Jazz Middelheim 2011 spraakmakend festival
CONCERTRECENSIE. Jazz Middelheim 2011. Antwerpen, Park Den Brandt, 14 en 15 augustus
beeld: Jos L. Knaepen, Eddy Westveer
door: Rinus van der Heijden
Met 19.000 bezoekers over vier dagen is de dertigste editie van Jazz Middelheim de drukste ooit geworden. Mogelijkerwijs is dit toe te schrijven aan de verbreding die festivaldirecteur Bertrand Flamang en omroep Klara nastreefden: de publiekstrekkers Jamie Cullum en Lady Linn zorgden voor absolute publieksaantallen. Dat maakt wel dat het festival zijn maximale capaciteit heeft bereikt, dat vindt ook de organisatie.
![]()
Charlie Haden en Carla Bley, Randy Weston, maar ook Jamie Cullum zorgden voor een record aantal bezoekers voor de dertigste editie van Jazz Middelheim.
Jazz Middelheim 2011 betoonde zich opnieuw een van de spraakmakendste en beste festivals in West-Europa. De programmering was wederom zeer divers, waardoor vrijwel alle aan jazz verwante stijlen voorbijkwamen. En ook al hadden juist de publiekslievelingen Lady Linn en Jamie Cullum het minst met jazz te maken, zij zorgden wel voor een verder uiteenlopend programma-aanbod.
Deze jubileumeditie werd maandagavond op grootse wijze afgesloten door het Liberation Music Orchestra van contrabassist/orkestleider Charlie Haden en componiste/pianiste Carla Bley. De vrijheid die het orkest in de jaren zeventig nastreefde, toen het zich muzikaal schaarde achter de bevrijdingsbewegingen in met name Zuid-Amerika, is er nog altijd. Maar nu heeft die plaats gemaakt voor een bevrijding in de hoofden van zijn toehoorders. Charlie Haden maakte voor aanvang van het concert duidelijk, dat hij, Bley en zijn orkest behoud van deze wereld en zijn natuur via hun muziek willen benadrukken. Die poging werd een imposante smeekbede, die lag ingebed in een van de beste concerten die het Liberation Music Orchestra ooit in de Benelux gaf.
Een breekbaar ogende – en voor zijn doen beminnelijke – Haden, voerde als een veldheer zijn troepen aan en compagnon Carla Bley liet de manschappen starten en stoppen met een weidse gebarentaal. Het was opnieuw verbazingwekkend te ondergaan hoe knap de composities van Bley in elkaar steken. Als uit het brein van een ware intellectueel wordt elke noot, elk tempo, elk ritme genoteerd. De zorg voor de individuele inbreng van iedere musicus afzonderlijk grenst aan het onvoorstelbare. Een voorbeeld daarvan is hoe een trompet een bepaalde melodielijn inzet, die enkele maten laat voortduren, waarna een tenorsaxofoon de lijn naadloos verder uitbouwt.
![]()
Het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden en Carla Bley leverde een indrukwekkend concert af.
Aanklachten
Nog altijd zijn er de aanklachten, die in het verleden voornamelijk gingen over de handelwijzen van de diverse presidenten die Amerika bestuurden. In Antwerpen vond het concert plaats onder het etiket ‘ecologie’, maar de protesten waren er niet minder om. Daarmee heeft het Liberation Music Orchestra de strijd aangebonden met een andere vijand: de vernietiging van de aarde. Dit protest kwam onder meer tot uitdrukking in de titels van de stukken, zoals ‘This Is Not America’, ‘Not In Our Name’, ‘We Shall Overcome’ en ‘Song For The Whales’. Over alle stukken lag een waas van droefenis. Het concert had echter geen negatieve uitstraling. Want Charlie Haden c.s. hadden aan het einde een hoopvolle boodschap: laten we er met zijn allen voor zorgen dat deze briljante wereld niet vergaat.
