Ruud Voesten’s Ambrosia bereikt nieuw hoogtepunt met Purgatorio
CONCERTRECENSIE. Ruud Voesten’s Ambrosia: Purgatorio, Batavierhuis Rotterdam, 6 juli 2025
Tekst en beeld: Jeroen Jansen
Drummer Ruud Voesten maakte met zijn band Ambrosia ook deel uit van het grote North Sea Round Town-circus dat deze dagen door de havenstad trekt. Dat is terecht want Voesten is één van de drijvende krachten achter de Rotterdamse jazzscene.
![]()
Ruud Voesten’s Ambrosia bracht met 'Purgatorio' nieuw werk uit een omvangrijk drieluik.
Kloppend hart
Voesten is vast lid van het Barry Green Trio dat bijna wekelijks in Vrijmoed optreedt, hij verzorgde workshops op het Eiland Van Brienenoord, was organisator van het festival Branie en hij is lid van de Batavieren. Dat artistiek gezelschap wil een vrijplaats zijn in het Batavierhuis, een monument dat vroeger het kloppend hart was van de havensector in Rotterdam en nu diezelfde functie vervult in de kunst- en cultuursector, vooral op muziekgebied.
Berg der Zonden
In dat Batavierhuis vond afgelopen zondag ook het optreden van Ruud Voesten’s Ambrosia plaats, met de muzikale beklimming van de Berg der Zonden, Purgatorio. Het is een project dat veel zegt over de eigenzinnige koers die Voesten vaart. De drummer laat zich graag door andere kunstvormen inspireren, waaronder de schrijfkunst. En die invloed is niet een oppervlakkige gimmick. Dat blijkt onder meer uit zijn fascinatie voor het werk van de veertiende-eeuwse schrijver en dichter Dante Alighieri, en dan met name zijn meesterwerk De Goddelijke Komedie. Dit epos, dat uit drie delen bestaat, is de leidraad van zijn band Ambrosia.
In 2023 bracht hij op Zennez Records ‘Ambrosia’ uit, muziek geïnspireerd op het eerste deel van dit drieluik, Inferno. Nu is het tweede deel, ‘Purgatorio’ aan de beurt, waarbij Voesten wederom niet over één nacht ijs ging. Hij vertrok naar Florence, de kraamkamer van dit meesterwerk, om daar de muziek te schrijven voor dit stuk. Na een aantal try-outs dit voorjaar presenteerde hij afgelopen zondag de gerijpte versie van de muziek.
Bevlogen verteller
Net als Ambrosia beeldt Voesten met zijn band intelligent en warmbloedig de tocht van Dante uit, dit keer de beklimming van de berg Purgatorio richting het Hof van Eden, waarbij de hoofdpersoon geconfronteerd wordt met de zeven hoofdzonden van de mens, zoals Lust, Luiheid en Hebzucht. Dat klinkt als zware, bijna onmogelijke kost voor een jazzcombo, maar dat is in goede handen van de Rotterdamse drummer. Hij is enerzijds een bevlogen verteller en anderzijds een dermate begaafde componist en bandleider dat hij met zijn formatie die zonden écht tot leven brengt.
![]()
Altsaxofonist en klarinettist Mo van der Does, drummer Ruud Voesten en saxofonist Wietse Voermans.
Want die band van hem, dat is werkelijk het toonbeeld van wat alles in de Nederlandse jazzscene zo mooi maakt. Mo van der Does op altsax en Wietse Voermans op tenorsax zijn een ijzersterke frontsectie die de intentie van de composities en het groepsgeluid veel belangrijker vinden dan ego. Bassist Tijs Klaassen heeft niet alleen zalig geluid op contrabas maar ook een veelzijdigheid op zijn instrument die je zelden hoort. Floris Kappeyne viel op piano en keyboard tijdelijk in voor Koen Schalkwijk, maar hij deed dat voortreffelijk en ging naadloos op in de muziek die door Voesten vanachter zijn drumstel met autoriteit werd geleid.
Sereen en indrukwekkend
Was de muziek op zijn eerste album ‘Ambrosia’ en de interpretatie van Inferno al een prachtige samensmelting van intellect en gevoel, met ‘Purgatorio’ krijgt de visie van Ruud Voesten nog meer vorm. De band maakt onder de leiding van de drummer met zelfvertrouwen allerlei gedurfde afslagen, zoals richting kamermuziek in het openingsstuk ‘Strand’ en door bijna tergend lange stiltes te laten vallen in het daaropvolgende ‘Good Things Come To Those Who...’. De frontsectie start op klarinet in ‘But what if I’m Watson?’ en eindigt zuchtend en gierend op altsax en tenorsax, zonder mondstuk. Nergens een trucje, altijd in dienst van de muziek. En zo klimt de formatie, net als het verhaal, van emotie naar emotie richting een hoogtepunt.
Dat hoogtepunt zit misschien net niet helemaal aan de top, maar ‘Klatergoud’ is dat zeker, met een omineuze intro van Floris Kappeyne op keyboard, gevolgd door wervelend samenspel waarin elk bandlid uitblinkt. ‘Raw Beans’, de verbeelding van de zonde Vraatzucht, is een onwaarschijnlijk mooie compositie, met Mo van der Does op altsax en Floris Kappeyne op piano, die de scheidslijnen tussen jazz en kamermuziek laten vervagen. Het bereiken van het Hof van Eden gebeurt uiteindelijk sereen en indrukwekkend, met Van der Does en Voermans liefelijk op klarinet.
Paradiso
Dit najaar wordt Purgatorio uitgebracht op cd en daarna is het wachten op de interpretatie van het laatste deel van dit drieluik, ‘Paradiso’. Dat zal nog even op zich laten wachten want Voesten heeft dat deel nog niet gelezen, maar zeker is dat hij met dit project weer een forse stap als componist en bandleider zet: dit gezelschap verdient erkenning vér voorbij Rotterdam.
