Popmentaliteit kenmerkt nieuwe jazzvormen op Match & Fuse Festival
FESTIVALRECENSIE. Match & Fuse Festival, St. Hanshaugen Park, Oslo, 14 en 15 juni 2013
beeld: Davide Cardea
door: Tim Sprangers
Jazz is jazz niet meer. Zeker in Europa lijken we steeds minder dol op de virtuoze solisten die zo’n belangrijke rol hebben gehad in de geschiedenis van het genre. De geniale instrumentalisten, waar je uren naar kunt luisteren en die je hele verhalen vertellen met hun bandleden als gesprekspartners. Als we twee dagen rondlopen op het Match & Fuse Festival, dat een licht werpt op de Europese, grensdoorbrekende, geïmproviseerde muziekscène, blijkt dat de nieuwe jazzvormen zich kenmerken door een popmentaliteit. Met een goed vormgegeven concept kom je al een heel eind.
![]()
De bands Skadedyr van toetseniste Anja Lauvdall, Knalpot en Torstein Express op het Noorse Match & Fuse Festival.
Het betreft de tweede editie van het festival, in Oslo dit keer, na een succesvolle aflevering vorig jaar in Londen. Match & Fuse is een Britse organisatie die creatieve, innovatieve muzikanten en bands uit Europa wil laten interacteren. Buiten het jaarlijkse festival, vanwege de Europese insteek telkens op een andere locatie, probeert Match & Fuse vooral samenwerkingstournees te stimuleren.
Als bandje is het een hels karwei om enige voet aan de grond te krijgen in het buitenland. Oplossing: je laten leiden door mensen met kennis van de juiste connecties en plekken. Vanuit Match & Fuse worden duo-tournees georganiseerd, waarbij de ene groep de andere op sleeptouw neemt op eigen grondgebied. De volgende keer gebeurt het andersom. Management en public relations worden gedeeld, net als eventuele winst of verlies. Het zijn vruchtbare initiatieven en slimme vondsten, zeker in deze tijd waar podia en festivals angstig zijn om onbekende en dus commercieel risicovolle namen te programmeren.
In Oslo treden, verdeeld over drie dagen, 24 bands op uit negen landen. De meeste uit Noorwegen zelf, om de lokale scène een mooi podium te bieden en er zullen ook wel subsidiezaken mee gemoeid zijn. De relatief grootste naam is Jaga Jazzist. Het collectief is een mooi voorbeeld van een eigenzinnige formatie dat jazz slechts als thema neemt en er allerlei invloeden aan verbindt. Van elektronica tot stevige rock. Jaga Jazzist is inmiddels een begrip in de jazzwereld en heeft vele muzikanten geïnspireerd tot het verleggen van hun grenzen. Ze zijn een voorbeeld van hoe je met een supersterk bandimago (inclusief naam) je kan mengen in het grotere festival- en poppodiumcircuit.
Daar zullen de vele andere acts ook naar streven. Jazzpodia alleen zijn lang niet het doel meer. Bij veel van de concerten op het festival vraag je je af of ze überhaupt ooit op een jazzpodium gaan spelen. De insteek van de programmeurs blijkt namelijk een uitermate hoog rockkarakter te hebben. Je zult het niet vaak tegenkomen op een jazzgerelateerd festival: snoeiharde metal, mathrock en overduidelijke invloeden van King Crimson en Sonic Youth. Maar hier klinkt het vaker wel dan niet.
Oordoppen
Het is moeilijk afwegen bij welke act je oordoppen het meest nodig zijn. Er zijn een hoop opties. Bijvoorbeeld het Franse Ni!. Een superstrakke gitaarrockband, die met veel vinnigheid en agressie op duizelingwekkende wijze jongleert met, tussen en in de ritmes. De hoeveelheid improvisatie is redelijk klein, want simpelweg niet toe te passen in zulk mathematisch geweld. Zeker naar het einde toe trekt deze formatie alles uit de kast wat leidt tot een zwetende, mega energieke apotheose.
![]()
Bushman's Revenge. Svin. Karokh met zangeres Ina Sagstuen.
Ook Ich Bin N!ntendo behoort tot de oordoppencategorie. De jonge Noren vormen een erg fijn improtrio dat een laatste plaat opnam met de Zweedse freejazzheld Mats Gustafsson. Nu staan ze op het podium met een extra drummer. Tezamen moet je denken aan een ongeoliede en toch op hol geslagen mitrailleur. Wat een goede bak herrie is dit, mede dankzij een wild spelende gitarist die aan de hand van verschillend metaal, behoorlijk afschrikwekkende klanken uit zijn instrument tovert.
Zulke extreme muziek die de uitersten aantikt van bijvoorbeeld volume en overgave, staat onder hoge spanning en vindt makkelijk contradictie met situaties die net wat anders liggen. Als er tijdens het omver blazen van de bekkenstandaard en microfoon opeens een stoet Japanners voorbij loopt - vingers in de oren of driftig fotograferend - is het toppunt van absurditeit bereikt. Jiskefet zou er jaloers op zijn.
