Gent Jazz Festival eert helden, maar verzuimt de toekomst
CONCERTRECENSIE. Gent Jazz Festival 2011, Bijloke Gent, 7, 8 en 10 juli 2011
beeld: Jos L. Knaepen, Bruno Bollaert
door: Georges Tonla Briquet
Gent Jazz vierde zijn tienjarig jubileum met op het affiche een reeks tributes, de aanwezigheid van heel wat jazziconen zoals Sonny Rollins, en eindelijk weer een stijlvolle ingang van de Bijloke na een jarenlange verbouwing. Echt verrassend was Gent Jazz niet, maar Michel Portal, Terence Blanchard en Dave Holland zorgden wel voor de nodige hoogtepunten.
![]()
Onder meer Sonny Rollins, Al Di Meola en Chick Corea waren de publiekstrekkers van Gent Jazz 2011.
Het concert waar iedereen reikhalzend naar uitkeek, was dat van ‘colossus’ Sonny Rollins. De saxofonist vierde vorig jaar nog uitbundig zijn tachtigste verjaardag. In Gent hield iedereen echter zijn adem in toen hij diep voorovergebogen en zeer traag het podium opstapte. De eerste noten beloofden niet veel goeds maar vanaf het tweede nummer werd het beter.
Rollins begon aan een eindeloze reeks push-ups met zijn saxofoon alsof hij dertig jaar jonger was. Drummer Kobie Watkins en percussionist Sammy Figueroa zorgden daarbij regelmatig voor een latinkleurtje. Gitarist Peter Bernstein verbreedde het spectrum. De strakke inventieve lijn was er niet meer, maar Rollins kwam nooit in ademnood. Voor het bisnummer ‘Don’t Stop The Carnival’ kroop hij zelfs in de huid van een pure ‘honking’ tenorist. Met een staande ovatie als gevolg was dit meteen de gedroomde openingsavond voor het festival.
Voorafgaand speelde Michel Portal al een indrukwekkende set. De Franse saxofonist mag dan niet meteen bekend zijn bij een breed publiek, maar mede dankzij de jonge garde die hem begeleidde, wist hij de hele tent te imponeren. Zijn nieuwste cd, ‘Bailador’, die hij in Gent (gedeeltelijk) kwam voorstellen, klinkt net wat toegankelijker dan wat we van hem gewend zijn. Toch was het concert een sterk staaltje van op en top hedendaagse Europese jazz. Met Nasheet Waits, Harish Raghavan en pianist Bojan Z, zijn trouwe bondgenoot sinds jaren, kon Portal rekenen op een eclectische ritmesectie. Het was echter Ambrose Akinmusire die regelmatig het vuur aan de lont stak. Dat deze jonge trompettist overal bedolven wordt onder de lovende kritieken is duidelijk terecht. Mede door een intrigerende setopbouw leverden Portal en companen het bewijs dat doordachte en complexe jazz niet gelimiteerd moet blijven tot een fanatieke incrowd.
![]()
Michel Portal, Dave Holland Quintet en Sonny Rollins.
Ander hoogtepunt was de passage van het Dave Holland Quintet met in de rangen Chris Potter, Robin Eubanks, Steve Nelson en Nate Smith. Moderniteit en traditie vloeiden naadloos in elkaar over via de perfect getimede solo’s en een duidelijke verhaallijn. Eubanks weet ondertussen verduiveld goed hoe je een niet evident instrument als de trombone in dergelijke context toch kan laten schitteren zonder dat het te gekunsteld klinkt. Ook hier weer het bewijs dat vakmanschap zonder kapsones tot topkwaliteit leidt.
