Tomasz Stanko Quartet hoogtepunt slotdag Utrecht Jazz Fest
CONCERTRECENSIE. Utrecht Jazz Fest 1 t/m 3 maart in Tivoli, SJU Jazzpodium en Vredenburg
Deel 3 van 3: Courvoisier/ Feldman play Zorn, Scott Colley Trio, Tomasz Stanko Quartet (3 maart)
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen
De slotconcerten van het driedaagse Utrecht Jazz Fest vonden plaats in de intieme Kleine Zaal van Vredenburg. Tomasz Stanko was na een afwezigheid van jaren weer in Nederland en het Scott Colley Trio trad aan met Mark Turner en Antonio Sanchez. Sylvie Courvoisier en Mark Feldman speelden werk van John Zorn.
Sylvie Courvoisier en Mark Feldman, Scott Colley, Tomasz Stanko
Courvoisier/ Feldman play John Zorn
Opvallend in de programmering dit jaar was dat er maar weinig blazers op het podium stonden. De elf optredende acts (de concerten van Bert van den Brink en Wilbert de Joode / David Stackenäs heb ik helaas niet gezien) brachten er bij elkaar slechts zes op de planken. De bezetting piano/viool waarmee het duo Sylvie Courvoisier / Mark Feldman aantrad, lijkt in eerste instantie weinig met jazz van doen te hebben, maar deze twee toppers uit de vrije improvisatiescène maakten hun plaats op het affiche meer dan waar. Uitgangspunt waren de speciaal voor dit tweetal geschreven composities uit John Zorns “Book of Angels”.
Mark Feldman viool, Sylvie Courvoisier piano
De muziek is wat je van Zorn mag verwachten; een amalgaam van stijlen, veel citaten en natuurlijk de niet te missen invloed van traditionele Joodse melodieën. Soms ongegeneerd romantisch op het kitscherige af, soms woest en weerbarstig. Courvoisier en Feldman spelen duidelijk hoorbaar al jaren samen. Hun gloedvolle, geconcentreerde vertolking deed de muziek optimaal recht. Zorn begeeft zich graag op het grensvlak van verscheidende genres en door de prachtige vertolking door Courvoisier en Feldman slaagde de organisatie in haar opzet een brug te slaan tussen verschillende muzieksoorten. De relatief vreemde eend in de bijt tussen twee meer traditionele jazzacts werd terecht door het publiek met open armen ontvangen.
Scott Colley Trio
Het optreden van Scott Colley zag ik met spanning tegemoet. De Amerikaan is een fantastische bassist met een indrukwekkende staat van dienst. Een goede sideman is echter niet automatisch een goede bandleider en hoewel met Mark Turner en Antonio Sanchez in de gelederen een slecht concert niet erg waarschijnlijk is, moet je het toch maar afwachten. Al heel snel bleek elk doemscenario voorbarig; het Scott Colley Trio is een erg goede band die bouwt op de fraaie tegenstelling tussen het krachtige, groovende spel van Colley en Sanchez en de bedachtzame, zachtaardige speelstijl van Turner.
Mark Turner, Scott Colley, Antonio Sanchez
Laatstgenoemde heeft een prachtige toon en zijn indirecte manier van spelen, houdt de muziek spannend. Turners spel is suggestief en vult niet alles in. De combinatie met de stuwende ritmes van Colley en de verbluffende Sanchez werkt heel goed. Misschien is het songmateriaal net niet sterk genoeg om een onvergetelijke indruk te maken, maar het Scott Colley Trio zette beslist een indrukwekkend optreden neer. De liefhebbers van blazers die er tot dan toe wat bekaaid van af waren gekomen, konden bovendien met het prachtige spel van Turner eindelijk hun hart ophalen.
Tomasz Stanko
De programmering van Tomasz Stanko op deze eerste UJF was een grote verrassing. De terecht veel geroemde nestor van de Poolse jazz schittert immers al jaren op de Nederlandse podia door afwezigheid. Later dit jaar schijnt de trompettist nog in Lantaren-Venster op te treden, maar het UJF had hem al vast weten te boeken. Hoewel het een eer is om een zo divers festival te mogen afsluiten, is het ook een lastige opgave. Het publiek is doorgaans tamelijk gaar van het meerdere dagen lang absorberen van verschillende stijlen en dan gaan de nuances op het eind nogal eens verloren.
Tomasz Stanko, Michal Miskiewicz, Marcin Wasilewski
Opzettelijk of niet, Tomasz Stanko speelde goed in op dat gegeven door vooral veel up-tempo werk ten gehore te brengen. Stanko is bekend om zijn lyrische, zoekende, bijna zwabberende toon die vooral in lang uitgesponnen, trage stukken tot zijn recht komt. Zo’n verstilde set had, hoe mooi gespeeld ook, een deel van het publiek zeker in slaap gesukkeld, dus was Stanko’s keuze een verstandige. Al jaren speelt de oude meester met een groep talenvolle, jonge Polen die in Vredenburg alle ruimte kregen om hun kunnen te etaleren. Technisch was het een indrukwekkend optreden met heel, heel erg mooie muziek. In dat mooie schuilt echter ook een manco van dit kwartet. Alles wordt opgelost, op een bijzonder elegante manier weliswaar, maar uiteindelijk opgelost, waardoor de spanning verdwijnt.
Mark Turner had daarvoor laten horen hoe enerverend het is om een idee niet af te maken, maar een aantal mogelijke eindes te suggereren door er geen te kiezen. Pianist Marcin Wasilwaski en bassist Slawomir Kurkiewicz kozen steeds het mooist denkbare einde, maar daarmee werd de muziek enigszins van zijn avontuurlijkheid ontdaan. Op plaat kan Stanko ook heel mooi hortend en midden in een gedachte stoppend spelen. In Vredenburg gaf hij het woord vooral aan zijn jonge begeleiders (ik ving iets op dat hij net hersteld zou zijn van griep) die barsten van het talent, maar leggen het in zeggingskracht nog tegen hem af. Het Tomasz Stanko Quartet was zonder twijfel een van de beste acts op dit eerste UJF. Het verhoopte kippenvel kreeg ik echter niet.
Spannend
De op handen zijnde verbouwing van Vredenburg dat in 2011 tot een prachtig Muziekpaleis moet zijn omgetoverd, heeft de organisatie al vast gedwongen het festival over meerdere plaatsen te verspreiden. Dat de opzet van het festijn avontuurlijk en intiem in de kleine zaal van Vredenburg eigenlijk al de perfecte locatie gevonden had, kan de organisatoren daarom niet worden aangewreven. Gelukkig is de spannende programmering gebleven. Misschien was het programma dit jaar op papier sterker dan op de planken. Als organisatie moet je wat dat betreft geluk hebben zoals vorig jaar met [em] dat ver boven zijn gebruikelijke kunnen uitsteeg. Festivaldirecteur Marcel Kranendonk ziet het verplichte afscheid van Vredenburg als een uitdaging en bouwt op de resten van een van Nederlands leukste jazzfestivals een evenement dat anders van vorm wordt, maar er ongetwijfeld in blijft slagen heel verrassende bands naar Utrecht te halen.
