Lachende en sublieme Archie Shepp sluit ‘Paranoia’ af
CONCERTRECENSIE. Slot festival Stranger Than Paranoia, Paradox Tilburg, 29 december ’12
beeld: Gemma Kessels
door: Rinus van der Heijden
‘Hoe ouder hoe gekker’ klinkt het spreekwoord. Maar dat gaat niet op voor jazzlegende Archie Shepp. Op hem is de uitspraak ‘hoe ouder hoe blijer’ beter van toepassing. Dag mag je althans opmaken uit de laatste minuten van een schitterend concert, waarmee de Amerikaanse saxofoonreus het 20e Stranger Than Paranoiafestival zaterdagnacht afsloot. Want Archie Shepp lachte en dat is een historisch moment.
![]()
Dan Berglund's Tonbruket, Archie Shepp en een trio met Paul van Kemenade sloten de twintigste editie van Stranger Than Paranoia af in Tilburg.
Of het uit vriendelijkheid was of uit blijdschap om hetgeen hij en pianist Tom McClung neerzetten, doet er niet zo toe. Het lachen van een man die dat nooit doet, was namelijk ook de vlag die de lading dekte: Archie Shepp had er duidelijk zin in. Met als voor de hand liggende uitkomst dat hij én zijn vaste begeleider McClung diepe indruk maakten.
En dat nog wel ondanks het zekere repertoire waarvoor was gekozen. Van Duke Ellington (‘Don’t Get Around Much Anymore’) en Billy Strayhorn (‘Chelsea Bridge’) bijvoorbeeld. Maar ook van Shepps eigen stukken in hetzelfde idioom zoals ‘Hope 2’, geïnspireerd op het werk van pianist Elmo Hope, ‘Burning Bright’ en ‘The Stars Are In Your Eyes’.
Omvatten
Dit alles vormde een oeuvre, dat makkelijk te omvatten is, maar door de behandeling van Shepp steeds maar weer van nieuwe invalshoeken werd voorzien. Archie Shepp toonde zich deze avond opnieuw de grootmeester van de tenorsaxofoon en evenzeer van de sopraansax. Die liet hij schitteren in onder meer ‘Peace On Earth’ van John Coltrane.
De kracht van Archie Shepp zit nog altijd in zijn unieke behandeling van de saxofoon. Zonder zichtbare krachtsinspanning tovert hij eindeloze notenreeksen tevoorschijn, laat ze over elkaar buitelen, rijgt ze in niet voor te stellen nieuwe rijen aaneen en bewandelt intussen het volledige bereik van zijn saxofoons.
![]()
Archie Shepp trad in Paradox op met pianist Tom McClung.
Hij werd deze avond daarin ondersteund door Tom McClung, een pianist die zich in vroegere concerten altijd als een grijze muis gedroeg, maar deze avond aangever, doorgever en afmaker van Shepps muziek was. Intrigerend en fantasievol speelde hij geen twee dezelfde noten, maar sloot zich moeiteloos aan bij het sublieme spel van Shepp.
Dat die laatste ook nog regelmatig de zangmicrofoon ter hand nam, zij hem vergeven. Vooral omdat het uitverkochte Paradox dat zeer op prijs stelde. Shepp is niet meer de hogepriester van vroeger – hij zet zijn revolutionaire ideeën over de strijd van de zwarte man in een blanke maatschappij allang niet meer om in zijn muziek – maar hij heeft zichzelf getransformeerd in een ware bluesshouter en wie zou hem dát nu kwalijk nemen?
Tonbruket
Voordat Archie Shepp en Tom McClung het podium betraden, was dat grondgebied van het Zweedse Tonbruket. Contrabassist Dan Berglund formeerde het kwartet in 2009 op de fundamenten van de superformatie e.s.t. (Esjbörn Svensson Trio). Wellicht dat van de Zweden – ze waren voor het eerst in Nederland – teveel werd verwacht, maar ze kwamen niet in de buurt van e.s.t.
Hoewel de musici alle vier een eigen blik hebben op improvisatie- en rockmuziek, bleven ze ergens middenin hun concept hangen. Gitarist Johan Lindström vormde het middelpunt met zijn elektrische, maar vooral lap- en pedalsteelgitaar. Als een ingespannen schoenmaker hing hij regelmatig diep boven vooral dit laatste instrument, om er een machtige, bijna kathedrale klankarchitectuur aan te ontlokken.
![]()
Dan Berglund's Tonbruket met onder andere Martin Hederos (l) en Johan Lindstrom (r).
In het openingsnummer leek Lindström te hebben geleend uit de countryperiode van gitarist Bill Frisell. Maar door de inbreng van Berglund op zijn contrabas en Martin Hederos op piano en synthesizer, bewoog de muziek zich al snel tussen akoestisch en semi-akoestisch/elektrisch. Dat was meteen het sterke punt van Tonbruket; het vrijwel onmerkbaar laten verschuiven van muzikale sferen. Vooral in de opbouw van de nummers zat kracht en regelmatig mondden ze uit in ware klanksculpturen.
Dat ook rockmuziek een niet te verwaarlozen aandeel heeft in de aanpak, liet drummer Andreas Werliin horen in een superstrakke beat, waar de piano improviserend doorheen liep en de contrabas afwezig mee tokkelde. En in het volume van de muziek, dat sommige toehoorders de vingers in de oren deed proppen.
