Flatlands Collective is totaal niet vlak
CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Flatlands Collective, 10 januari 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Tim Sprangers
Hangend tussen Amerika en Nederland vond saxofonist Jorrit Dijkstra in Chicago muzikanten die zijn visie deelden. Grenzen worden opgezocht: wanneer verliest muziek zijn spanning? Wat is de ideale balans tussen compositie en improvisatie? Dijkstra is er van overtuigd dat er een hoger niveau wordt bereikt als de musici een andere bodem van opvoeding en inspiratie hebben.
Flatlands Collective met Frank Rosaly, Jeb Bishop en Jorrit Dijkstra in Bimhuis - klik op foto's
De interpretatie van muziek is afhankelijk van de afkomst van iemand. Flatlands Collective heeft, buiten Jorrit Dijkstra zelf, vijf leden die zich in Chicago hebben ontplooid. Het gemeenschappelijke tussen Chicago en Nederland is dat beide geen noemenswaardig gebergte bevatten; zie hier de verklaring van de naam van de band.
Het optreden stond bol van spanning. Stukken zaten weliswaar logisch en gebalanceerd in elkaar, elk nummer had iets geheimzinnigs. Tonen en melodieën werden lang uitgerekt en het collectief wankelde op de scheidingslijn tussen spannend en saai. Het is goed te begrijpen dat sommige luisteraars het niet trokken en de zaal verlieten of in lachen uitbarsten.
Meegezogen werd je niet zomaar; hiervoor moest het publiek zich overgeven aan de optiek van het collectief. Het meest opvallende nummer was geïnspireerd op het geluid van waarschuwende misthoorns. Hierin zocht de groep naar geluiden die naar hun gevoelens het best konden verwoorden. Het resulteerde in een absurdistische en minimalistische soundscape. Chaotisch zou je denken. Het nummer straalde echter eenheid en harmonie uit: alle musici uitten zich weliswaar op verschillende wijzen, ze deelden één gemeenschappelijke visie en voelden elkaar bovendien perfect aan.
Extra dimensie aan het optreden gaf Dijkstra met zijn lyricon. Met deze elektronische klarinet uit de jaren zeventig produceerde de Amerikaanse Hollander soms verontrustende en dan weer lieve, sciencefictionachtige tonen. Het analoge instrument is in de vergetelheid geraakt. In het interview met Vera Vingerhoeds bij aanvang van de tweede set zei Dijkstra dit te betreuren. Hij roemde de voordelen van analoog ten opzichte van digitaal. Het geluid van de lyricon is het best te vergelijken met een synthesizer. Het doel van Dijkstra om met zijn lyricon het groepsgeluid meerdere lagen te geven, verwezenlijkte hij zonder twijfel: het is altijd opwindend om nieuwe geluiden bij een toch al onconventionele samenstelling van instrumenten toe te voegen.
Jason Roebke, Fred Lonberg, James Falzone en Jorrit Dijkstra - klik op foto's
Flatlands Collective bestaat namelijk uit drie blazers, een contrabassist, cellist (met effecten) en een drummer. James Falzone (klarinet) en Jeb Bishop (trombone) hadden leuke conversaties. De intens zware tonen van Bishop contrasteerde heerlijk met de vrolijkheid die geregeld klonk uit de klarinet van Falzone. Een contrabassist en een cellist kunnen elkaar ongewild onderdrukken maar dit deden Jason Roebke (cb) en Fred Lonberg (c) totaal niet.
Roebke onderscheidde zich door zijn degelijkheid en Lonberg door zijn creatieve omgang met zijn instrument. Hij loopte zichzelf geregeld en vervormde zijn producties met onrustige effecten. Drummer Frank Rosaly had een lekkere sound. Hij was fel en bijzonder oplettend. Hoewel een drummer vaak de maat bepaalt, reageerde Rosaly nu zelf op bijvoorbeeld korte melodielijnen van Dijkstra en bouwde er een groove omheen. Lege thema’s vulde hij prettig en sferisch op.
Dijkstra heeft met zijn Flatlands Collective een bijzondere band op vele vlakken. Stukken zijn vaak lang, uitgerekt en zeer verkennend, maar het komt de spanning alleen maar ten goede. Facetten als de lyricum en de effecten van de cellist maken het collectief interessant. Vlak is Flatlands Collective totaal niet.
- Flatlands Collective info
- Websites: Jorit Dijkstra - James Falzone - Jeb Bishop - Jason Roebke - Frank Rosaly - Fred Lonberg
