuners en andere vrijbuiters. Stuk voor stuk zijn ze een jaar of vijftien ouder dan ik. In de winter overleven ze al spelend in de metro’s van Parijs. Een combinatie van hippies, intellectuelen en muzikanten daarbij gezegend met duizend antennes voor van alles en nog wat. Iedere avond na het eten haast ik me met mijn trompet naar onze vaste plek aan zee net buiten de camping. Ik maak drie weken deel uit van een rondreizend circus dat voor de gelegenheid is neergestreken op een idyllisch eiland in de Adriatische zee en dat zich ontpopt als zoete inval voor gitaristen, violisten, vage trommelaars en wie er verder maar aan wil sluiten. We zijn in wat dan nog Joegoslavië is maar mijn gezelschap neemt alvast een voorschot op de latere oorlog die het land uiteen zal rijten. We lachen de toekomstige tragedie vol ongeloof uit de weg.
Op een avond kijkt een van mijn nieuwe makkers mij met grote ogen aan.
Het is even stil als hij op samenzweerderige toon tegen me zegt You….You are a Bluesman. Ik weet niet wat hij precies zegt, ik ben pas veertien, maar ergens voel ik dat hij gelijk heeft.
Misschien komt het wel omdat mijn bestaan tot dan toe is gestoeld op twee gedachten. Wat fijn dat ik er mag zijn, vrijwel direct gevolgd door Hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg. Mijn zigeunerbloed. Een stille maar ongebreidelde kracht achter alles wat ik doe en evenzovaak
niet doe. De tragiek van een jeugdwond als bron van inspiratie.
Maar dat bedenk ik er allemaal pas later bij.
Veel later.
Tijdens een tour met een volledig Amerikaanse band door het diepe Zuiden van de Verenigde Staten vraag ik de Afro Amerikaanse sterzangeres van de band naar de betekenis van de Blues.
Well Mickey.... there’s sweet blues, there’s nasty blues, there’s happy blues and there’s sad blues. There are all kinds of Blues. But let me tell it like this. One day I have the blues because my man left me but the next day I have the blues because he’s coming back.
De diva barst uit in een bulderende lach evenals de rest van de band die al die tijd stiekem mee heeft staan luisteren.
The next day I have the blues because he’s coming back!
Schaamteloos herhaalt ze de clue, op een volume waarmee ze zeker weet dat iedereen in de ruimte het heeft gehoord. Gewoon, om nog een keer samen te kunnen lachen.
Ook dat is Overlevering.
