Festival Moers na veertig jaar nog altijd springlevend
CONCERTRECENSIE. Festival Moers, Freizeitpark te Moers, Duitsland, 11 en 12 juni 2011
beeld: Oliver Heisch
door: Georges Tonla Briquet
Ook voor deze veertigste jubileumeditie bleven ze zichzelf trouw in Moers ondanks de drastische besnoeiingen in het budget waardoor er maar drie van de vier festivaldagen overbleven. Met concerten van onder anderen The Ambush Party, Jon Irabagon Trio, Michiyo Yagi Double Trio, La - 33 en de in laatste instantie toch nog opgedoken Ornette Coleman was het weer volop genieten van boeiende improvisatiemomenten, pure jazz en feestelijke wereldmuziek.
![]()
Onder meer Ornette Coleman, Michiyo Yagi en Tia Fuller zorgden voor een uitverkochte jubileumeditie van Festival Moers 2011.
Locatie (Freizeitpark Moers) en decor (de vertrouwde circustent) bleven identiek terwijl artistiek directeur Reiner Michalke en zijn ploeg opnieuw voor een sterk programma zorgde met twee absolute hoogtepunten: Jon Irabagon Trio en Michiyo Yagi Double Trio. Voor de gelegenheid prijkten bovendien een groot aantal muzikanten op het affiche die in het verleden reeds te gast waren in Moers.
De New York Connection
De laatste jaren komen nog meer dan vroeger, heel wat groepen en artiesten uit de alternatieve jazzscène van New York naar Moers. Onder hen deze keer saxofonist Jon Irabagon. In 2009 was hij er al bij maar toen met Mostly Other Pepole Do The Killing. Deze keer kwam hij met een trio waarin naast bassist Peter Brendler tevens de legendarische drummer Barry Altschul zat. Deze laatste trad hier reeds op in 1975 (met Anthony Braxton). Irabagon en Altschul zijn ondertussen al een tijdje vertrouwd met elkaar. Zo vinden we ze ook terug op de cd ‘Foxy’. Net als op deze cd was het concert in Moers een lange flow zonder enige onderbreking. Bijna een uur lang tastte het trio de grenzen af tussen free, postbop, experiment en pure melodielijn. Een helse rit met een ervaren bestuurder zodat er nooit gevaar dreigde om uit de bocht te gaan. De heren verrasten nog door te kiezen voor een ballad als bisnummer. Tot de laatste noot bleef het hierbij muisstil in de tent. De volgende dag bewees Irabagon aan de zijde van onder andere bassist Todd Nicholson en drummer Marcos Baggiani dat hij ook als pure improvisator een ongelooflijk muzikant is. Onthoud de naam, Jon Irabagon.
Andere New Yorkers waren Igmar Thomas & The Cypher. Thomas werd aangekondigd als een van de huidige protagonisten die de versmelting van hiphop en jazz een toekomst verlenen. Met David Bryant (toetsen), Eric Wheeler ((bas), Dana Hawkins (drums) en vooral saxofonist Marcus Strickland had hij in elk geval een zeer strak spelende begeleidingsgroep. De ritmesectie leverde de juiste funk- en souljazzpatronen en Bryant aarzelde zelfs niet om het geheel wat open te trekken richting latin. Thomas durfde echter niet alles vlijmscherp af te lijnen zoals het hoort. Hij is duidelijk nog geen Christian Scott of Roy Hargrove. Het potentieel is er wel maar wordt nog niet genoeg uitgewerkt. Het was een beetje zoals een goed voorspel waarop geen sex volgt.
![]()
Saxofonist Jon Irabagon (Trio) en trompettist Igmar Thomas (& The Cypher) vertegenwoordigden de alternatieve New Yorkse scene. Bassist Vernon Reid trad op met de groep Encryption.
