Jakob Bro zuigt je meteen de muziek in
CONCERTRECENSIE. Jakob Bro Trio, ’t Schuttershof, Middelburg, 2 december 2014
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers
De Deense jazzgitarist Jakob Bro is bekend van het Tomasz Stanko Quartet en Paul Motian’s Electric Bebop Band maar hij heeft als dertiger ook al tien albums op zijn eigen naam staan. In 2009 brak hij internationaal door toen hij ‘Balladeering’ uitbracht.
![]()
Gitarist Jakob Bro, drummer Joey Baron en contrabassist Thomas Morgan op het podium van 't Schuttershof.
Met opvolgers ‘Time’ en ‘December Song’ maakte hij er een ware trilogie van, met als rode draad de bijdragen van Paul Motian, Lee Konitz en Bill Frisell. Dit concert speelde hij trio met bassist Thomas Morgan en drummer Joey Baron.
Bro bracht een aantal stukken waarin hij klein begon. Hij accentueerde dan een enkele noot en omsloot die met een zacht gespeeld ritmisch patroon. Gestaag voegde hij elementen toe, tot zich langzaam de volledige melodie aandiende. Bro demonstreerde trefzeker de bijzondere stijl die hij ontwikkelde om zich uit te drukken: de melodie, eenmaal kenbaar gemaakt, draagt het stuk en wordt ingebed in weids klinkende akkoorden. Waarbij Bro vaak én een ritmisch patroon speelt en open snaren vaak lang doorklinken. Geconcentreerd, zachtjes wiegend van het ene been op het andere, bouwde hij de uitvoering van zijn composities uit.
Effecten
Daarbij was hij nogal eens druk in de weer met elektronische effecten voor zijn gitaar. Al tappend op de pedalen en draaiend aan de knoppen optimaliseerde hij dan continue zijn geluid. En die effecten zijn geen trucje, hij gebruikt ze uiterst functioneel. De langzaam deinende tremolo onderstreepte de melancholie in een bluesy stuk, de ringmodulator voegde vervreemdende dissonante effecten toe, die de wat excentriekere harmonieën accentueerden. En de nagalm en echo zorgden voor een ongekende weidsheid van de akkoordklanken.
![]()
Het Jacob Bro Trio speelde vooral eigen composities.
Thomas Morgan leek helemaal één te willen worden met zijn contrabas, zo dicht kroop hij er tegenaan en boog hij zich er over. Soms benadrukte hij wat basaler de akkoorden, maar vaker zocht hij in de ruimte die Bro bood, plaatsen om kleine frases uit te werken en om de melodie heen te spelen. Geen man van extremen, maar meer van mooi en rustig uitgewerkte ideeën.
Baron zat ontspannen achter zijn kit en nam rustig in zich op wat er om hem heen gebeurde. En alsof zijn ledematen automatisch geactiveerd werden, kwam er steeds een reactie: enkele tikken, het overnemen en uitbouwen van een triolenpatroon dat hij oppikte uit het spel van Bro of een serie zachte roffels over de trommels. Alsof er in de verte een licht onweer voorbij kwam.
Baron verraste vaak met zijn spontane invallen. Een enkele keer ging hij over tot het slaan van een strakke beat. En meteen een bijzondere: in mooie polyritmiek met de partij van Morgan. Naast de eigen stukken van Bro die gespeeld werden, klonk daar ineens Monk’s ‘Epistrophy’. Qua uitvoering dicht tegen het oorspronkelijke werk aan gespeeld. Bro bouwde zijn solo zorgvuldig op en hield de boog gespannen. Baron kleurde speels om de cadans heen en improviseerde op de melodie.
Volume
Wat mede opviel was het volume bij dit optreden. Dat was laag. Ook als het tempo wat omhoog ging of als de solo’s intens werden, bleef het volume beschaafd. Het subtiele spel, lijntjes die door elkaar liepen, alles was goed te onderscheiden. Dat maakte dat je als publiek vanaf de eerste klanken mee werd gezogen in de uitvoering van deze sterke composities van Bro.
