Dansorkest en improvisatiehofje, dát is Rudder
CONCERTRECENSIE. Rudder, Paradox Tilburg, 23 maart 2012
beeld: Liesbeth Keder
door: Rinus van der Heijden
Het was het laatste concert van de voorjaarstournee door Europa, dat de Newyorkse groep Rudder in het Tilburgse Paradox verzorgde. Of dat de reden was dat het kwartet bovenal uitblonk in speelvreugde en daardoor een prachtig optreden gaf, is niet helemaal duidelijk. Hoeft ook niet, want het concept van de vier stemt sowieso tot optimisme en speelplezier.
![]()
Een ontketend Rudder in een uitverkocht Paradox, met Chris Cheek, Henry Hey en Tim Lefebvre.
Dat concept valt moeilijk te omschrijven. Ja, jazz, funk, rock, het klinkt er allemaal in door. Dat is echter bij veel groepen heden ten dage zo. Bij Rudder komt er iets bij: onvoorspelbaarheid, durf, experimenten met elektronica en computer en een uiterst nauw op elkaar aansluitende ingespeeldheid verheffen de groep ver boven het maaiveld.
Die elektronica zijn sinds de groep anderhalf jaar geleden ook eens in Paradox optrad, vernuftig verder uitgewerkt. Tenorsaxofonist Chris Cheek is een denker en doener tegelijk, maar hij heeft de afgelopen tijd hoorbaar verder geknutseld aan het bewerkte geluid van zijn instrument. Vrijwel nergens is de authentieke klank van een (akoestische) tenorsaxofoon te horen. Smaakvol mengt hij dit door hem ontgonnen geluid door de elektronische soep, waardoor verschuivingen in timbre en klankeigenschappen ontstaan. Die brengen onwerkelijke kleuren teweeg, waarbij een mens zou kunnen denken: goh, kan een tenor ook zó klinken?
Dat verder verfijnde gebruik van elektronica bij Cheek, sluit nauw aan bij de elektronicasupermarkt van toetsenist Henry Hey. Een Hammond, synthesizer en Rhodes zijn aangesloten op zijn Apple-laptop, waardoor hij naar hartenlust kan mengen en toevoegen. Met gespeelde achteloosheid verstoort Henry Hey het structurele saxspel van Chris Cheek, maar naar believen tovert hij er ook uiterst eenvoudige melodietjes, lijkend op kinderliedjes uit tevoorschijn. De samenzang van tenorsaxofoon en toetsen leverde menigmaal de mooiste momenten van de avond op.
![]()
Groepsfoto: Chris Cheek, Keith Carlock, Tim Lefebvre, Henry Hey.
Die echter moesten concurreren met het verbluffende drumspel van Keith Carlock. Vielen een week eerder in Paradox bij het concert van Kenny Garrett de monden al open van verbazing bij slagwerker McClenty Hunter, Keith Carlock is van vrijwel hetzelfde slag. Uitputtende slagwerkpatronen, hard en genadeloos door de muziek geranseld, veroorzaakten voortdurende tempowisselingen en uitbraken, die de concentratie van de overige bandleden tot het uiterste tartten. Maar de muziek daardoor o zo interessant maakten.
Rudders muziek is zo eigentijds als de seconde die nu wegtikt. Improvisatie speelt een belangrijke rol, maar ook de dansbare elementen in de muziek leiden tot uitbundigheid. Funk, rock, ambient zelfs en het onderzoeken van klanken bestrijken een fiks deel van de totale muziekgeschiedenis. King Crimson, Blood, Sweat & Tears, Chicago Transit Authority; Rudder heeft hun inspanningen onder dankzegging door zijn muziek verweven.
Met basgitarist Tim Lefebvre die de groove uitlegde, waarop saxofoon en toetsen konden wegdrijven en waar slagwerker Carlock met beide benen in ging staan, zorgde Rudder opnieuw voor overrompeling. Dansorkest en improvisatiehofje tegelijk.
Helemaal eens met deze beschrijving van een wederom geweldig optreden!
Roland van Houtert (E-mail ) - 28-03-’12 10:57
