Paul van Kemenade c.s. vormen betoverende eenheid
CONCERTRECENSIE. Tweede dag Stranger Than Paranoia, De Avenue Breda, 27 december ’12.
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden
De tweede festivaldag is een echte Stranger Than Paranoiahappening geworden. Diversiteit in muziek, verschil in kwaliteit en een fikse graad van verrast worden tekenden de vier concerten in De Avenue in Breda. Het leverde een talrijk en dankbaar publiek op.
![]()
Stranger Than Paranoia in Breda met pianiste Aki Takase en Paul van Kemenade, Nynke Laverman, en het New Rotterdam Jazz Orchestra met Anton Goudsmit.
Voor de ware klap op de vuurpijl zorgde Paul van Kemenade, met zijn kompanen Aki Takase achter de piano en Han Bennink achter, op, naast en vóór zijn drumstel. De Tilburgse altsaxofonist, tevens organisator en programmeur van Stranger Than Paranoia, ging furieus van start in een compositie van de pianiste, waarin de Albert Aylerinvloeden als rijp fruit aan de boom hingen. Om vervolgens in een Thelonious Monkstuk op weergaloze swing over te schakelen.
Paul van Kemenade ziet sinds hij – vele jaren geleden al – zijn blikveld internationaal verruimde, steeds opnieuw kans het maximale uit de door hem gekozen bezettingen te peuren. In dit trio is het niet anders. Het verdiepte en uitgebalanceerde vakmanschap van de drie musici laat met ogenschijnlijk gemak de tijdslijnen van de jazz, in aangename klankvelden aan luisterende oren voorbij trekken. Het levert een betoverende eenheid op, waarin het samenspel in de trio’s en duo’s evenveel aandacht krijgt als in de intrigerende soli.
Onmisbaar
Aki Takase is daarbij van onmisbaar belang. Dolend over het klavier, met verfrissende ademhalingen tussen de noten, tekent zij de grilligheid van het trio voor de anderen uit. Die daarop dankbaar anticiperen. Paul van Kemenade door zijn lyrische basisspel onverhoedse klaroenstoten mee te geven en te goochelen met tempi alsof het walnoten zijn. En Han Bennink door met ogenschijnlijk niet ter zake doende klappen en bombardementen op zijn slagwerk het geheel te ontregelen, maar vooral bij elkaar te houden.
Een tegenstelling in woorden? Wellicht. Maar deze avond was de slagwerker op zijn woestst – een onofficieel Nederlands woord, jazeker, maar wel een dat de nauwelijks te omschrijven speelstijl van deze wonderbaarlijke Nederlander het best benadert. Voor de afwisseling speelde hij op een compleet drumstel – de laatste jaren doet hij zijn concerten meestal af met een enkele snaredrum – waarop hij zijn polyritmiek naar duizelingwekkende hoogten voerde.
Wat een tegenstelling met een ander trio, dat de avond opende: Airkraft. Bevolkt door twee Britten, Chris Caldwell op baritonsaxofoon en Pete Whyman op sopraansaxofoon en klarinet, plus een Nederlander, thuisspeler Frank van der Kooij op tenorsaxofoon. Het trio ontleent zijn bestaansrecht aan een reis naar Noord-Korea in 2009. Het speelde op het Arts and Friendship Festival in Pyongyang en bouwde daar zijn mystery tour rond, zoals ‘woordvoerder’ Caldwell het omschreef.
![]()
Paul van Kemenade. Airkraft. Nynke Laverman en haar begeleiders.
Folklore
Airkraft ontpopte zich als een conventioneel saxofoonkwartet-min-één. Zijn muziek lag ergens tussen klassiek en folklore, tussen sfeertekenend en bedachtzaam. Voor improvisaties was nauwelijks ruimte, omdat alles van papier af werd gespeeld. In een blues gewijd aan Darwin pakten de drie stevig uit, maar dat was het dan wel zo’n beetje. Het concert moest het van piekmomenten hebben, bijvoorbeeld toen de fel aangeblazen klarinet een zacht pruttelende tenor- en baritonsax vooraf ging. Statisch en statig, dat is het handelsmerk van Airkraft.