Nog een concert om in te kaderen was dat van Terence Blanchard, een andere meester in het opbouwen. De set begon zeer langzaam met een dreigende ondertoon. Je zag zo een bloedrode zon uitstijgen boven het puin van een vernietigd New Orleans, een duidelijke link met zijn cd ‘A Tale Of God’s Will’. Dat Blanchard gedurende zijn carrière een waslijst van soundtracks componeerde, was duidelijk te horen. Op het programma stonden slechts vijf nummers inclusief de toegift; anderhalf uur muziek waarin alles in opgesloten zat: van harde bebop en electronisch-akoestische trompetsolo’s tot meer ingetogen passages en een flinke dosis humor bij de presentatie van de muzikanten.
Tributes en zomerfestivals zijn een onafscheidelijk fenomeen geworden. Ook dit jaar toerde een aantal groepen rond in het internationale circuit met een of ander eerbetoon.
![]()
Slagwerker Al Foster met zijn kwartet. Basist Stanley Clarke.
Al Foster en George Mraz speelden jaren aan de zijde van saxofonist Joe Henderson (1937-2001). Ook Fred Hersch deelde een hele tijd het podium met de man die klassiekers als ‘Mode For Joe’ en ‘Inner Urge’ uitbracht. Met Eli Degibri in de rol van Henderson bracht dit gezelschap een professioneel afgelijnd programma dat helemaal paste in de context. Classic jazz van de eerste tot de laatste noot met voldoende ruimte voor solomomenten.
Een tribute van een totaal ander kaliber was Return To Forever IV. Chick Corea, Stanley Clarke en Lenny White eerden hun eigen erfenis met deze vierde reanimatie van de legendarische groep. Violist Jean-Luc Ponty en gitarist Frank Gambale waren er eveneens bij. Dit was jazzfusion van diegenen die zowat veertig jaar geleden het genre mee bepaalden. Het draaide niet uit op eindeloos gesoleer of een aaneenrijgen van supergelaagde structuren. De heren genoten zichtbaar van de show en dat straalde af op de liefhebbers die gekomen waren om hun helden nog eens aan het werk te zien. Met natuurlijk ‘Romantic Warrior’ als afsluiter.
![]()
Dave Holland, Randy Brecker. Gonzalo Rubalcaba en Al Di Meola.
Al Di Meola behoorde ooit tot de clan van Return To Forever maar hij kwam naar Gent met zijn eigen reïncarnatieproject. Hij bracht recent een nieuw werk uit met zijn World Sinfonia en wilde dit maar al te graag voorstellen. De cd zal niet meteen de jaarlijstjes halen maar live klonk de kruisbestuiving tussen jazz en flamencogetinte wereldmuziek heel wat anders. Vooral de Cubaanse pianist Gonzalo Rubalcaba zorgde voor een aantal memorabele momenten, solo maar ook in duet met Di Meola. Twee meesters die tot het uiterste van de verfijning gingen en zo een hele tent muisstil kregen. Daarnaast zorgden de interventies van de Italiaanse accordeonist Fausto Beccalossi voor een warm mediterraan kleurtje. Plaats dit programma in de juiste concertzaal en er wordt maanden later nog over gepraat.
Heel wat minder subtiel was de funkjazz van de Soulbop Band, het verbond van Randy Brecker en Bill Evans met Medeski Martin & Wood. Stevige kost met virtuositeit als handelskenmerk. De orgelinterventies van John Medeski zorgden bijwijlen voor een trashy psychedelisch kleurtje. Het boeiendste werd het nog bij de stukken waar enkel Medeski Martin & Wood aan zet waren en zo het publiek een kijk gunden in hun parallel universum.
Gent Jazz Festival kan terugblikken op een geslaagde editie. Goede opkomst, een aantal sterke concerten en eindelijk ook een festivalwaardige entree. Ondanks het verantwoorde programma zou in toekomstige edities de jongere generaties meer hoofdrollen toebedeeld mogen krijgen.
Ik heb aan deze deskundige recensie van mijn vriend Georges weinig of niets toe te voegen !!!
Guy Van de Poel (E-mail ) - 15-07-’11 21:54