Stadsgenoten Encryption gingen er wel helemaal voor. Met een pas genezen Ronald Shannon Jackson, half verscholen achter zijn schuins opgestelde cimbalen, bassist Melvin Gibbs en gitarist Vernon Reid werd het hele parcours tussen fusion, rock en bluesrock verkend. Het ontbrak al eens aan de nodige samenhang maar de continue dreigende ondertoon die je onwillekeurig aan nachtelijke New Yorkse taferelen deed denken, creëerde toch behoorlijk wat spanning. De ideale soundtrack voor de remake van de cultklassieker ‘The Warriors’.
Van een heel ander kaliber was het Tia Fuller Quartet. Gehuld in een te strak gespannen glitterpakje met dito schoenen zat de vrees er meteen in dat deze saxofoniste voor een uurtje gladde r&b ging zorgen, in het verlengde van haar werk bij Beyoncé. Maar neen dus. Samen met bassiste Mimi Jones, haar zus Shamie Royston achter de piano en schoonbroer-drummer Rudy Royston (hij was hier vorig jaar met Bill Frisell) vergastte ze het publiek op een sterke set van gedreven bop gelardeerd met heel wat staccato ritmen. Door haar te uitgebreide en vooral te Amerikaanse commentaren verhoogde het showgehalte en daalde het muzikaal niveau af en toe. Tia Fuller zou echter wel eens kunnen uitgroeien tot de lieveling van het grote publiek op North Sea Jazz waar zij ook te gast is. C’est chic le jazz!.
Improvisatie tot het uiterste
Uit Nederland was er The Ambush Party, de perfecte opener zaterdagnamiddag. Het concert sloot naadloos aan bij de ‘morning sessions’ waar muzikanten voor het eerst samen op een podium staan en dan op muzikaal avontuur trekken. De vier van The Ambush Party kennen elkaar al langer maar musiceerden in dezelfde geest. Aanvankelijk gingen ze elk afzonderlijk op zoek naar de mogelijkheden van hun instrument tot ze gezamenlijke raakpunten ontdekten en van daar verder werkten. Goede opbouw, juiste timing, genoeg aandacht voor spanningsbogen en een bijwijlen heel poëtische benadering maakten van dit optreden een sterke stijloefening. Een zelfde omschrijving geldt voor het optreden van bassist Achim Tang die hier zijn project ‘Torn’ voorstelde nadat hij een jaar “artist in residence” was in Moers. Een intrigerende subtiliteit en een juist gevoel voor humor kenmerkten het experimenteel werkstuk dat hij bracht samen met zijn drie volgelingen (Philip Zoubek, Joe Hertenstein, Joris Rühl).
![]()
Gedreven bop van het Tia Fuller Quartet. The Ambush Party op het podium van Festival Moers. Bassist Achim Tang speelde zijn project 'Torn'.
Een uur lang improviseren kan ook iets totaal anders opleveren. Dat bewees het Amerikaanse duo Orthrelm. Gitarist Mick Barr en drummer Josh Blair bouwden een betonnen geluidsmuur op zonder de minste zin voor architecturale dieptegang. Het eerste kwartier was dat indrukwekkend maar nadien had je het wel gehoord en was de vervlakking nog het enige wat overbleef. Dan toch liever het Italiaanse Zu dat we hier een aantal jaren geleden aan het werk zagen of een schijfje van Sunn O))). Hetzelfde geldt voor het Noorse duo Monolithic. Een set getekend door hardcore monovolume. Voor heel wat mensen de ideale pauzemuziek om even iets te gaan eten of drinken.