De Cubaanse pianist Omar Sosa opende de laatste festivaldag. Gekleed in het traditionele witte gewaad van de Yoruba-godsdienstvolgelingen uit West-Arfrika, beleed hij achter de piano zijn religie. Intussen kabbelde zijn concert voort in een mix van meditatieve, esoterische en ambientklanken. Met een spaarzaam gebruik van samples liet hij horen hoe muziek ook in stilte kan gedijen. Sosa’s spel lijkt op dat van multi-instrumentalist Stephan Micus, maar de Cubaan stopt zijn concept in slechts de piano en voorgeprogrammeerde elektronica.
Bijzonder interessant was later Randy Westons eerbetoon aan een pionier van de Afro-Amerikaanse muziek, James Reese Europe. En dan vooral aan diens onderzoek naar Afrikaanse ritmes. Westons project onder de titel ‘African Rhythms Tribute to James Reese Europe’ werd ingevuld door zijn piano, contrabas, saxofoon, fluit, tuba, trombone, banjo, percussie en drums. De bandleider had gekozen voor werk dat James Reese Europe schreef in 1911 en 1912. Het werd enerzijds authentiek gebracht, maar Randy Weston liet zijn bandleden de nodige vrijheid, waardoor er prachtig werd geïmproviseerd en geanticipeerd op de beginjaren van de jazz.
![]()
Soloconcert van pianist Omar Sosa. Howard Johnson speelde in de band van pianist Randy Weston in het project ‘African Rhythms Tribute to James Reese Europe’.
Wat een zoektocht moet het zijn geweest voor die eerste pioniers om de eerste New Orleansklanken, blues, Afrikaanse ritmes, de slaventraditie die nog maar zo kort achter hen lag, marsmuziek en ragtime samen te brengen in wat wij nu jazz noemen. Die speurtocht legde Randy Weston duidelijk bloot. Een prachtig duel tussen banjo en tuba kon je eigenlijk alleen maar honderd jaar geleden beluisteren. Maar nu ook bij de Amerikaanse pianist. Zijn pogingen én succes vielen samen in de compositie ‘Hell Fighters Blues’. Veelzijdiger kan een titel binnen een dergelijk project niet zijn!
Derde dag
De derde dag van Jazz Middelheim was wat betreft programmering de minste, maar daar dacht het massaal opgekomen publiek heel anders over. Lady Linn en Jamie Cullum wachtte een doldriest onthaal. Je kunt je daarbij afvragen wat voor maatstaven concertpubliek aanlegt, maar deze vraag heeft deze recensent allang achter zich gelaten. Toch diende deze kwestie zich weer aan bij het optreden van Lady Linn & Her Magnificent Seven. De Belgische, die buiten de landsgrenzen nauwelijks bekendheid geniet, is een reuzebegrip bij de zuiderburen. Zij is vrijwel onafgebroken te horen op de radio, wat haar de ene na de andere hit oplevert. Hoe is het mogelijk, is daarbij de vraag.
De Vlaamse, die duidelijk veel naar Amy Winehouse heeft geluisterd, kan er in de verste verte niet aan tippen. Geen swing, geen timing, geen dynamiek, nauwelijks frasering en een onaangenaam, gemaakt scherp stemgeluid, daar moet de Lady het mee stellen. Gelukkig had ze de Magnificent Seven bij zich. Die swingden tenminste nog een beetje. De zangeres trachtte een mengsel te bewerkstelligen tussen oude en nieuwere jazz, maar haar pogingen liepen al snel uit op ritmische popmuziek van de banaalste soort.
![]()
De Vlaamse zangeres Lady Linn en Her Magnificent Seven. Jamie Cullum achter de piano.
Jamie Cullum maakte dat de derde dag van Middelheim snel was uitverkocht. De Brit bestormde enkele jaren geleden de podia van clubs en jazzfestivals met veel bravoure. Een telg uit een nieuwe jazzgeneratie, kopten vele media. Maar dat viel wel mee: het concept van de zanger/pianist was er vooral een van marketingzijde, die hem een slimme mix opdrong van vage jazzlijntjes en vooral veel lef.
