De Nieuwe Jazzzangeres
COLUMN
door: Rinus van der Heijden
Deze week even niet goed geworden. Dat was bij het beluisteren van ‘Not Too Late’, de nieuwe cd van Norah Jones. Zij, die door velen werd gezien als De Nieuwe Jazzzangeres, is nu definitief toegetreden tot het Gilde van Zielloze Neuzelaars. Wat een ellende. De titel van de cd klopt ook al niet: wel te laat dus.
Norah Jones is de weg ingeslagen, die velen voor haar ook aflegden. Want wat is dat nou toch steeds, die zucht naar nieuwe jazzvocalistes? Zo was er het jaar 1984 toen Sade haar debuutalbum ‘Diamond Life’ met daarop de hit ‘Smooth Operator’ de wereld inslingerde. Of ik dat album maar eens rap wilde recenseren, zo vond een aantal van mijn collega’s. Pardon? Jazeker, want hier was een zangeres opgestaan, die een brug sloeg tussen pop en jazz op een manier, die nooit eerder was geslagen. Toch maar even niet, dacht ik en van dat besluit heb ik geen moment spijt gehad. Ook Sade liet zich verdrinken in de poel van commercie waar het platenbonzen alleen maar om te doen is.
Nadien hebben zich nog heel wat voorbeelden aangediend. Je kon geen persconferentie van het North Sea Jazz Festival betreden, of de organisatie had weer een zingend wonderkind ontdekt in Amerika. Er schiet me slechts één naam te binnen om dat te illustreren, maar dat is feitelijk ook genoeg: Rachelle Ferrell. Haar naam dook onlangs nog eens op op een album van een landgenoot, maar ook La Ferrell is in het Nirwana verdwenen.
In eigen land gaat het precies zo. Er loopt hier heel wat rond, dat in retraite zou moeten gaan om te overpeinzen of ze de aanduiding ‘jazzzangeres’ waard zijn. Namen? Francien van Tuinen, Ilse Huizinga, Laura Fygi zijn enkele voorbeelden en dan heb je nog de echte rampen als Mathilde Santing en Trijntje Oosterhuis. Wat er op hen tegen is? Heel veel: slechte timing en dictie, het ontbreken van swing en vermogen tot improvisatie, geen stemdynamiek, slechts mooi willen kwelen, abominabele presentatie, slecht kopiëren – dit verschijnsel in de muziek zou vandaag nog bij wet verboden moeten worden – en zich overgeven aan de wensen van alweer die platenbazen. Kijk naar Denise Jannah, hoe interessant zij zich ontwikkelde voordat ze door Blue Note werd ingelijfd. En nadien? Ze is nog slechts een zwakke afspiegeling van haar beginjaren.
Dit alles zou erop kunnen wijzen, dat er in mijn optiek geen goede jazzvocalistes zouden zijn. Niets is minder waar. Zij die de vocale jazzgeschiedenis schreven lopen natuurlijk voorop: Billie Holiday, Bessie Smith en Ella Fitzgerald om er enkelen te noemen. Ook nog levenden echter als Abbey Lincoln en Cassandra Wilson. En Nederland? Dat heeft de onmiskenbare nummer een: Rita Reys. En gelukkig ook Fay Claassen, Masha Bijlsma, Ineke van Doorn en niet te vergeten Greetje Bijma.
Maar om die goeden gaat het nu even niet. Deze column gaat over het fenomeen De Nieuwe Jazzzangeres. Laat je niet langer belazeren. We moeten het er maar op houden, dat zo’n Nieuwe Jazzzangeres er nooit komt. Evenmin als De Nieuwe Jazzsaxofonist of De Nieuwe Jazzpianist. Daarom een welgemeend advies: trap niet meer in de praatjes van platenbonzen, radio- en tv-presentatoren, zogenaamde jazzkenners en zelfs niet in die van je buurman. Trek gewoon Holiday, Smith, Fitzgerald, Lincoln, Wilson, Reys, Claassen, Bijlsma, Van Doorn en Bijma uit je platenkast. Kost niks en bespaart een hoop ergernis.
