Festival toont alle hoeken en gaten van gipsymuziek
CONCERTRECENSIE. International Gipsy Festival, Interpolistuin Tilburg, 24 en 25 mei 2014
beeld: Gemma van der Heyden
door: Rinus van der Heijden
Voor wie nog niet dolgedraaid was op de ritmes, de snelheid, de virtuositeit en de stroom aan dansbare momenten, had de organisatie van het International Gipsy Festival als uitsmijter Fanfare Ciocarlia uitgenodigd. De Roemeense brassmachine walste elk nog eventueel greintje onzekerheid over de aard van het tweedaagse evenement weg. Daarbij de conclusie presenterend, dat de achttiende editie van het International Gipsy Festival een van de beste was van de afgelopen jaren.
![]()
Violist Valiente van Trikosis, het Balkan Traffic Orchestra en Raromski-zangeres Sandra Tadic die veel indruk maakte op het Gipsy Festival in Tilburg.
Fanfare Ciocarlia pakte het talrijke publiek in als een sinterklaascadeautje. De twaalf Romamuzikanten hadden het slotconcert een knappe opbouw meegegeven. Hun optreden kwam als een dieselmotor op gang en toen die eenmaal op toeren was, was de Balkanfanfare niet meer te houden. De Roemenen stropen binnen hun concept allerlei muziekstijlen af: Caribische invloeden swingen bij Fanfare Ciocarlia net zo hard als Mexicaanse volksmuziek; de voor enkele momenten opgeroepen look-a-like van de Buena Vista Social Club bouwt even gemakkelijk een vrijage op met funkmuziek.
Schuurlinnen
Fanfare Ciocarlia is zo brutaal als schuurlinnen: het orkest durft gerust in te zetten met 'Summertime' van George Gershwin om dan pats-boem door te schakelen naar supersnelle Balkanklanken. En met de popklassieker 'Born To Be Wild' werd het publiek ‘gedwongen’ om mee te zingen. Even maar, want dan werd die machtige, onstuitbare brassmachinerie weer ingeschakeld en moest je dansen, dansen, dansen…
Dat gipsymuziek echter niet ophoudt bij de zo hippe Oost-Europese brassbandgeluiden, is bekend. Het International Gipsy Festival bewees nog eens ten overvloede dat deze muzieksoort gemakkelijk mengt met Spaanse flamenco, jazz, klassieke (gitaar)muziek, klezmer, reggae, ska, folk en zelfs Italiaans/Spaanse anarchistische muziekinbreng. Daarin schuilt ook de kracht van dit zo mooie initiatief: het publiek wordt dansend de ene na de andere muziekstijl ingeschoven en het aanvaardt dat met plezier.
![]()
Accordeonist Marian Badoi. Fanfare Ciocarlia. Bart de Kater en Karin Kranenborg van Raromski.
Naast Fanfare Ciocarlia waren er meerdere hoogtepunten. De opvallendste waren het optreden op zaterdag van de Nederlandse formatie Raromski en dat van het Roemeens/Franse Marian Badoi Trio op zondag. Raromski heeft de overrompelende zangeres Sandra Tadic in de gelederen, de in Nederland geboren dochter van Bosnisch-Servische ouders. Haar stemgebruik is fenomenaal, authentiek en overtuigend, met name door haar versnelde of vertraagde toepassing van vibrato. Het relatief onbekende Raromski musiceert met enorme overredingskracht en dat kan naast dat van Sandra Tadic ook op het conto worden geschreven van accordeonist Jan Rademaker, altsaxofoniste Karin Kranenborg en klarinettist Bart de Kater.
Virtuositeit
Het Marian Badio Trio verkeert op de toppen van virtuositeit. Met als alpinist de accordeonist Marian Badio, die zonder enig spoor van vermoeienis een uur lang de snelste notenopeenvolgingen aan zijn instrument ontrukte. Gitarist Olivier Kikteff, die jaren geleden al het International Gipsy Festival in vervoering bracht met zijn groep ‘Les Doigts de l’Homme’, voedde beslist de verrichtingen van Marian Badio. Maar de accordeonist liet in een solo horen, dat hij het beslist ook in zijn eentje aan kan om festivalpubliek ademloos in de ban te houden. Dit trio maalde niet om dansbare elementen; het zorgde vooral voor luistermuziek, waarmee het aantoonde dat ook dát facet gipsymuziek kan kenmerken.