Dat lef was er op Middelheim ook. En een ongebreidelde energie. Het concert was nog geen vijf minuten oud, of Jamie Cullum stond al op de piano. Voor wie hem nog nooit had gezien wellicht een hele ervaring, maar dit showtje maakt onderdeel uit van de vertoning die de Brit al vanaf het begin opvoert. Weinig nieuws derhalve, met een kleine uitzondering wat betreft de muziek. Die wijkt steeds verder af van het jazzpaadje dat hij ooit kort bewandelde, maar dat hij inmiddels ver achter zich heeft gelaten. Je kunt derhalve niet meer zeggen: ik hou van jazz, want ik hou van Jamie Cullum. Wél: ik hou van popdeuntjes-dertien-in-het-dozijn, want ik hou van Jamie Cullum.
Allen Toussaint/Marc Ribot
Waar Marc Ribot een dag eerder een onuitwisbare indruk maakte tijdens zijn concert met Bar Kokhba van John Zorn, deed hij dat minder gedurende een duo-optreden met Allen Toussaint. Alle stukken waren gedrenkt in de blues van de Mississippidelta. Hoewel het concert prachtig inzette met een bevlogen samengaan van gitaar en piano, kwam daar een abrupt einde aan toen Toussaint op de zangtoer ging. Je rekent op een duo van gitaar en piano en alles wat daarmee kan samenhangen. Maar de stem van pianist Toussaint was in feite een derde persoon, die zich tussen de twee andere in wrong. Woorden trekken nu eenmaal alle aandacht naar zich toe, waardoor de zeggingskracht van de beide andere instrumenten zwaar moest inboeten. Toch waren er spannende momenten, die vooral werden ingevuld door de gitaar van Marc Ribot.
![]()
Trompettist Dave Douglas trad op met Pocket Orchestra. Pianist Allen Toussaint trad in duo op met gitarist Marc Ribot.
Gebogen over zijn akoestische gitaar, gevangen in opperste concentratie, liet hij brutale en onvoorziene tempoversnellingen en –vertragingen doorkomen en bewandelde hij weer een uitgebreid scala aan invloeden. Dat deed ook zijn tegenspeler in een medley met allerlei citaten uit Amerikaanse liedjes, gespeeld in up-tempoblues. Zijn krachtige stem was oké, de keuze om er een potpourri van te maken, trok de blues in Broadwaysferen.
Trompettist Dave Douglas had een groep jonge musici van Artesis Hogeschool Antwerpen de titel Pocket Orchestra meegegeven. Hoewel de acht er aanvankelijk weinig zin in hadden, hebben zij in de tijd van hun samenwerking met de Amerikaan aardig wat ervaring opgedaan. Dat was te horen tijdens hun concert op Middelheim. De diversiteit van de stukken, de inzet die bij de een aarzelend was en bij de ander professioneel aandeed en de overgave waarmee Dave Douglas zijn ‘studenten’ inspireerde, maakte er een mooi optreden van. Jamie Cullum zou een goede negende leerling hebben kunnen zijn.
Zie ook:
- 14-08-11 Met John Zorn naar de hemel der onwaarschijnlijkheden (recensie dag 1 en 2)
- Website Jazz Middelheim
- '360 graden' sfeerfoto's van Micheal Maheux: Concert Toots Thielemans - Festivalterrein Park Den Brandt
Zoals steeds een puike recentie van het ganse Jazz Middelheim festival. In de krant De Morgen verscheen woensdag 17 augustus 2011 een column van Bart Steenhaut over de jazzpolitie, de puristen en het muzikaal racisme om bij voorbaat kritische bedenkingen over Lady Linn en Jamie Cullum in de kiem te smoren. Hieronder een reactie op die column. Deze reactie sluit ook aan bij de appreciatie in deze recentie over Jazz Middelheim en wat het festival groot heeft gemaakt.
Pleidooi voor luistermuziek op festivals
Bart Steenhaut houdt een pleidooi voor meer popacts op Jazz Middelheim om de 'elitaire, intimiderende wereld van de jazz' open te breken en de 'jazzpolitie' te straffen voor hun 'purisme' en 'muzikaal racisme'. Waarover heeft die man het eigenlijk? Hij voert een godsdienstoorlog zonder voorwerp.
