Leïla Martial – Dancefloor
CD-RECENSIE
Leïla Martial – Dancefloor
bezetting: Leïla Martial zang; Jean-Christophe Jacques sopraan- en tenorsaxofoon; Laurent Chavoit contrabas; Eric Perez slagwerk, sampling, zang
opgenomen: december 2010 in Studio du Moulin in Montcabrier (F)
release: 2012
label: OutNote Records
tracks: 8
tijd: 52.47
website: www.outhere-music.com
door: Rinus van der Heijden
De Franse zangeres Leïla Martial (1984) komt uit een muzikale familie. Haar vader is muziekleraar, haar moeder operazangeres. De weg die Leïla Martial aflegde was derhalve al enigszins geplaveid, maar de Française bewandelde vanaf haar jonge jaren volledig haar eigen pad. Al vanaf haar vijfde kreeg ze pianoles van een leraar die dol was op jazzmuziek, vijf jaar later bezocht ze een muziekschool om jazz te leren. Al snel kwam ze terecht in de muzikale wereld van gospel, gipsy en Hongaarse en Roemeense muziek.
Naar eigen zeggen heeft Leïla Martial nooit een jazzvocaliste willen worden in de traditionele zin van het woord. Gevoel, levenservaring en de wil om haar stem te laten klinken als de grote improvisators uit de jazz (Charlie Parker en Cannonball Adderley) stonden bij de Française voorop.
Dit alles is te horen op deze cd ‘Dancefloor’, waarop de zangeres haar ervaringen van de laatste vijf jaar als jazzvocaliste wil uitbeelden. Dat doet ze voortreffelijk. Als coloratuursopraan beschikt ze over een aangeboren virtuositeit: de korte noten en tremolo’s en andere versieringen bieden haar hoge stem extra mogelijkheden om jazz op haar eigen manier te vertolken.
‘Dancefloor’ bevat alles wat hedendaagse jazz te bieden heeft. Het gaat tegenwoordig niet meer zozeer om welke stijl wordt gespeeld, maar veel meer over de manier waarop tussen diverse stijlen moet worden gemanoeuvreerd. Leïla Martial doet dit voortreffelijk. Waar de meeste eigentijdse jazzzangeressen stranden op hun onvermogen standvastig te zijn in het hoge register, is daar bij Martial geen sprake van. Haar ongekunsteldheid, ontdaan van aangeleerde technische vaardigheden, laat haar zelfverzekerd steeds maar weer het hoge register aanroepen.
Bovendien is Leïla Martial uiterst bedreven in stemimprovisatie. Soepel beweegt zij zich door de acht stukken, van haar eigen hand of van muzikale evenknie slagwerker Eric Perez. In één compositie, ‘Left Alone’ eert zij haar grote voorgangster Abbey Lincoln. Hoewel het stuk oorspronkelijk is gecomponeerd door Billie Holiday en Mal Waldron, laat Leïla Martial horen, dat zij ook op de eenzame, kale wandelpaden van de jazz kaarsrecht overeind blijft. Daarmee is Leïla Martial een waardevolle aanwinst in de categorie jazzvocalisten.
