Nate Wooley keert terug naar de roots
CONCERTRECENSIE. Nate Wooley Quintet, TivoliVredenburg/Club Nine, Utrecht, 9 december
beeld: Ton van Leeuwen
door: Cyriel Pluimakers
De in New York woonachtige trompettist Nate Wooley (1974) deed zich de afgelopen jaren gelden als een echte experimentator. Zijn toonvorming werd gekenmerkt door allerlei vervormingen en er werd gretig gebruik gemaakt van elektronica. Hij speelde met vernieuwers als John Zorn, Anthony Braxton en Fred Frith. De afgelopen jaren lijkt hij zijn focus voor een deel verlegd te hebben naar zijn muzikale wortels. Oude jazz wordt gepresenteerd in een eigentijds jasje, waarbij experimenten hand in hand gaan met de traditie. Op zijn recente cd ‘(Dance To) The Early Music’, uitgegeven door Clean Feed, duikt hij diep in de jazzgeschiedenis.
![]()
Het Quintet van trompettist Nate Wooley met vibrafonist Matt Moran en drummer Harris Eisenstadt op het podium van Club Nine.
Avant-garde
Waar trompettist Wynton Marsalis, wanneer hij dit traditionele repertoire speelt, nogal eens belegen en oubollig klinkt, is de muziek van Wooley fris van de lever. Hij heeft een voorbeeldig kwintet samengesteld met New Yorkse collega's: basklarinettist Josh Sinton, vibrafonist Matt Moran, contrabassist Eivind Opsvik en drummer Harris Eisenstadt. Musici die gerekend kunnen worden tot de top van de New Yorkse avant-garde. De band doet in zijn sound denken aan het legendarische Eric Dolphy Quintet bij de Blue Note-productie ‘Out to Lunch’. De instrumentatie is gelijk en het open groepsgeluid lijkt er rechtstreeks van afgeleid.
Als afsluiter van hun Europese tournee speelt het kwintet in het Utrechtse TivoliVredenburg. Een concert dat georganiseerd wordt in coproductie met Ujazz, de lokale vereniging van jazzmuzikanten en -liefhebbers..
Basklarinettist Josh Shinton en Wooley. Contrabassist Eivind Opsvik.
Vrije vogel
Wooley speelt zo vrij als een vogel en laat zijn trompet gieren, fluiten en knetteren om vervolgens moeiteloos over te schakelen op ‘normaal’ spel. Vibrafonist Matt Moran, die met vier stokken speelt, is een melodisch en ritmisch wonder. Opvallend is dat hij het vibrato op zijn instrument telkens vermindert of opvoert, ook tijdens een improvisatie. Een truckje dat je zelden tegenkomt, want de meeste vibrafonisten gaan uit van één basisstand. Josh Sinton beheerst alle registers van zijn basklarinet en dient de uitbundige Wooley voortdurend van repliek. Het ritmetandem Opsvik en Eisenstadt opereert als een soepel lopende motor. Nergens slaat de drummer de muziek dicht of ontstaat er door de contrabas een bult in het geluid.
Heerlijk om weer eens een kwintet met een mooi gebalanceerd groepsgeluid te horen. Bijna akoestische muziek, zonder gebruik van elektronica en vervorming. De set van zo’n negentig minuten weet van begin tot einde te boeien. Wooley heeft zich definitief ontwikkeld tot een van de belangrijkste vernieuwers van de trompet, maar verliest het rijke muzikale verleden niet uit het oog. Door deze open houding positioneert hij zichzelf als een van de belangrijkste stemmen van de postmodernistische jazz uit New York. Radicaal begonnen, geeft hij nu ook een nieuwe en verfrissende impuls aan de rijke muziek van weleer.