Het Nederlandse Ot Azoy heeft één credo: snel, sneller, snelst. Balkan- en klezmermuziek vormen hier een onontwarbare kluwen, die de danslustigen in het publiek knettergek maakt. Dat laatste deden ook de jongeren – tussen de 12 en 18 jaar – van Karandila Junior uit Bulgarije. Hier klonken soms valse noten, maar dan wel in de gedaante van accenten. Zelden zijn die valse noten zo effectief geplaatst als bij deze twaalfkoppige brassband.
![]()
Flamencogitarist Juan de Lerida op weg naar het podium, zangeres Monika Lakatos (beiden Romengo). Het publiek tijdens het optreden van Ot Azoy.
Een bijzondere combinatie vormde de Spaanse flamencogitarist Juan de Lerida met de Hongaarse zigeunerband Romengo. De Lerida slaat zijn gitaar keihard aan en legt zijn noten een voor een in staccatoverband neer. De Hongaren lieten ze aangenaam versmelten in een nieuwe mengelmoes die het binnen de alles omvattende term gipsymuziek verdient, om nader uitgewerkt te worden.
Aantrekkelijk was het optreden van de vrouwengroep Alexandra en Romska Stars. Alexandra staat voor Alexandra Beaujard, die naast accordeoniste ook actrice en zangeres is. Bandleden voerden als ze even geen zin hadden om te spelen, aan de rand van het podium fraaie buikdansacts op. Het resulteerde in alweer opzwepende muziek, aangevoerd door een rondzingende cimbalon. Het bombardement aan kleuren in de kleding van de Romska Stars plus hun dansverrichtingen, betekenden een prikkelende visuele toevoeging aan dit toch al zo kleurrijke festival.
Conventies
Trikosis met bandleden uit Italië, Spanje, België en Nederland is een kwintet dat aan muzikale conventies een broertje dood heeft. Het is ooit op straat ontstaan en omschrijft zijn verrichtingen als anarcho-straatmuzikantenfolk. De springende violist Valiente en de prominent aanwezige dambukaspeler Koenta leiden de doldwaze avonturen, die uitmonden in klezmer, Italiaanse en Russische volksmuziek en uiteraard gipsyklanken. Een lust voor het oor en voor het oog, omdat zowel de muziek als de verrichtingen van Trikosis zo onvoorspelbaar zijn als het weer.
![]()
Harm en Emmanuel van de band Trikosis. Dans bij de vrouwenband van accordeoniste Alexandra Beaujard.
Het Balkan Trafik Orkestra zorgde voor een sterk staaltje tijdens het slotconcert op zaterdag. Het ensemble met bandleden uit Macedonië, Bulgarije en Roemenië bestaat pas een maand, maar daar was weinig van te merken. De individuele speelkwaliteiten waren hoog, de muziek veelzijdig door de invloeden uit de drie genoemde landen. De slagwerker kan zó aanschuiven bij een jazzformatie, wat de muziek van het orkest boven het maaiveld uittilde. Zijn uitgebreide roffelpartijen en geïmproviseerde slagwerkpatronen maakten de mengeling van Balkanmuziek met jazz en onmiskenbare gipsy-invloeden, uiterst genietbaar.
Was er dan niets te klagen tijdens dit verrassende muziekevenement? Jazeker wel. Het Belgische Brassaholic is – ook - een nieuw orkest, dat het vooral wil hebben van lichte thema’s, waarop dan wordt ‘gegipsied’. Bijvoorbeeld ‘Caravan’ van Duke Ellington, ‘Money Money Money’ van Abba en het thema uit de film ‘The Godfather’ vormden de basis voor niet al te degelijke uitstapjes naar gipsymuziek. Daarbij kwam dat het bepaald hinderlijk werd dat de Belgen meenden te moeten voordoen hoe het publiek moest meezingen. Nee, dat was wel willen, maar niet kunnen.
Grote opkomst
De talloze invalshoeken waarvoor de organisatie van het International Gipsy Festival had gekozen, zorgden voor een grote opkomst. Een dikke tweeduizend mensen, met opvallend veel jongeren, lieten zich de eindeloze mogelijkheden die gipsymuziek biedt, uitvoerig welgevallen.
Zie ook:
