Jesse van Ruller kiest voor diversiteit én overeenkomsten op Jazz International Rotterdam
Jesse van Ruller is gastprogrammeur van het Jazz International Festival 2006. Foto © Marcel Mutsaers.
‘Het festival draait om overeenkomsten tussen verschillende generaties en stijlen.’ Jesse van Ruller heeft de artistieke leiding over het Jazz International Rotterdam festival dat van 29 september tot 1 oktober duurt. Als gitarist behoort hij al jaren tot de absolute top van de Nederlandse jazz. De organisatie van het festival in Rotterdam gaf hem vrij baan om een programma samen te stellen. Jesse van Ruller over de musici op Jazz International Rotterdam, klassieke muziek, New York en het winnen van de Monk Award: ‘Toen ik die prijs won, had ik nog nooit zelf een nummer geschreven!’
Van Ruller is opgetogen over zijn rol als artistiek programmeur van Jazz International Rotterdam (JIR). ‘Het is een beetje zoals plaatjes draaien voor mensen. Terwijl de ene cd op staat, kan ik vaak niet wachten om de volgende al weer te laten horen. Eigenlijk is het programmeren van zo’n festival hetzelfde, maar dan met echte bands.’ Met namen als Jim Hall, Nelson Veras, Peter Bernstein, Eric Vaarzon Morel en natuurlijk Van Ruller zelf, heeft de 2006 editie van het JIR een programma dat er wezen mag.
De nadruk in de programmering ligt op gitaristen, wat niet zo vreemd is aangezien Van Ruller het programma heeft samengesteld. ‘Op een lijstje heb ik muzikanten gezet die ik op dit moment interessant vind. Ik luister nu eenmaal veel naar gitaristen. Ik wil het publiek mijn muzikale smaak laten horen.’ Hoewel de nadruk ligt op jazz en gitaar, heeft Van Ruller wel gekozen voor diversiteit. Zo is Jim Hall een grootheid van de oude generatie, maakte Eric Vaarzon Morel naam als virtuoos flamencogitarist, behoort Frank Möbus tot de avant-garde en vertegenwoordigt de in Frankrijk wonende Nelson Veras het ‘Europese’ jazzgeluid. ‘De gitaristen die spelen, komen allemaal uit een andere hoek. Veel mensen zien alleen maar verschillen tussen musici en stijlen; ik zie vooral overeenkomsten, ook tussen twee uitersten als Jim Hall en Frank Möbus. Het festival draait eigenlijk om overeenkomsten tussen verschillende generaties en stijlen.’
Klassiek
Zelf speelt Van Ruller elke avond op het festival. De gitarist begint met een duo optreden op de vrijdagavond met pianist Bert van den Brink, waarbij onder meer stukken van Ravel op het programma staan. Ook met zangeres Francien van Tuinen nam Van Ruller een cd op met klassieke bewerkingen. ‘Eigenlijk luisterde ik nooit naar klassieke muziek. Niet uit desinteresse of zo, maar het kwam er gewoon niet van. Door het project met Francien ben ik naar componisten als Ravel, Debussy en Satie gaan luisteren. Het heeft me een beter begrip van harmonie gegeven. Harmonie in jazz is vaak hetzelfde. Het draait om symbolen, waardoor je de stemvoering uitschakelt. In klassieke muziek is er meer harmonische beweging. Bij Ravel gebeurt harmonisch zo veel dat je het niet tot symbolen kunt terugbrengen.’
Jim Hall
Een van de hoogtepunten van het JIR wordt ongetwijfeld het duo optreden van Van Ruller met levende legende Jim Hall. ‘Ik zag hem een paar jaar geleden spelen op het North Sea. Hij is een van de laatste van die generatie en hij is nog zo goed. Kwetsbaar, minimalistisch en zonder opsmuk. Ik ben echt een liefhebber van zijn stijl.’ Overigens zijn Van Ruller en Hall geen vreemden van elkaar. De Nederlander won in 1995 de prestigieuze Amerikaanse Thelounious Monk Award en was daarmee de eerste Europeaan die de prijs in ontvangst mocht nemen. In de jury zaten onder meer Path Metheny, John Scofield en Jim Hall. Met het winnen van de award was Van Ruller’s naam in één keer gevestigd. Toch denkt hij met gemengde gevoelens terug aan die periode: ‘Ik was vers van het conservatorium. Mijn muzikale ideeën waren nauwelijks ontwikkeld en ik had geen idee met wie ik graag wilde spelen. Wat dat betreft had ik die award beter een paar jaar later kunnen winnen. Op dat moment had ik nog nooit zelf een nummer geschreven!’
New York
Ondanks Van Ruller’s onervarenheid toonden Amerikaanse platenlabels interesse in de jonge gitarist. Voorwaarde was wel dat hij naar New York zou verhuizen. ‘Het was te vroeg. Ik wilde me eerst verder in Nederland ontwikkelen.’ Hoewel hij heeft getwijfeld, is Van Ruller blij met de keuze die hij heeft gemaakt: ‘Ik ben tevreden zoals het nu is. Ik ga regelmatig naar New York voor optredens of opnames. Maar voor muzikanten daar is het een ‘struggle’. In de Amerikaanse maatschappij draait alles om geld. Je moet jezelf verkopen. Dat is zo belangrijk, dat de muziek bij sommigen zelfs op de tweede plaats komt. Ik zou me daar niet thuis voelen, hoewel er op muzikaal gebied natuurlijk ook fantastische dingen gebeuren’.
Die ‘fantastische dingen’ gebeuren nu ook in Europa. ‘Zo’n vijftien jaar geleden speelden Joshua Redman en Christian McBride een nieuw soort bebop. In Nederland gingen muzikanten dit imiteren. Net als de Amerikanen wilde iedereen hier ook jong en hip zijn. Muzikanten gingen opeens in pak het podium op en imiteerden die New Yorkse agressie. Maar wij wonen niet in New York. Sinds een paar jaar zijn musici hier veel zelfbewuster geworden. Je had natuurlijk al mensen als Willem Breuker en Misha Mengelberg die hun eigen gang gingen. De jongere generatie is nu ook veel zelfbewuster.’
Overeenkomsten
Van Ruller heeft het als gitarist in Nederland naar zijn zin. Zowel op het gebied van improvisatie als compositie ontwikkelt hij zich naar eigen zeggen nog steeds. Eind september verschijnt zijn duo-cd met Bert van den Brink. Daarnaast werkt hij samen aan een project met flamencogitarist Eric Vaarzon Morel. ‘Ik wil me meer met flamenco bezighouden vanwege de vrijheid in die muziek. Hoe verder ik kom, hoe minder beperkingen ik heb. Mijn overzicht wordt steeds groter en ik voel ook steeds meer vrijheid. Het bezig zijn met klassieke muziek en flamenco hebben hier zeker toe bijgedragen. Ik zie nu vooral de overeenkomsten tussen al die verschillende stijlen. Het draait uiteindelijk toch om muziek als een soort universele taal.’
Voor die overeenkomsten in verschillende stijlen heeft Van Ruller ook op het Jazz International Rotterdam gekozen. Naast bovengenoemde gitaristen spelen onder meer Martin Sasse, Harmen Fraanje, Stéphane Galland en Martijn Vink. Saxofonist Jasper Blom kreeg van Van Ruller een compositieopdracht voor vier gitaren, drums, bas en sax. Van Ruller: ‘Het is een eenmalig optreden. Ik denk dat het echt heel bijzonder wordt.’
