Christian Scott top op verrassend sterke tweede festivaldag
35e NORTH SEA JAZZ FESTIVAL, Ahoy Rotterdam, zaterdag 10 juli, 2010
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Andriessen
Terwijl zijn leermeester Bob Brookmeyer in de Hudson met zijn New Art Orchestra speelde, verzorgde componist Darcy James Argue zijn eerste optreden op North Sea in de veel kleinere Missouri. Gezien de sensationele cd ‘Infernal Machines’ waarmee Darcy James Argue in 2009 debuteerde, is het een kwestie van tijd voor de jonge Canadees zelf in een van de grote zalen staat.
![]()
Christian Scott toont zijn juist ontvangen Paul Acket Award. Zangeres Macy Gray en Herbie Hancock tijdens North Sea Jazz 2010.
Voor ‘Infernal machines’ heeft Darcy James Argue (DJA) in korte tijd al een handvol prijzen en vele lovende kritieken mogen ontvangen. Op North Sea had hij serieuze concurrentie van het exact tegelijkertijd geprogrammeerd staande Tord Gustavsen Ensemble dat met ‘Restored, returned’ ook een van de sterkere platen van de afgelopen tijd heeft afgeleverd.
DJA speelde niet met zijn eigen Secret Society maar met het eveneens 17-koppige Cologne Contemporary Jazz Orchestra. Een uitstekend orkest dat alleen in het stuk ‘Redeye’ dat gaat over luciditeit door slaapgebrek, even uit balans raakte tijdens de solo van gitarist Norbert Scholly. Het pakte de draad vakkundig op en bracht frisse vertolkingen van veel stukken van ‘Infernal Machines’ en een enkel nieuw stuk. De werken werden door DJA met geestige introducties waarin een bijtende ironie doorklonk, aan het publiek voorgesteld. Geen overbodige praatjes, maar een heldere uiteenzetting van het thema die toch al filmische muziek nog beeldender maakte. Het mank lopende marstempo in ‘Jacobin Club’ symboliseert Robbespierres gang naar de guillotine, weten we nu.
De grote kracht van DJA’s muziek schuilt in de manier waarop hij sferen in elkaar over kan laten gaan. Vanuit een duistere, wringende passage ineens een opklaring of omgekeerd. Daarbij maakt hij feilloos gebruik van de dynamiek en klankkleuren met dat subtiel tegen elkaar aanschurende koper. En dat voor een debutant.
Doorzichtig
In de Volga is de zaterdag traditioneel wedstrijddag. Tijdens de finale van de Dutch Jazz Competition werd uitgemaakt wie zich de opvolgers van Blazin’ Quartet mochten noemen, de winnaar uit 2008. Vier finalisten waarvan de Felix Scharmann Groep begon. Het kwintet onder leiding van drummer Scharmann speelt toegankelijke jazz met heldere en open melodieën. Pianist Ruben Hein en vooral tenorist Joao Driessen vielen op met hun vloeiende spel en in het geval van Driessen een opmerkelijk warm geluid. De composities zitten goed, maar ook wat doorzichtig in elkaar. Te weinig verrassend nog om een grote impact te hebben. Beste band volgens de jury bleek uiteindelijk het Castel – Van Damme Kwartet.
Na het teleurstellende optreden van Ornette Coleman een dag eerder toch maar even luisteren hoe de artist-in-residence er het de festivaldag van afbracht. Beter, energieker, coherenter, maar nog steeds niet heel overtuigend. Dat Denardo Coleman in de verste verte geen virtuoos drummer genoemd kan worden, is vrijwel algemeen bekend, maar tijdens het optreden drie jaar terug en op de prijswinnende cd ‘Sound Grammar’ zit hij de groep toch niet zo in de weg als tijdens deze twee concerten op North Sea. De beide bassisten gaan onverstoorbaar door, dat is ergens knap, maar het versterkt toch het idee dat er op de automatische piloot wordt gespeeld en niet meer echt geluisterd. Ornette zelf blijft ongrijpbaar. Soms is wat hij speelt van een onvergelijkbare intense schoonheid, dat betekent dus soms ook niet.
