Maurice Leenaars evenaart Oscar Freire
CONCERTRECENSIE. Presentatie nieuwe cd Maurice Leenaars, Theater De NWE Vorst Tilburg, 21 maart 2010
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden
Een dag nadat de Spaanse wielrenner Oscar Freire de prestigieuze klassieker Milaan-San Remo won, kwam Spanje weer uitgebreid aan bod. Ditmaal in Tilburg bij een concert dat flamencogitarist Maurice Leenaars verzorgde ter presentatie van zijn nieuwe cd ‘El Calor’. Waar de Spanjaard, die zich driehonderd kilometer tussen de wielen had laten meevoeren pas op de streep scoorde, knalde de Tilburger er bijna drie uur lang in. Waardoor hij na afloop eveneens de volle winst binnenhaalde en een uitzinnig Theater De NWE Vorst achter liet.
![]()
Flamencogitarist Maurice Leenaars presenteerde in een uitverkocht NWE Vorst zijn nieuwe cd ‘El Calor’. Met onder meer danser Juan Reyes en zanger José Ligero.
Maurice Leenaars is een gitarist, die zich sinds 1989 heeft gespecialiseerd in flamencomuziek. In dat jaar vertrok hij naar Sevilla om zich in deze Andalusische muziekstijl te bekwamen. Hij bleef er een jaar en na terugkomst in Nederland is die specialisatie alleen maar doorgegaan. Tussendoor speelde Maurice Leenaars ook met improviserende musici als Paul van Kemenade, Herman van Haaren, Paul Hagenaars, Gerard Brohm, Frans van Grinsven en Pieter Bast. Deze laatste vermelding is niet onbelangrijk, want het element improvisatie speelt een belangrijke rol in het concept van Maurice Leenaars. Bovendien telt het ook terdege mee in de flamencostijl. Waardoor het duidelijk wordt, dat alles wat Maurice Leenaars in flamenco onderneemt, uitsluitend voortkomt uit improvisatie.
Hoe sterk dat uitpakt bleek tijdens dit presentatieconcert, waarin Maurice Leenaars boven zichzelf uitsteeg. Zijn emotionele uitwerking van alle stukken, de doorleefdheid in zijn spel, zijn ongelooflijke techniek en vooral zijn persoonlijke stijl, plaatsten flamenco in een nieuwe rangorde. Jean Estrada, de manager van Maurice Leenaars’ grote voorbeeld, flamencogitarist Paco de Lucia, zegt het onomwonden: ‘Maurice Leenaars wacht een meer dan veelbelovende toekomst in de wereld van de flamencogitaar’. Daar was dit concert het overtuigende bewijs van.
Voor de pauze van zijn presentatieconcert bleef Maurice Leenaars op zijn geliefde terrein, dat van de flamenco. Met cajónbespeler Miguel García, zanger José Ligero en danser Juan Reyes werkte de gitarist een deel van het repertoire van zijn nieuwe cd ‘El Calor’ af. Zanger José Ligero vervulde hierbij een betoverende rol. Zijn hese stem, vlammende ogen en vurige mimiek voerden elk nummer naar een hitsig hoogtepunt. Hij riep er rechtstreeks de grote Camarón de la Isla mee in herinnering. Het was de grote verdienste van Maurice Leenaars, dat hij met zijn ene gitaar de zang van Ligero opving en telkens weer opstuwde naar nieuwe hoogten. De dans van Juan Reyes was vooral een visuele toevoeging. Zijn wat houterige bewegingen hielden zeker geen gelijke tred met de passie van de drie musici.
Na de pauze kreeg het publiek de kans met de individualistische kwaliteiten van Maurice Leenaars kennis te maken. Met de twee korte solo’s ‘Pa Ti’ en ‘Farewell’ kwam de vingervlugheid van de gitarist helemaal bloot te liggen. En in het aangrijpende ‘Rumba Alzapúa’ liet Leenaars horen dat hij de noten even staccato, loepzuiver en perfect getimed kan wegzetten als Paco de Lucia.
![]()
Het dans- en muziekgezelschap aangevuld met saxofonist Guido Nijs.
Ontroerend was de ode die de gitarist bracht aan zijn op de dag af drie jaar geleden overleden vrouw Hilde. “De moeder van mijn twee kinderen”, voegde hij er trots aan toe. In dit ‘Compañerita Mía’, gespeeld in de Granaínastijl sloegen de vlammen zowat uit zijn gitaar, maar tegelijkertijd legde hij de uitbundigheid van de muziek aan teugels, waardoor de compositie die hij twaalf jaar geleden voor Hilde schreef als liefdeslied, nu een eerbiedig blijk van terugblikken was. Het uitverkochte theater onderging het ademloos.
Dat ook voor Maurice Leenaars de schoorsteen moet roken en flamencomuziek niet altijd het benodigde hout daarvoor aanlevert, is de reden dat de gitarist één licht-commercieel uitstapje maakt. Op de cd én tijdens het presentatieconcert vertolkte hij ‘L’été’, een single die hij speciaal heeft opgenomen voor radiopluggers. Hij hoopt er mee door te breken bij een groter publiek. Het stuk, waarin het thema werd aangegeven door de tenorsaxofoon van Guido Nijs en Maurice Leenaars ondersteuning kreeg van gitarist Paul Hagenaars, is vederlicht, ligt goed in het gehoor, heeft slechts zweempjes invloed van flamenco en is door dit alles hapklaar voor de gemiddelde luisteraar. In de opzet van dit indrukwekkende concert viel het enigszins uit de toon, maar dat is Maurice Leenaars tussen alle kwaliteit door, vergeven.
Maurice Leenaars mag gezien worden als de beste flamencogitarist van Nederland. Al heeft Eric Vaarzon Morel die naam, de Tilburger is in elk geval fantasierijker, technisch begaafder en gedurfder in zijn spel. Wie anders dan zanger José Ligero kan dat beter beamen? Zijn tussen de hese zangregels geperste ‘Vooruit Mauricio’ sprak boekdelen.
