Belgische W.E.R.F.-label brengt honderdste cd uit
Labelnight met zeven concerten op 18 februari
INTERVIEW
door: Georges Tonla Briquet
Coördinator jazzafdeling Rik Bevernage over het label W.E.R.F. en de jazz in België.
Het Brugse Kunstencentrum De Werf bestaat 25 jaar en het eigen jazzlabel W.E.R.F. brengt op 18 februari officieel de honderdste release uit. Een mooie gelegenheid om een feestje te bouwen in het imposante Brugse concertgebouw dat tien jaar geleden zijn deuren opende. Met op het affiche het Brussels Jazz Orchestra featuring Bert Joris, Nathan Daems Quintet, Rêve d’Eléphant Orchestra, Nathalie Loriers New Trio, Cezariusz Gadzina Quartet, Tuur Florizoone & Mixtuur en het Kris Defoort Trio wordt het voor elk wat wils.
In Kunstencentrum De Werf komen de meest diverse disciplines aan de bak, maar jazz was en is nog steeds een belangrijk ankerpunt. Het eigen label vormde van meet af aan een uithangbord van de Belgische jazz, ook al was er in het begin een beperkt aantal uitgaven met daarop muzikanten uit het buitenland. De eerste cd verscheen in 1993. Twintig jaar later staat de teller op honderd. Een hele prestatie. We vroegen Rik Bevernage, coördinator voor de jazzafdeling, wat meer info bij een aantal punten.
Welgeteld 245 musici zijn terug te vinden op de honderd uitgebrachte albums. Dan mag je gerust zeggen dat je een toonaangevend beeld van de Belgische jazz weerspiegelt. Wat zijn de belangrijkste verschuivingen geweest in de Belgische jazzscène?
Er is vooral de grote verbreding in kwaliteit. We zijn gestart op het moment dat die beweging er kwam. In de jaren zeventig en tachtig was er slechts een tiental muzikanten dat de internationale test kon doorstaan. Dan kwam de generatie die alles openbrak met mensen als Pierre Vaiana, Kris Defoort en Fabrizio Cassol. Die positieve evolutie is nooit meer gestopt en gaat nog door tot de dag van vandaag, met jongeren als Bram De Looze, Lander Gyselinck, Tony Vitacolona, Steven Delannoye, Peter Delannoye, Janos Bruneel en noem maar op. De kwaliteit en de kwantiteit nemen toe, terwijl dit vroeger wel iets anders was. Die jonge gasten zijn ook vanaf hun beginpunt professioneel bezig. Voordien moest je eerst naam maken door het cafécircuit af te schuimen, dat is verleden tijd.
Waren er ook gemiste kansen, cd’s die je graag had uitgebracht maar waar het uiteindelijk om een of andere reden niet bij lukte?
Wij hebben dat nooit zo gezien en dat heeft te maken met de filosofie van De Werf. We hadden nooit de ambitie om een groot label op te bouwen of selecteerden nooit de muzikanten onder het mom van wie op dat bepaalde moment in België het beste was. We hielden vooral rekening met het feit dat we gemeenschapsgelden ter beschikking kregen. Deze subsidies wilden we ten dienste stellen van de gemeenschap, door jonge muzikanten kansen te bieden. Ik had nooit het gevoel dat we een kans misten. Omdat er nu eenmaal veel vraag is, hebben we natuurlijk slechts beperkt positief kunnen reageren. Er zijn artiesten waarvoor ik enorm respect heb, maar die bij een ander label onderdak vonden zoals Nicolas Kummert bijvoorbeeld. Dat was voor mij nooit een probleem. Ik denk dat de collega’s hetzelfde gevoel hebben.
Welke waren de belangrijkste selectiecriteria buiten de Belgische nationaliteit?
Die nationaliteit was een zeer bewuste keuze. De opgang van het W.E.R.F.-label hing samen met de teloorgang van de verkoop van cd’s, waardoor we een massa aanvragen uit het buitenland kregen. Daarop ingaan zou veel goedkoper geweest zijn, aangezien bij onze eigen cd’s productiekosten als huur van de studio en de lonen van de muzikanten volledig voor onze rekening komen. De grote labels geven vooral cd’s uit die ze gratis krijgen, waarbij de muzikant zelf alles geïnvesteerd heeft en vervolgens gaat bedelen. Dat is de dagelijkse praktijk. Een cd is al lang geen economisch gegeven meer. Vandaar onze keuze om het gemeenschapsgeld niet te investeren in buitenlandse namen. Dat gaat tegen de groei van het label in natuurlijk. Er zijn collega’s in het buitenland die dat anders aanpakken zoals bijvoorbeeld BMC in Hongarije, dat afwisselend nationale en internationale artiesten op het eigen label uitbrengt.![]()
Het album 'Live in Bruges' van Kris Defoort Trio is de honderdste uitgave van het label W.E.R.F.
Met Kris Defoort sluiten jullie een cirkel, want zijn ‘Sketches Of Belgium’ met K.D.’s Basement Party was de eerste cd en nummer honderd is de cd van zijn nieuwe trio. Toeval of bewuste keuze?
Een bewuste keuze. Kris staat trouwens ook op nummer vijftig met ‘K.D.’s Basement Party en ‘Sketches Of Belgium/Live At De Werf’. ‘Kris Defoort Trio’ komt net op het moment van een nieuwe wending in zijn carrière. Na zijn activiteiten in onder meer de operawereld voelde hij opnieuw de behoefte om weer de jazzrichting uit te gaan. Dat viel dus mooi samen.