Hoogte- en dieptepunten
In Moers hoor en zie je de grootste extremen. Dat is altijd zo geweest en was nu ook dit jaar het geval. In de rubriek ‘complete mislukking’ was er de nieuwe versie van The Golden Palominos. Drummer Anton Fier trad hier op in 1983 samen met John Zorn, Arto Lindsay, Bill Laswell, Fred Frith en David Moss. Inderdaad, een heuse supergroep. Deze keer draaide het nochtans anders uit. Met slidegitarist Tony Scherr, Kevn Kinney (gitaar, zang), Lianne Smith (zang, gitaar) en bassist Chris Morrissey erbij stond er nochtans mooi volk op het podium. Helaas werkte de combinatie niet. Het leek wel een openbare repetitie waarbij ieder zijn weg zocht. Het oudere werk van The Byrds en The Allman Brothers beluisteren we nog regelmatig met plezier en de nieuwste van Drive By Truckers kunnen we aanraden maar wat dit gezelschap deed met southern americanarock klonk heel krampachtig. Wat een misser.
Een paar uur voordien hadden we gelukkig het tweede onverwachte hoogtepunt van het festival gezien: de Japanse Michiyo Yagi met haar double trio gevormd door twee bassisten en twee drummers. Yagi bespeelt de 17-snarige en 21-snarige koto, een traditioneel Japans instrument waarvan je de harpverwante klank meteen herkent. In deze constellatie echter geen traditionele muziek of zen-verwante bespiegelingen maar puur vuurwerk. Van dubbele drumsolo’s tot spacy progrock, het suisde allemaal voorbij. Een adembenemende vertoning en hopelijk zo snel mogelijk terug op een podium in de buurt.
![]()
Michiyo Yagi met haar double trio zorgden voor een grote verrassing op het festival. Het Ornette Coleman Quartet sloot Festival Moers 2011 af.
Naast deze twee extreme momenten waren er nog zeer genietbare concerten van het Deense Little Red Big Bang (alsof Trondheim Jazz Orchestra en Flat Earth Society samen een mini musical bedachten) en The Dorf (een heuse oerknal van een hardcore bigband). Zaterdag mocht La – 33 de festivaldag afsluiten met een hitsige mix van salsa, timba, mambo, son montuno en guajira. Deze groep weet hoe je een feestje moet bouwen. Zondagavond kreeg Seun Kuti de eer om de veertigste editie af te ronden. Met de nieuwe cd ‘From Africa With Fury: Rise’ onder de arm en omringd door Egypt 80 (waarin een paar leden uit de groep van zijn vader) zorgde deze zoon van Fela Kuti voor een wervelende tranceshow boordevol funk, jazz, soul en afrobeats.
Jubileumeditie met gepaste verrassingsgast
Er was reeds maanden sprake van dat Ornette Coleman naar Moers zou komen. Tot plots op de website van het festival het bericht verscheen dat het feest niet doorging. Heel wat onduidelijkheden volgden. Artistiek directeur Reiner Michalke verklaarde de hetze door te zeggen dat hij het trouwe publiek van Moers een verrassingsoptreden wilde aanbieden en dat de onderhandelingen niet echt van een leien dakje verliepen. Uiteindelijk was Ornette Coleman dan toch aanwezig op de sluitingsdag samen met zoon Deando Coleman en het bassistenduo Al MacDowell en Tony Falanga. Een verrassende set werd het niet maar de saxofonist (die heel even ook zijn trompet ter hand nam), liet zich van zijn beste zijde horen. De man is eenentachtig ondertussen en beleeft duidelijk nog veel plezier aan zijn muziek. Dit is niet de beeldenstormer die hier dertig jaar geleden op het podium stond maar Moers had zich geen beter verjaardagsgeschenk kunnen inbeelden. Na de rechtstaande ovatie die volgde op het bisnummer wilden zijn muzikanten stoppen maar Coleman drong zelf aan op een tweede bis. Hij had het duidelijk naar zijn zin. Respect in elk geval.
Met drie uitverkochte dagen kunnen ze in Moers terugblikken op een uiterst geslaagde editie. De financiële druk is daarmee niet weg maar inhoudelijk hebben Reiner Michalke en zijn ploeg opnieuw bewezen dat er genoeg kwaliteit is om ook volgend jaar weer recht te hebben op de broodnodige subsidies.
