Jazz Brugge festival van extremen in durf en stijl
CONCERTRECENSIE. Festival Jazz Brugge, Concertgebouw & Sint-Janshospitaal, Brugge. 5, 6 en 7 oktober 2012
beeld: Jos L. Knaepen
door: Georges Tonla Briquet
De zesde editie van festival Jazz Brugge illustreerde op overtuigende wijze hoe rijk en geschakeerd jazz kan klinken. Van Monteverdi tot hiphop en van Balkan tot postbop. Het kwam allemaal aan bod tijdens het vierdaags festival dat alsmaar gezelliger en avontuurlijker wordt.
![]()
Europese ensembles van onder meer Django Bates, Michel Godard en Francesco Bearzati speelden op festival Jazz Brugge.
Michel Godard
De Franse musicus Michel Godard deinst voor geen enkele uitdaging terug. Hij flirtte in het verleden met de meest diverse stijlen, gaande van reggae tot progrock. Voor zijn concert in Brugge vormde werk van barokcomponist Monteverdi het uitgangspunt. Zelf hanteerde hij daarbij het blaasinstrument waarmee hij beroemd werd, de serpent. Het instrumentarium bestond verder uit saxofoon, theorbe, schalmei en basgitaar. En dan waren er natuurlijk nog de opmerkelijke vocalen van Gavino Murgia die de traditie van de tenoren uit Sardinië aan het geheel toevoegde. Het werd een haast transcendente ervaring waarbij het ene betoverende moment aansloot bij het andere. Geen gratuite technische hoogstandjes of “art for art’s sake” maar een doordachte symbiose. Muziek die evengoed thuishoort op een klassiek podium als op een jazzfestival.
Collective Arfi
Nog meer Monteverdi hoorden we tijdens ‘A La Vie La Mort’, een ode van het Franse Collective Arfi aan Pieter Bruegels schilderij ‘Triomf van de dood’. Saxofonist Jean Aussanaire, trompettist Jean Mereu, contrabassist Bernard Santacruz en Laurence Bourdin (draailier) speelden en improviseerden bij dit sombere en gewelddadige werk een haast serene soundtrack. Samengesteld uit stukken van Monteverdi en aangevuld met eigen composities en improvisaties. De muzikanten zaten achter een doek waarop fragmenten van het schilderij geprojecteerd werden. In de zolderzaal van het Sint-Janshospitaal waar beeldhouwwerken van Peter Jacquemyn tentoongesteld stonden of hingen, zorgde dit voor een hallucinerende luisterbelevenis.
![]()
Kris Defoort gaf een soloconcert. Django Bates Trio, Giovanni Falzone uit het Francesco Bearzatti Tinissima Quartet.
Artvark & Claron McFadden
Voor een andere link tussen jazz en klassiek zorgde het Nederlandse saxofoonkwartet Artvark dat optrad met operazangeres Claron McFadden. Met de nieuwe cd ‘Sly Meets Callas’ leverden de vijf een uiterst hybride schijfje af waarbij ze op meesterlijke wijze zappen van soul naar opera en van blues naar hedendaags en jazz. Live was er net dat – visuele - tikkeltje meer. Muzikanten en zangeres verwisselden continu onderling van plaats. De vier saxofonisten stonden regelmatig kort bij elkaar in een halve cirkel, net als een doo-wop kwartet. Alle stukken werden ingeleid met de nodige commentaar waarbij een vleugje humor niet ontbrak. Iedereen was gekleed in een stijlvol pak. En dan waren er natuurlijk muziek en zang, beide van adembenemende schoonheid en durf. Met als kers op de taart hetzelfde afsluitingsnummer als op de cd: enkel zang en wat kleppenspielereien van de vier heren. Klankman Chris Weeda hield alles gemillimeterd onder controle. Net als bij het concert van ‘A La Vie La Mort’ zorgde de zolderlocatie voor een extra bevreemdend effect.