Diezelfde kenmerken, maar minder scherp aangezet, tekenen ook enigszins de muziek van Nynke Laverman. Het repertoire van de Friese zangeres is gebouwd op gedichten van onder andere Albertina Soepboer, Rutger Kopland en uiteraard Jan Jacob Slauerhoff, ook een Fries. In een werk van de laatste manifesteerde Nynke Laverman zich als een ware fadovertolkster, met de typische stembuigingen die daarvoor nodig zijn.
De zangeres bouwt alledaagse zaken in haar repertoire in, zoals een reis naar Mongolië, waarvan zij terugkeerde met “een langere schaduw, dieper liggende ogen en té krappe ribben”. Mooi gezegd allemaal, omdat zij het in het Nederlands uitlegde. Maar in haar muziek houdt ze stug vast aan het Fries. Daarbij rijst de vraag wat die keuze aan haar concept toevoegt. De volstrekte onverstaanbaarheid ging op den duur irriteren en dat werd versterkt door haar instrumentkeuze: een harp en contrabas en gitaar. Hoewel Astrid Haring en Reyer Zwart die voorbeeldig bespeelden, bleef de muziek te veel in hetzelfde ragfijne kringetje ronddraaien.
Nick Cave
Dat werd pas doorbroken in een compositie van Nick Cave, een zogenaamde murdersong. ‘Little Water Song’ heette het stuk, dat ging over een vrouw die door haar vriend vermoord werd door verdrinking. De compositie kreeg diepgang en emotie, waarbij de indruk zich opdrong dat dit alles te maken had met de vertolking in het Engels.
![]()
New Rotterdam Jazz Orchestra met Anton Goudsmit. Nynke Laverman.
Het New Rotterdam Jazz Orchestra sloot het tripje naar Breda af. Twaalf veelal jongere musici, aangevuld met gitarist Anton Goudsmit. Onstuimig als altijd, onberekenbaar en virtuoos ook. Dat laatste gold niet voor de totaalklank van het Rotterdamse orkest, dat zich deze avond vooral als leerorkest openbaarde. Vreemd, omdat een aantal musici van naam, onder wie gitarist Reinier Baas, de saxofonisten Miguel Boelens, Bart Wirtz en Cyrille Oswald, trombonist Louk Boudesteijn en de trompettisten Rob van de Wouw en Jan van Duikeren het orkest bevolken.
Het New Rotterdam Jazz Orchestra mankeerde het vooral aan een goede slagwerker. Hierdoor rammelde het aan alle kanten; een goede eigenschap voor een drummer, maar niet voor de totaalklank van een groot ensemble. Inzetten waren ongelijk, zelfgekozen vrijheid ontaardde in chaos, het samenspel botste in nogal wat geledingen. Maar gelukkig waren er ook boeiende momenten. Zoals in ‘Karma-tic’ van Anton Goudsmit, waar een bamboefluit en een soort klankschaal de toon zetten.
Stoeien
En toen er met klankkleuren werd gestoeid. Twee trompetten, een hoorn, trombone, tuba en gitaar. Om vervolgens het stokje door te geven aan twee gitaren, er iets later een altsaxofoon en twee tenorsaxen aan toe te voegen en zo weer te groeien naar een volledig orkest. Gedachten aan het Liberation Music Orchestra kwamen voorbij. En dat kan nooit kwaad.
- Stranger Than Paranoia gaat vanavond verder in de Toonzaal te Den Bosch, en sluit morgenavond, 29 december, af in de Paradox in Tilburg. Beide avonden met o.a. Archie Shepp.
Zie ook:
- 26-12-12 Stranger Than Paranoia komt moeizaam op gang (recensie openingsavond)