Het is op vrijdag en zaterdag fraai weer in Oslo, dat het zonnewarme karakter van het festival goed past. Ook de locatie is van grote schoonheid. Het heuvelgolvende, bosrijke St. Hanshaugen Park, heeft een hellend grasveld richting het podium, waar talloze, vooral jonge mensen picknicken. En als de muziek je te machtig wordt, trek je naar boven in het park, met wat bankjes op een binnenplaats voor een kerkje en nog steeds zicht op het podium. Waar je overigens tot heel laat de zon hebt, die bijna niet ondergaat. Om half twaalf ’s nachts is het nog steeds licht, echt donker wordt het niet. In juni schijnt in Oslo de zon gemiddeld vijftig uur langer dan in Nederland.
Verontrustend
De meeste bands hebben iets verontrustends. Ze moeten ergens tegenaan schoppen. Het doorbreken van de comfortzone ligt telkens op de loer. Dat thema dringt zelfs door tot de creatief vormgegeven festivalfolder, of het programmaboekje, waarin de teksten rouleren rond een 360° as. De muziek is spannend, niet altijd even goed, maar wel met een gezonde, dwarse blik op het gevestigde. Dat hoeft ook niet altijd goed uit te pakken, van de progressieve attitude krijg je al snel vlinders in je buik.
Meer rock komt van de Italiaanse metalmannen van Germanotta Youth, het weinig subtiele Svin uit Denemarken en de populaire progrockers Syncoke, die een thuiswedstrijd spelen. Het is jammer dat er vrij weinig aandacht wordt besteed aan de Noorse akoestische open minded jazzscene. Uitzondering is het zaterdag spelende Torstein Express: mooie uitgeklede, dartelend opgewekte jazz met de wortels in Noorse folk.
![]()
Germanotta Youth. Ni!. Knalpot.
Ook de Noorse toetseniste Anja Lauvdall (van onder meer het schone pianotrio Moskus) onderscheidt zich met pakkende akoestische muziek. Haar twaalfkoppige Skadedyr is een super originele bigband met viool, accordeon, steelguitar, twee drummers en een zangeres. Mooie sfeertjes, en spannend zijn ook de fragmentarisch in elkaar stekende composities. Met voldoende ruimte voor verstilde persoonlijke expressie.
Bandmentaliteit
Hoe verschillend de muziek ook is - van stevige rock tot intieme improvisaties - vrijwel alle groepen hebben de eerder genoemde bandmentaliteit. Goede naam, soms zelfs een kledingstijl, weinig tijd voor solo’s en vooral een sterk muzikaal concept dat zich wringt tussen meerdere genres. Ook de hoogtepunten van het festival voldoen aan deze voorschriften. Het Noorse Karokh heeft dezelfde zangeres als Skadedyr, Ina Sagstuen. Een meisje met een goede strot, die de rafelige jazzpop met post-rock randjes nog verder de hoogte in trekt.
Knalpot is de enige Nederlandse act in Oslo en het duo maakt indruk. Hoewel je de band liever in een kelder ziet, of in ieder geval voor een staand publiek met wat beweegruimte, intrigeren de geluidskunstenaars Raphael Vanoli en Gerri Jäger ook liggend in het gras, wat de meeste toeschouwers prefereren. Het begin is wat afwachtend, later exploderen de exploraties in gruizige dub en knap gespeelde breakbeats. De nieuwe nummers beloven veel moois voor de dit jaar uit te komen plaat die zo goed als klaar is, maar nog wel labelloos is.
Veel indruk maken de twee afsluiters van beide avonden. Op vrijdag is dat het Noorse Bushmen’s Revenge. Een in de fusionrock van de jaren zeventig gewortelde powerband met spacende jampartijen op een fundament van vunzig opgebouwde grooves door drummer Gard Nilson (onder andere Puma). De heerlijk jankende gitaarpartijen doen het goed bij het publiek, mede dankzij de bekrachtiging van een ronkend orgel door speciale gast David Wallumrød. Met een Leslie uit de tijd waar deze klanken op geïnspireerd lijken te zijn.
En op zaterdag zorgt het trio Bol met Tone Åse (zang, elektronica), Ståle Storløkken (toetsen) en drummer Tor Haugerud voor een passend einde. De donkere impropop van deze Noorse veteranen krijgt nog meer diepte dankzij twee bijzondere gitaristen. Stian Westerhus is de oorspronkelijkste en meest inventieve Europese improgitarist van de laatste jaren. Zijn klanken doorboren je diepste emoties. In combinatie met de stuwende riffs van Snah, gitarist van de legendarische rockband Motorpsycho, ontstaat er zelfs een dansfeestje voor het podium.