Net als zijn even compromisvermijdende collega avant-gardist Cecil Taylor die bij zijn laatste optreden ineens met Debussy op de proppen kwam, hengelt nu ook Coleman naar aansluiting bij de klassieken. De eerste cellosonate van Bach staat al wat langer op het program, maar daar zijn inmiddels nog wat romantische deuntjes bijgekomen. Helaas.
![]()
Chick Corea trad op tijdens North Sea Jazz 2010, evenals Tore Brunborg en zijn ensemble en artist in residence Ornette Coleman.
Heftig
Op grond van zijn geweldige bijdrage aan het meest recente album van Dhafer Youssef zou het geen verrassing mogen zijn dat de jonge pianist Tigran Hamasyan een sterk optreden zou geven, maar het concert dat de jonge Armeniër met zijn kwintet gaf, was nog vele malen opwindender dan verwacht. De heel jonge groep speelde in een matig gevulde Yukon en had de pech dat gitarist Joe Bonamassa niet alleen de Nile wegblies met zijn idioot hard afgestemde blues, maar ook menig maal de festivaltent kwam binnen waaien. Knap wapenfeit, een keer eindigde beide bands precies tegelijk.
Hamasyan en zijn musici pareerden dat geluidsgeweld met een bijzonder energiek optreden. Hamasyan is een rasvirtuoos die met een innemende inzet speelt. Hij wil veel, heel veel, maar hoewel een enkel nummer onder het gewicht van de vele ideeën dreigt te bezwijken, vindt hij toch steeds een uitweg. In zijn muziek verenigt hij lyrische pianisten als Keith Jarrett en Bill Evans met de volksmuzikale traditie uit Armenië en een flinke dosis eigentijdse, populaire muziek. Een keer nam hij de microfoon ter hand om daarmee iets tussen een oosterse scat en human beatbox ten beste te geven. Drummer Ted Poor, bezig aan zijn derde overtuigende optreden op deze aflevering van North Sea counterde dat met heftige breakbeats. Net daarvoor had Hamasyan een ingetogen volksliedje gespeeld met zangeres Areni. Het spectrum dat deze groep bestrijkt, is ontzettend breed. Fantastisch optreden.
Als heel de band bekend is alleen de bandleider niet, maakt dat nieuwsgierig. In de Brooklynnserie in de Missouri stond de groep van altsaxofonist Jonathon Haffner, waarin Marc Ducret (g), Craig Taborn (p), Eivind Opsik (b) en twee drummers Kenny Wollesen en Nasheet Waits spelen. Ook Haffner houdt er een gevarieerde muzikale opvatting op na. Woeste freejazz-achtige uitspattingen werden gevolgd door dromerige melodieën. Anders dan bij Hamasyan komt de muziek minder organisch en meer conceptueel over, maar opwindend was het bij momenten zeker. Ducret was met zijn heftige, wat pesterige stijl perfect op zijn plaats en ook de wendbaarheid van Taborn werd optimaal gebruik. Als saxofonist en componist heeft Haffner zo te horen nog niet helemaal een eigen signatuur. De kennismaking heeft niettemin de interesse voor zijn plaat ‘Life on Wednessday’ gewekt.
Dat de ruige geluidserupties de toorn van de weergoden hebben opgeroepen, kan niet met zekerheid worden vastgesteld, maar des te heftiger het sextet te keer ging, des te donkerder werd het buiten en toen het eenmaal regende, bleef het urenlang gieten, waardoor een aantal optredens naar binnen moest worden verplaatst.
![]()
Maarten Ornstein van het trio Jungle Boldie, saxofonist Odean Pope, bassist Christian McBride.
Winnaar
Het Nederlandse trio Jungle Boldie speelde gelukkig binnen. De groep van Tony Overwater (b), Wim Kegel (dr) en Maarten Ornstein (ts, bkl) heeft kort geleden een heel lekkere cd afgeleverd, waar ze menig stuk van speelden. Er was ook een nieuw werk, het verneukeratief opgewekt klinkende ‘Palestina’. Prima optreden van een prima band.