Supertrio
De laatste avond van Stranger Than Paranoia werd geopend door het trio van Paul van Kemenade, Aki Takase en Han Bennink. Of het nu kwam doordat de drie al twee avonden eerder in het festival te horen waren geweest, is niet helemaal duidelijk. In dit laatste optreden echter steeg het trio – voorzover dat nog kan – boven zichzelf uit. De improvisaties waren van een loepzuiver gehalte en de manier waarop de daaruit voortkomende ideeën van de een naar de anderen werden doorgegeven, is uniek te noemen. De omschrijving supertrio is niets te veel gezegd.
Met een blije Archie Shepp werd de twintigste editie van Stranger Than Paranoia afgesloten. Of initiatiefnemer, organisator en programmeur Paul van Kemenade ook zo blij is, valt te betwijfelen. De subsidies van landelijke, provinciale en gemeentelijke overheid zijn niet meer verstrekt. Dat betekent dus voor de toekomst vrijwel lege handen om te organiseren.
![]()
Paul van Kemenade trad op met de Japanse pianiste Aki Takase en Han Bennink. Pianist Tom McClung (Archie Shepp).
Hoe wrang was het daarom dat de Tilburgse wethouder van Cultuur, Marjo Frenk, schaamteloos vanaf het podium wist te melden, dat Stranger Than Paranoia een van de speerpunten is van de Brabantse cultuur, waar we met zijn allen zo trots op mogen zijn.
Trots, hoezo trots? Cultuur, hoezo cultuur? In Brabant, dat grote kans maakt in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa te worden, wordt tam, laf en bang het landelijke overheidsbeleid gevolgd. En gemeentebesturen lopen er blindelings als kippen zonder kop achteraan. Dat betekent afbraak van het grootste gedeelte van de culturele voorzieningen in de provincie. En in de steden.
Gevaar
Stranger Than Paranoia loopt daarom rechtstreeks gevaar in zijn voortbestaan. Maar Paul van Kemenade kreeg een klaterend applaus toen hij aankondigde dat er “ondanks de conjunctuur toch een 21e editie van Paranoia komt”. Eigenlijk een levensgevaarlijke uitspraak, want nu kunnen subsidiegevers verder dobberen op hun zo ver van de praktijk afgedreven rubbervlotje: ze (de kunstenaars) redden het ook wel zonder ons. De praktijk leert dat het tegenovergestelde het geval is.
Zie ook:
Helemaal mee eens Rinus,
Een prima recensie van een wervelende afsluiting van Stranger than Paranoia.
Paul Janssen (E-mail ) - 31-12-’12 17:08
In het Tilburgse jazzcafé Paradox vond afgelopen week voor de twintigste keer het Stranger than Paranoia-festival plaats. Ondergetekende had een kaartje voor zaterdagavond 28 december. De drie bands van die avond waren: locale legende Paul van Kemenade (in een gelegenheidstrio met o.a Han Bennink op drums en Aki Takase op piano), vervolgens speelde het Zweedse TONBRUKET, de afsluiting lag in handen van de tenorsaxofonist Archie Shepp, begeleid door zijn vaste pianist, Tom McClung.
Na de verbouwing van 2012 heeft Paradox een intiemer zitgedeelte gekregen en een grotere bar die doorloopt tot in de verruimde entreehal. De intimiteit tussen publiek en spelers is ongewijzigd gebleven, helaas geldt dat ook voor het geroezemoes aan de bar. Soit, een bestelling plaatsen kost woorden en een drinklokaal wat het voorvoegsel jazz draagt is nooit muisstil, echter, de hoeveelheid tekens die de gemiddelde Paradox bezoeker daar voor nodig heeft is belachelijk.
De muziek was een ruime voldoende gemiddeld. Paul van Kemenade speelde rustig, beheerster dan voorgaande edities waarbij hij door letterlijk te veel noten zijn medespelers vergat. Daar was nu geen sprake van. De relatie met zijn pianiste leverde kostelijke dialogen in de vorm van toonminiatuurtjes, trippel-trappelfunkloopjes, en onalledaagse marsen en waltzen, die Bennink zorgvuldig ondersteunde, versterkte, doorkliefde en belachelijk maakte met zijn heerlijk ‘kapot’ klinkende drumstel en percussie.
De heren van TONBRUKET lieten mij in onduidelijkheid achter. Wat begon als een serieuze set die door de gesyncopeerde ritme sectie deed denken aan Medeski Martin & Wood, maar ook Can in herinnering bracht door de harmonieën tussen toetsen en rockgitaar, gleed af naar het nivo van een repetitie die steeds meliger van karakter werd. Met uitzondering van enkele
buitenaards mooie harmonieën gebroederlijk gecreëerd door rhodes, gitaar, en bas, speelden de band toch vooral op automatische piloot. Wellicht bleef de bezieling weg, vanwege het ongeïnteresseerde publiek.
De organisatie was zich bewust van de expressiedrift van het publiek. Kort voor de laatste set werd in begrijpelijk (want ik begreep het meteen en ik ben geen autochtoon) Nederlands een oproep gedaan om toch vooral ‘stil’ te zijn. Dit is wat er gebeurde: Archie Shepp betreedt het podium onder luid applaus. Hij gaat zitten, het applaus valt stil en hij buigt zich naar de microfoon voor een introductie. Een groep van zo’n dertig Ego’s aan de bar kan zich niet vinden in de oproep. Alsof Shepp hun gedachten voelt, kijkt hij in hun richting met dodelijke minachting. Het is een blik die meer zegt dan al die lamlendige lulverhalen van deze avond.
Federico - 02-01-’13 12:09