In hoeverre was er steeds een link met een live vervolg?
We zijn gestart als concertorganisator. Vandaar uit zagen we dat organisatoren ‘deftig’ geluidsmateriaal nodig hebben voordat ze overtuigd raken om iemand te boeken. Hieruit is de behoefte ontstaan om kwaliteitsvolle cd’s uit te brengen. Met het festival Jazz Brugge en het organiseren van de Flemish/Belgian Jazzmeeting proberen we een totaalpakket aan te bieden. We trachten op die manier ambassadeur van de Belgische jazz te zijn, los van de artiesten die op ons label staan. We kijken echt wel verder dan het label, het is een globaal verhaal.
Hoe staat het internationaal met het label?
Die impact blijft miniem, maar dat heeft niet alleen met het label te maken. Binnen de internationale jazzwereld zijn nog slechts enkele grote namen bij een paar grote labels winstgevend. Alles daarnaast valt gewoon weg. Het internationale verhaal via de klassieke drager en de klassieke distributieketen is op. Het heeft weinig zin om internationaal te promoten, omdat de cd’s niet meer aangeboden worden in de winkels. Het is een verhaal waar iedereen zijn plaats in moet zoeken. De Franse markt is daar een duidelijk voorbeeld van. Er wordt enkel nog iets gepubliceerd als er een advertentie aan is gekoppeld. Zo triest is het gesteld. Aansluitend plaatsen winkelketens enkel nog cd’s in hun rekken die worden besproken. Geen advertentie betekent dus geen bespreking, met als gevolg geen aanwezigheid in de winkel. Dat is een vicieuze cirkel die volgens mij niet meer te doorbreken is, zelfs niet door zware investeringen in advertenties.
Ben je een tevreden man en heb je bereikt wat je wilde?
Het verhaal is nooit af, in die zin bereik je nooit wat je wilt. Er blijven de dagelijkse frustraties. Over het algemeen ben ik best wel tevreden. Kijk er het boek maar op na, dan zie je dat we toch heel wat belangrijke cd’s uitbrachten en dat we zeker ons steentje bijdroegen aan de jazzontwikkeling in België. Maar er blijft de frustratie van de dalende verkoop en de veel te geringe aandacht in de pers.
Voor alle duidelijkheid: het label krijgt overheidssubsidies. Als dit niet zo zou zijn, was het hele verhaal niet mogelijk. Kijk je met vertrouwen naar de toekomst, rekening houdend met dalende cd-verkoop en budgettaire besnoeiingen die onvermijdelijk zullen volgen?
Het grote misverstand waar ik al vijf jaar op duid is, dat het financieel probleem niet opgelost wordt als de fysieke cd als drager verdwijnt. Een goede opname krijg je enkel door te werken met goede muzikanten die betaald moeten worden, door een goede studio te nemen, een goede geluidstechnicus aan te werven. De opnamen nemen ongeveer twintig procent in van de cd-kosten. Als die twintig procent wegvalt doordat bijvoorbeeld de muziek enkel via downloads beschikbaar is, dan is het probleem van de financiering nog steeds niet opgelost. Dat blijft een groot misverstand.
Het feit dat we minder in de winkels verkopen, wordt opgevangen door de stijgende verkoop bij de concerten. Hierdoor pikt de muzikant een extra graantje mee net als het label, want de tussenschakel, de distributie, valt weg. Dat is niet onze keuze geweest, dat is gewoon de realiteit. Van een Belgische jazz-cd verkoop je gemiddeld tussen de honderd en de tweehonderd exemplaren, met uitzondering van Toots Thielemans of Jef Neve. Dat is dus verwaarloosbaar. De bedreiging is natuurlijk dat de overheid op een bepaald ogenblik meer gaat investeren in banken dan in cultuur. Dan verdwijnen wij gewoon uit het veld. Daar is geen twijfel over.
Per cd verliezen we minimaal vijfduizend euro, zonder lonen, huisvesting, communicatiekosten… Dat is trouwens niet anders met film, theaterproducties, tijdschriften enzovoort. We spreken hier over een cultureel, niet over een commercieel product waarvoor een aantal van onze blauwe vrienden pleit. Dan zouden er weliswaar nog cd’s verschijnen, maar van een totaal andere orde. Wij blijven halsstarrig gaan voor kwaliteit. Beluister onze cd’s op de juiste installatie en je hoort het verschil. Dat heeft uiteindelijk allemaal te maken met gericht gekozen investeringen.
Zijn er plannen voor uitgaven op vinyl?
Wij hebben geen geld om gekke dingen te doen. Ik denk dat dit een achterhoedegevecht is. Wij proberen de muziek zo goed mogelijk te verspreiden en niet een beperkte groep verzamelaars te bereiken.
In samenwerking met de provincie West-Vlaanderen en de stad Brugge werd een heel mooie en vooral praktische catalogus in boekvorm uitgebracht onder de titel ‘W.E.R.F. 1993-2011. 100 cd-producties in Kunstencentrum De Werf” waarin de honderd cd’s opgenomen staan, telkens met vermelding van de betrokken muzikanten, verschijningsjaar, een korte intro en een persuittreksel.
- W.E.R.F. Labelnight op 18 februari vanaf 18.00 uur. Kaarten: € 20 (ter plaatse in te ruilen voor een cd uit de catalogus).
- Plaats: Concertgebouw, ’t Zand 34, 8000 Brugge (België).
- Voor kaarten alsmede uitgebreid kijk- en luisterplezier: www.dewerf.be