Intiem
Van een al even intense schoonheid maar nog intiemer was het soloconcert van pianist Kris Defoort. Hij ontspinde een ragfijn web van compositie en improvisatie. Satie was soms heel dichtbij. De ideale reclame voor zijn solo-cd ‘Live In Tokyo’ (W.E.R.F.) die eerder dit jaar uitkwam. De Zwitserse trombonist Samuel Blaser en zijn landgenoot, slagwerker Pierre Favre, improviseerden eveneens op haast serene manier. Net als twee schilders die met zachte penseeltrekken het wit van het canvas stilaan kleur geven, vulden zij met hun golvende melodielijnen de concertruimte. Slechts een paar keer doorbraken ze de homogeniteit met korte stroomstoten.
![]()
Fabrizio Cassol en Fabian Fiorini met zigeunerviolist Tcha Limberger (Aka Balkan Moon). Fabrizio Bosso (Aldo Romano Quartet).
Puur
Er was nog meer pure jazz te horen in Brugge en zelfs van wie je dat het minst zou verwachten. De Britse pianist Django Bates is namelijk een echt buitenbeentje, zowat de Nigel Kennedy van de jazz. Gehuld in een opvallend T-shirt en jeans zou je hem eerder op een punkfestival verwachten dan in de kamermuziekzaal van het Concertgebouw. Met zijn trio bracht hij een ode aan Charlie Parker. Zonder saxofoon maar wel met een vinnige vastberadenheid en een sterk technisch meesterschap. ‘Donna Lee’ en ‘Confirmation’ prijkten op de setlist, naast eigen materiaal. Bird zou dit ongetwijfeld goedkeuren.
Monk’n’roll
Een ander eerbetoon was dit van het kleurrijke Italiaanse Francesco Bearzatti Tinissima Quartet aan Thelonious Monk. Zonder piano, wel met saxofoon, trompet, bas, drums en een overdadige dosis energie. Op het programma stonden nummers van The Police, Michael Jackson, Lou Reed en zelfs Monk. Kortom, Monk’n’roll to the limit. Dit was puur entertainment op de grens van jazz en rock zonder dat het jazzrock werd. Een optreden dat perfect past in de huidige trend waarbij jazz steeds meer en meer opschuift richting pop, rock en zelfs surf zoals bij het Nederlandse Bruut!.
Ook Electric Barbarian, de groep rond bassist Floris Vermeulen en trompettist Bart Maris, transponeerde jazz naar een andere dimensie, te weten hiphop, mede dankzij de inbreng van DJ Grazzhoppa. Rauwer en krachtiger dan de cd en daardoor meteen met een hogere graad van streetcredibility.
![]()
Het kwartet van trompettist Aldo Romano met Henri Texier, Fabrizio Bosso en Geraldine Laurent. Matthias Schriefl trad op met Carlos Bica.
Aka Moon
Het trio Aka Moon, dat met een hele reeks gastmusici optrad waaronder de Belgische zigeunerviolist Tcha Limberger, trok voor een nieuwe project richting Oost-Europa. Invloeden uit onder andere de Balkan, Griekenland en Turkije werden verweven met de typische polyritmiek van de groep. Zoals we gewoon zijn van Fabrizio Cassol en consorten werd het een zeer eclectisch gebeuren. Bijwijlen misschien net iets teveel zelf. Een beetje elimineren, schrappen en inkorten zou wonderen verrichten. Een sterke tip alleszins voor de festivals van volgend jaar.
Het Aldo Romano 4tet, met in de rangen bassist Henri Texier - de man die zijn instrument haast doet zingen - zorgde voor een vakkundig uurtje professionele jazz waar geen speld tussen te krijgen was. De traditionele opbouw van kwartetspel met afgepunte solomomenten ondermijnde enigszins de spanningsboog. Maar de jongere helft van het kwartet - saxofoniste Géraldine Laurent en trompettist Fabrizio Bosso - zorgde wel voor spetterend vuurwerk.
Jazz Brugge was dit jaar een festival van extremen. Extremen van goede smaak, durf en stijl. En dat nog steeds met enkel Europese groepen en artiesten op de affiche. Het zou spijtig zijn mocht dergelijk initiatief gehypothekeerd worden door kortzichtige politieke subsidiebeslissingen.
