Courtney Pine sleurt laatste restjes reserve uit publiek
CONCERTRECENSIE Vierde dag en slotdag Stranger Than Paranoia met Claudio Puntin en Steffen Schorn; Greetje Kauffeld en Trio Ruud Ouwehand; The Dorf; Jazzkamikaze; Njava en Courtney Pine & Band. Tilburg, Paradox en 013, 29 en 30 december 2008
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden
Courtney Pine heeft het festival Stranger Than Paranoia 2008 dinsdagavond met een ware oerknal afgesloten. De Britse tenor- en sopraansaxofonist bewees andermaal dat hij al bij leven een legende begint te worden. Tussen het openings- en het slotnummer gaf hij een uitstalling van wat hij allemaal in huis heeft. Om alleen al dat te beschrijven, begint het een muziekliefhebber voor de ogen te schemeren.
Courtney Pine was de topper van Stranger Than Paranoia 2008. Greetje Kauffeld tijdens haar concert. Steffen Schon bespeelde onder meer de baritonsaxofoon.
Courtney Pine zette in met een duizelingwekkende versie van ‘Sunny’ van Boney M. Slechts het thema bleef fragmentarisch overeind. Als een alchemist onderwierp Pine het nummer aan kritisch zelfonderzoek: met razende notenreeksen – lijkend op Coltrane’s ‘sheets of sound’ – denderde hij door een volstrekt vrij geïmproviseerd speldeel heen. Hoewel de 44-jarige Brit al vanaf het begin van zijn carrière, zo’n vijfentwintig jaar geleden, op zijn grote voorbeeld lijkt, heeft hij zijn toon op met name de tenorsaxofoon eigen kleuren meegegeven. Dat maakte dat Pine in Tilburg kon laten horen, dat er nog leven is na John Coltrane.
Begeleid door hammondorgel, elektrische contrabas, elektrische viool, elektrische gitaar en slagwerk speelde hij afwisselend pop- en jazzstukken. Of dat erg is voor een pure jazzvogel? Welnee. Behaalde immers diezelfde Coltrane geen wereldsucces met zijn versie van ‘My Favorite Things’ uit de musical ‘The Sound of Music’? Dat was de popmuziek van de jaren zestig.
Pine besloot zijn concert met ´Rising Sun´, een ode aan de maandag overleden jazztrompettist Freddy Hubbard. Hier was het van hetzelfde laken een pak. Telkens als je dacht dat Pine nu wel aan het einde van zijn latijn zou zijn, ging hij door en door en door. Zo werden begin en slot van dit gedenkwaardige concert twee absolute hoogtepunten.
Tussen die twee uitersten bleef hij gas geven, maar dan voornamelijk op sopraansaxofoon en de EWI, een elektronisch blaasinstrument dat de bespeler ervan ongekende mogelijkheden biedt. Courtney Pine toverde er fluit, doedelzak, klein symfonie-orkest, met de mond aangeblazen kerkorgel en orkestrale onbekende klankerupties uit tevoorschijn. Sopraan- en tenorsaxofoon tegelijkertijd bespelend leek hij op multi-instrumentalist Rahsaan Roland Kirk.
En of dat nog niet genoeg was: de jazzklassiekers ´Round Midnight´ en ´Take Five´ kregen ongekende versies, de duels van Pine met hammondorgel en slagwerk waren meer dan enerverend, een elektrische viool in de jazz krijgt bij Pine een stoel op de voorste rij. Dit alles zorgde ervoor, dat de saxofonist de laatste restjes reserves uit het publiek sleurde en dat ver na middernacht doodvermoeid huiswaarts toog. Zoveel schoons kan een mens immers nauwelijks bevatten.
The Dorf werd gedirigeerd door Jan Klare. Greetje Kauffeld en gitarist Peter Niewerf. Jazzkamikaze was de zeperd van het festival.
Een andere topper in de programmering van Stranger Than Paranoia 2008 was Greetje Kauffeld. De zichzelf met jeugdig elan overgoten hebbende diva was acht jaar geleden al eens in Paradox en deelde nu mee dat ze met plezier terug was. Dat was aan haar optreden af te luisteren. Ze zong met groot gemak en vooral vreugdevol haar repertoire, dat was gestoeld op het Great American Songbook van de vorige eeuw. Zo kwamen onder meer ‘It might as well be spring’, ‘They can’t take that away from me’, ‘Happiness is just a thing called joy’, ‘Love for sale’, ‘Tenderly’, ‘The shadow of your smile’ en ‘Just in time’voorbij.