Even over de aanleiding van dit alles: Jazz Middelheim heeft dit jaar om pragmatische redenen en vanuit een oprecht opportunisme twee popacts met jazzy inslag geprogrammeerd. Festivaldirecteur Bertrand Flamang vindt dat die acts nog net kunnen binnen een jazzcontext en tegelijk de kans bieden om een breder publiek naar Park Den Brandt te lokken. Dat laatste is zeker gelukt, want op die bewuste zondag hebben veel jonge mensen voor het eerst de weg naar Middelheim gevonden. Daar konden ze tussen de concerten van Lady Linn en Jamie Cullum ook nog eens de fantastische en subtiele pianist Allen Toussaint met gitarist Marc Ribot ontdekken, dat sluit aan bij de ambitie om jongeren warm te maken voor jazz, ook voor de wat minder toegankelijke varianten ervan.
Maar nogal wat jazzliefhebbers hebben geklaagd over de aanwezigheid van de popacts. Niet dat ze niet van popmuziek houden. Zowat elke bewoner van deze planeet houdt van popmuziek, persoonlijk ken ik nauwelijks jazzliefhebbers bij wie dat anders is. De klacht ging over het feit dat je acts als Jamie Cullum en Lady Linn al op duizend en één andere plekken kunt horen, waarom moeten zij nog eens deze plek inpikken? In hun plaats hadden groepen kunnen staan die we hier zelden of nooit te zien krijgen, misschien zelfs de nieuwe Dizzy Gillespie, Miles Davis of John Zorn van zijn/haar generatie. De popacts lokken wel volk en ze verzekeren op die manier mee de financiële en organisatorische stabiliteit van Jazz Middelheim, maar ze maken het programma tegelijk minder specifiek. Het festivallandschap verliest daardoor (een beetje) aan diversiteit.
Weegt het een tegen het ander op? Wie zal het zeggen? Bertrand Flamang is een slimme en handige mens, hij heeft met veel moed, stijfkoppigheid en inzicht een succes gemaakt van Gent Jazz. Hij programmeert sinds enkele jaren ook Middelheim en heeft al zijn zakelijk instinct geïnvesteerd in het rechthouden van het bedreigde festival dat Middelheim was. Hij wil een jazzfestival voor aandachtige luisteraars rechthouden en blijvend zuurstof geven. Jamie Cullum en Lady Linn waren dit jaar een stukje van die zuurstof. John Zorn was ook zuurstof, net zoals Toots Thielemans, Charlie Haden en het schitterende Brussels Jazz Orchestra.
Maar let eens op die ongelooflijke spreidstand: de muzikale ruimte tussen een Zorn en een Brussels Jazz Orchestra is onmetelijk groot, zelfs groter dan die tussen Cullum en de rest van het programma. Hoe 'puristisch' is dit dus? Jazz is van bij haar genese, ergens in het begin van de twintigste eeuw, bezoedelde muziek. Dat is het ook vandaag nog. Bijvoorbeeld: saxofonist en klarinettist Michael Moore heeft een prachtig project gemaakt rond de muziek van Bob Dylan. Het resultaat is ontroerend mooi. Maar Moore heeft niet de commerciële flair van Jamie Cullum en zijn act is niet spectaculair, het is luistermuziek. Hartverwarmende, elegante muziek vol knipoogjes en humor, met laagjes vol satijnglans die pas naar boven komen als je aandachtig luistert. En precies dat lijkt Steenhaut te willen bannen uit festivals als Jazz Middelheim. Kijk maar naar zijn verslag van het concert van Allen Toussaint en Marc Ribot, volgens Steenhaut te subtiel om de massa bij de les te houden, alleen geschikt voor een select groepje fijnproevers. Hij had vrijdag op Jazz Middelheim moeten zijn. Toen was het voor BJO en Toots twee keer anderhalf uur muisstil in het hele park, tot tientallen meters buiten de tent. Er waren toen exact even veel toeschouwers als zondag. Waren dat allemaal 'puristen', binnengelaten door de 'jazzpolitie', helemaal raszuiver? Ik ben ook zo'n muziekliefhebber. Ik geniet van schoonheid die zich langzaam ontplooit als ik aandachtig luister. En ik hoop dat er in ons land altijd festivals zullen zijn die dit soort genieten mogelijk maken, zonder hiervoor als purist of racist te worden uitgescholden.
Hugo de Craen (E-mail ) - 19-08-’11 12:09
