Harmen Fraanje: ‘Kritiek interesseert me steeds minder’
Harmen Fraanje is genomineerd voor de Paul Acket Award.
Foto © Jos Knaepen.
De status van pianist Harmen Fraanje (1976) blijft maar groeien. Hij stond met grootheden als Kenny Wheeler, Mark Turner en Magic Malik op het podium, kreeg de compositie opdracht tijdens het North Sea Jazz 2004, is pianist in de groepen van Eric Vloeimans en onlangs verscheen Ronja, zijn tweede cd als bandleider, waarop onder meer Nelson Veras en Hein van de Geyn meespelen. En nu is daar de nominatie voor de Paul Acket Award. ‘In Frankrijk moet alles er piekfijn uitzien. Wat een overbodige onzin denk ik dan.’
KG: Gefeliciteerd met je nominatie voor de Paul Acket Award. Was je verrast?
HF: Ja, ik was aangenaam verrast. Ik had helemaal niet bij de mogelijkheid stilgestaan en zou trouwens ook niet weten wat de prijs voor de winnaar precies is. Het is in ieder geval een leuke opsteker en ze waarderen blijkbaar waar ik mee bezig ben. Muziek heeft natuurlijk niets met prijzen te maken, maar het is wel leuk wanneer je positieve aandacht en waardering krijgt. Het is een stimulans om op deze manier door te gaan. Ik heb Anton (Goudsmit, ook genomineerd, red.) meteen gebeld en gezegd dat we vanaf nu vijanden zijn…lachen.
KG: Je woont afwisselend in Tilburg en Parijs. Vanwaar deze combinatie?
HF: ‘Ik woon voornamelijk in Tilburg, maar een paar keer per maand ben ik in Parijs om te spelen. Het is een interessante stad, waar veel goede muzikanten zijn. Ik wil mijn blik ook buiten Tilburg verruimen, hoewel ik het hier wel naar mijn zin heb. Er hangt in Tilburg een oorspronkelijke energie. Iedereen mag doen wat ie graag wil doen. Op sessies spelen musici van verschillende niveaus met elkaar, zonder dat er meteen een etiket op iemand wordt geplakt.
KG: Zijn er grote verschillen tussen Frankrijk en Nederland wat jazz betreft?
HF: Ik heb het idee dat in Frankrijk de presentatie belangrijker is dan in Nederland. Alles moet er piekfijn uitzien; een hele persmap en zo. Wat een overbodige onzin denk ik dan. Maar wat betreft het spelen is het niet echt anders. Dan vind ik eerder de Noren een uitzondering.
KG: Wat maakt de Noren zo bijzonder?
HF: Ze hebben veel meer aandacht voor sound. Er is ruimte in die muziek, maar dat heeft misschien wel met de geringe bevolkingsdichtheid van het land te maken. Daarnaast is het de traditie om een eigen geluid te hebben. Je hoeft dus eigenlijk niet volgens een traditie te spelen, want de traditie is een eigen geluid. Daar hebben ze het dus volgens mij echt begrepen. Hier is de traditie dat je bebop gaat oefenen. Ja, what the hell. Als je dat leuk vindt moet je het maar doen, prima. Maar niet omdat het de traditie is. In Noorwegen, of eigenlijk in Scandinavië, proberen ze vooral zichzelf te zijn.
KG: Lopen we hier dan te veel achter de Amerikaanse traditie aan?
HF: Het heeft met smaak te maken. Mensen moeten de muziek maken die ze graag willen spelen. Voor mij is het belangrijk dat muziek eerlijkheid uitstraalt. En originaliteit kun je ook nog wel vinden bij mensen die nu bebop spelen, vijftig jaar na de Amerikaanse traditie. Persoonlijk zit ik er niet echt op te wachten, hoewel ik soms nog best verrast en geraakt kan worden door mensen die in de bebop stijl spelen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel of muzikanten wel of niet achter de Amerikanen aanlopen. Speel waar je zin in hebt.
Ook kritiek op mijn eigen muziek interesseert me trouwens steeds minder. Ik maak muziek, ik gooi het de wereld in en de rest is voor jullie. Vanaf dat moment heb ik mijn dingetje wel gedaan en hoef ik daar niet meer op terug te komen.
KG: Hoe zou jij je eigen ontwikkeling van de laatste jaren omschrijven?
HF: Ik speel nu veel ruwer dan een paar jaar geleden. Leg nog meer nadruk op improvisatie. Voorheen wilde ik vooral mooie liedjes spelen, maar ik heb me in een andere richting ontwikkeld. Nu studeer ik bijvoorbeeld veel Bach, luister naar pygmeemuziek. Dat neem je mee in je eigen stukken. Ik wil vooral breed geïnteresseerd zijn en geen muziek uitsluiten.
KG: Je bent ontzettend gedreven. Wanneer je niet slaapt, zit je achter een piano, zo lijkt het wel. Waar komt die drive vandaan?
HF: Tja, waar komt die drive vandaan? Ik vind het gewoon zo leuk om muziek te maken en weer nieuwe dingen te ontdekken. Soms door iets te onderzoeken, soms door een fout die je maakt waardoor er een hele nieuwe wereld opengaat. Er is nog zoveel te ontdekken. Het is misschien een cliché, maar muziek maken is voor mij eigenlijk de wereld ontdekken. Daarnaast kom ik op veel plaatsen, heb leuke mensen om me heen die me inspireren.
KG: Wat zou je droombezetting zijn?
HF: Er zijn nog zoveel mensen met wie ik graag zou willen spelen, maar het moet ook op een vriendschappelijk level klikken. Ik zou wel een keer met Paul Motian (drums, red.) en Joe Lovano (sax, red.) willen spelen. Maar eigenlijk heb ik niet echt een droombezetting. Er zijn wel een miljoen dingen mogelijk.
- Harmen Fraanje website