De Paul Acket Award voor ‘young talent deserving wider recognition’ werd dit jaar uitgereikt aan Christian Scott. De ontwikkeling van Scott gaat zo snel dat deze goed bedoelde en volkomen terechte onderscheiding al enigszins als mosterd na de maaltijd voelt. Nog maar een paar jaar terug stond er een jochie op de planken dat zich verschool achter stoere hiphop poses en veel bravoure. Vorig jaar gaf Scott al een zeer goed concert op North Sea maar dat was klein bier bij wat hij dit jaar met zijn kwintet presteerde. Van de explosieve bop van Wayne Shorters ‘Dolores’ en Herbie Hancocks ‘Eye of the Hurricane’ via het broos liefelijke ‘The Eraser’ van Radioheads Thom Yorke tot aan zijn eigen schrijnende ‘K.K.P.D.’ waarin hij zijn woede over een ervaring met de politie in New Orleans heeft verwerkt; Scott en zijn band spelen het allemaal met die uitzonderlijke combinatie van gemak en intensiteit. Fenomenaal.
Oud en nieuw
Na Scotts fantastische doorleefde optreden kwam de showcase rond Odean Pope wat gewoontjes over. James Carter stond uitgelaten te swingen en Eddie Henderson deed wat hij de laatste jaren al geregeld met de ‘retrobands’ The Leaders en The Cookers deed, lekker boppen. Pope is een geweldig energieke saxofonist met een machtig geluid en Jeff ‘Tain’ Watts zat achter de drums dus power verzekerd, maar onvergelijkbaar met de rijke emotionaliteit van Scotts muziek.
In de Volga mocht de winnaar van 2008 het wachten op de nieuwe juryfavoriet van de Dutch Jazz Competition bekorten. Blazin’ Quartet heeft sinds het winnen wat veranderingen ondergaan en ook na het verschijnen van hun debuut cd is er het nodige veranderd. De invloed van elektronica is toegenomen en de plaats van saxofonist/ klarinettist Alex Simu is overgenomen door Joao Driessen die nu dus als winnaar en als finalist op de planken stond. Blazin’ Quartet zit duidelijk in een zoekende fase. Hoewel de balans tussen effect en inhoud nog niet helemaal gevonden lijkt, biedt de zoektocht van het tot een kwintet uitgegroeide kwartet meer dan voldoende aanknopingspunten voor een krachtige opvolger van hun debuutplaat ‘Findin’ a way’.
Het afsluitende optreden op zaterdag in de serie ‘Global Brooklynn’ werd verzorgd door een kwartet onder aanvoering van de Nederlander Ben van Gelder. Net als bijvoorbeeld zijn broer Gideon en de ook zo talentvolle trompettist Diederik Rijpstra is hij een van de Nederlanders die profiteert van de goede opleidingen en stevige concurrentie in New York. Dat de jonge Van Gelder het podium deelt met Aaron Parks (p) en Ben Street (b) en Nasheet Waits (dr) geeft al aan dat hij niet zomaar een talent is.
Even opvallend is zijn omgang met de jazztraditie. Van Gelder begint bij de basis. Dat lijkt veilig, maar is in wezen gedurfd. Je op zo’n jonge leeftijd aan het miljoenen keren gespeelde ‘Round Midnight’ wagen, getuigt van lef, de manier waarop hij de klassieker bracht van visie en vakmanschap. Van Gelder heeft een jaloersmakend mooi zangerige toon en hij soleert zorgvuldig en inventief vanuit de melodie. In de eveneens bedeesde Aaron Parks heeft hij een geweldige geestverwant gevonden, de fijnzinnige introvertie die uit hun muziek spreekt, grenst echter aan een verlegenheid die de echte communicatie nog in de weg zit. Ben van Gelder wordt dit jaar tweeëntwintig. Tijd en talent genoeg om nog veel te groeien derhalve.
Her en der was de zaterdag als zwakste dag aangekondigd. Die voorspelling kwam gelukkig niet uit. De vooruitzegging van noodweer helaas wel. Voor de zondag is meer regen en een legendarische voetbalfinale aangekondigd, de waarzeggende octopus zegt dat Spanje wint. Dat zou kunnen, zoals Christian Scott een wereldster wordt. Dat laatste komt zeker uit.
