Muziek maakt einde aan acuut geheugenverlies
COLUMN
door: Rinus van der Heijden
Van mij zul je geen kwaad woord meer horen over de hedendaagse psychiatrie. Wordt de zielenknijpers nogal eens verweten dat ze deze knotsgekke wereld alleen nog maar te lijf gaan met chemische middelen, zo heb ik ervaren dat er ook zijn die muziek als medicijn hanteren.
Wat is er gebeurd? Ik leed al een paar weken aan gruwelijke nachtmerries. Elke nacht droomde ik dat ik voor het jazzmagazine Jazzenzo een column had geschreven over jazztrompettist Chet Baker. Nou zie ik als jazzliefhebber die man helemaal niet zitten, maar in mijn nachtmerries kwam de inhoud van de column wel heel negatief over. Ik droomde dat er maar liefst zeventien reacties op kwamen, het merendeel vijandig en venijnig. In mijn dromen kregen die reacties vorm. Zo van dat ik voortijdig met pensioen moest. Of vanuit mijn onkunde maar nooit meer een letter moest schrijven over jazz.
Badend in het zweet werd ik telkens weer midden in de nacht wakker. Dat kan toch niet waar zijn: mensen die zo fel reageren op wat maar een column is. Je denkt als je het over jazz hebt toch meteen aan vrijheid in hoofd en handelen. Maar nee, vrijwel alle reacties konden slechts voortkomen uit bekrompenheid van geest. Dat laatste hielp me er weer een beetje bovenop: echte jazzliefhebbers doen zoiets niet. Tegen de ochtend viel ik weer in slaap, gerustgesteld door de wetenschap dat ik het allemaal maar had gedroomd.
Maar de nachtmerries bleven. Elke nacht weer. Chet Baker begon een obsessie te worden. ’s Avonds raakte ik aan de drank. Die voedde de boosaardigheid van de dromen nog meer. Ik kwam in een vicieuze cirkel terecht. Een bezoek aan de huisarts werd onafwendbaar.
De diagnose was snel gesteld. Er moest een psychiater aan te pas komen. Hij stuurde me naar een bevriende relatie, die korte metten maakte en me liet opnemen in de psychatrische afdeling van een ziekenhuis. Daar maakte ik na anderhalve week kennis met een jonge psychiater, die me afgelopen maandag uitnodigde op zijn spreekuur. Ik vertelde hem mijn verhaal. Hij schudde meewarig het hoofd en gebood: “Ga daar op die divan liggen en sluit je ogen.”
Terwijl ik ging liggen, liep de arts naar een kast en nam er een cd uit. Al bij de eerste klanken raakte ik in paniek. Dit kon toch niet waar zijn, zo’n muzikale vrijheid, verpakt in dromerige melodieën en neergelegd op uitgebreide improvisatievelden. Slechts voortgebracht door percussie en piano. Het kraakte in mijn hoofd, mijn adem stokte, slaap brandde achter mijn ogen. De jonge psych hield zich delicaat op de achtergrond. Na 52 minuten werd ik wakker en stapte ik verkwikt van de divan.
“Nou, dat hebben we dan ook weer gehad”, zei de arts kortaf. “Je leed aan acuut geheugenverlies. Terwijl jij sliep heb ik op internet gekeken. Je hebt wel degelijk die column geschreven. Er zijn zeventien reacties op gekomen. Maar door dat geheugenverlies wist je dat niet meer en is een en ander in je onderbewustzijn gaan doorvreten. De muziek heeft daar een einde aan gemaakt.” Maar welke musici hebben zoveel kracht in zich, dat ze genezende muziek kunnen voortbrengen, zo vroeg ik me hardop af. De arts drukte me zwijgend de cd in handen. ‘One’ stond er slechts op het zwarte hoesje. Plus de namen van Joost Lijbaart en Wolfert Brederode. Een mirakel! Op naar de platenwinkel, om een volgende depressie te voorkomen.
Ik liep kwiek het ziekenhuis uit. “Hee knakker, hoe is het met je”, hoor ik achter me. Ik zie het bedrukte gezicht van Anton Goudsmit. “Wat is er aan de hand?” vraag ik bezorgd. “Ik heb onze nieuwe badkuip verziekt”, zegt Anton zuchtend. “Je kent toch dat kostuum dat ik al jarenlang tijdens mijn concerten draag? Ik heb het járen geleden in Marokko voor vijftig dollar laten maken. Gisteren dacht ik: het moet misschien eens worden gewassen. Al die rook en zo in de jazzclubs. Ik heb het pak in mijn badkuip gelegd, bakstenen erop en toen de kraan open. Daarna heb ik met een pretsigaret wat liggen pielen op de bank. Toen ik terugkeerde naar de badkamer, was het water donkerbruin. En nu heeft die troep zich zo aan de kuip vastgezet, dat ik ‘m niet meer schoon krijg. Weet jij misschien een oplossing?”
“Zeker”, zeg ik. “Ik heb net ontdekt dat ik een column heb geschreven voor Jazzenzo. Daarop zijn zeventien reacties gekomen. Je moet de kwaadaardigste uitprinten, ze over de bruine plekken in de badkuip uitspreiden en er voorzichtig wat water over gieten. Er zit zoveel vergif in, dat ze gegarandeerd je kuip schoon trekken.”
“Bedankt knakker”, lacht Anton breeduit. En weg tuft-ie op zijn 'Mochito-wijvenbrommertje'.