In dat Songbook zit ook de makke van een zangeres, die door velen wordt gezien als een jazzvocaliste. Is ze dat echter ook? Een uitvoerster die nergens risico’s wil lopen, precies volgens het boekje zingt, nergens improviseert of stemexperimenten inbouwt, moet eerder worden gekarakteriseerd als een vertolkster van amusementsmuziek. Want al die nummers van pakweg zo’n zestig, zeventig jaar geleden, dat waren toch de hitjes van die tijd? Als je er na al die jaren niet meer van weet te maken dan wat de componisten van toen voorschreven, dan ben je niet anders dan wat een popzangeres anno nu doet. Dat Greetje Kauffeld zich liet begeleiden door een op jazz geënt trio en dat media in de loop der jaren haar hebben verheven tot jazzzangeres in de orde van grootte van Rita Reys, betekent niet dat La Kauffeld dat ook is.
Hoe risicoloos Greetje Kauffeld haar repertoire afwerkt bleek in haar toegift ‘Route 66’. The Rolling Stones maakten er al eens een prachtige variant van, een dag eerder op Stranger Than Paranoia creëerden zangeres Monica Akihary en gitarist Niels Brouwer een welhaast hemelse versie. Met stemdraaiingen, gegoochel met het tempo en onverwachte gitaarinvullingen kun je van oud brood een dikbelegde, verse boterham maken. Greetje Kauffeld lukte dat nimmer.
Voor klanken uit het voorgeborchte tekenden de Duitse rietblazers Steffen Schorn en Claudio Puntin. Met klarinet, basklarinet, baritonsaxofoon, bassaxofoon en basfluit, zochten zij het in de onderste regionen van improvisatiemuziek. Lage, sonore en sombere klanken zijn hun handelsmerk, maar als aandachtige toeschouwer onderga je deze muziek blij en opgeruimd. Beide musici beschikken over een fantastische techniek, hun circulaire ademhaling levert hoogstandjes op, het feit dat zij hun instrumenten onttrekken aan gangbare speelmethoden nieuwe klankmogelijkheden. Want de microfoon rechtstreeks in de pijp van een basklarinet - zonder mondstuk – plaatsen en dan slechts de kleppen van het instrument beroeren, roept ritmische nieuwe geluiden op. En het geluid van een klarinet over een elektrische megafoon jagen, brengt jankende en zagende klanken voort.
De opbouw van het concert van Schorn en Puntin was weldoordacht. Op ritme gestoelde improvisaties mondden naar de finale toe uit in melodische klankvelden, die aan filmmuziek à la Nino Rota deden denken. Daarmee scoorde het duo de zoveelste verrassing.
De zangeressen Lala en Monika van Njava. Trompettist Jan Wessels begeleidde Greetje Kauffeld. Courtney Pine.
The Dorf kreeg op de voorlaatste avond de ondankbare taak Greetje Kauffeld op te volgen. De twintig mans bigband deed dat met een oorverdovend volume. Of dat nodig was? Volgens leider Jan Klare wel: dat volume maakte deel uit van het concept van de band. Hoe het ook zij, als Gustav Mahler nog had geleefd, had hij met het symfonisch materiaal van The Dorf best iets gekund. In deze orkaan van geweld doken soms The Mothers of Invention van Frank Zappa op, die werden opgevangen door de klanken van één viool. En solo´s van twee ontketende drummers met daaroverheen de klanken van een cello, het lijkt op een nieuwe big-bandschets.
Programmeur Paul van Kemenade moest drie keer uithalen om Njava uit Madagaskar naar zijn festival te krijgen. Nu was het gelukt en maakte de vijfmansformatie zijn opwachting op het grote podium van popcentrum 013. Dat bleek een iets te ruime accommodatie. Hoewel de stemmen van de zangeressen Monika en vooral Lala zo´n immense ruimte met gemak aankunnen, kwam de swing die Afrikaanse muziek kenmerkt, niet los. De stembuitelingen van de zangeressen en de dramatiek die in stem en teksten is verborgen, bleef in donkere hoekjes achter.
Tot slot: een vijfdaags festival kan niet alleen draaien op succesoptredens. Voor de zeperd van het jaar zorgde het Scandinavische Jazzkamikaze. Het kwintet speelde muziek die niets met jazz van doen had. ´Smells like teen spirits´ van Nirvana hakte er nog aardig in, maar het eindresultaat van deze hardhoutbewerkers was derderangs popmuziek, gekruid met showelementen die aan de muziek alleen maar afbreuk deden. Als je het woord ´jazz´ in de naam van de groep verbindt aan ´kamikaze´ dan zou Jazzkamikaze kunnen betekenen dat de vijf de jazz dood verklaren. Afgemeten aan hun muziek hadden ze daarin groot gelijk.
