Simphiwe Dana zet Bimhuis op zijn kop
CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Simphiwe Dana, 13 februari 2008
beeld: Ger Koelemij
door: Tim Sprangers
Om enkel lovende woorden te spuien over Simphiwe Dana zou onterecht zijn; hiervoor was haar optreden muzikaal veel te zwak. Toch maakte zij met haar negen muzikanten een onvergetelijke indruk.
De negenkoppige band van Simphiwe Dana zette Bimhuis op zijn kop - klik op foto
Dana heeft de stempel van het nieuwe gezicht van de Afrikaanse souljazz op haar voorhoofd staan. In Zuid-Afrika won ze vrijwel elke prijs die er te winnen valt en de BBC heeft haar genomineerd voor een internationale muziekprijs. Vergelijkingen met Lauryn Hill en Erikah Badu zijn niet uitzonderlijk. Niet helemaal terecht; Dana zingt in het Zuid-Afrikaanse Xhosa en haar stem is verfijnder en minder rauw. Ze zingt over haar land, religie, apartheid en de bijkomende complicaties met betrekking tot de Afrikaanse identiteit.
Het optreden was muzikaal veelzijdig. Lieve, pretentieloze soul werd vermengd met vocale explosies van zanger Sizwe Magwaza en swingende jazzy gitaarsolo's van Tokoloho Moeketsi. Het optreden bleef constant vermakelijk. Echter zeker niet vanwege de kwalitatieve eigenschappen. De tonen die Tshegofatso Didibeng uit zijn keyboard toverde waren lachwekkend. Waanzinnig foute eightiesklanken, die deden denken aan ABC, Wham of Little River Band werden op het Bimhuispodium gespeeld, waarschijnlijk een primeur. Ook zat op vrijwel elk instrument een delay die geen schoonheidprijs verdiende. Solo’s van de gitaar, bas, drums en percussie waren grappig, maar niet indrukwekkend. Eigenlijk deden deze beperkingen totaal niet ter zake.
Nduduzo Makhatini, Sizwe Magwaza, Ngari Ndong - klik op foto
Simphiwe Dana bracht een weliswaar ongecompliceerde, maar vooral fijne en gemoedelijke sfeer. Het was alsof ze als klein, verstandig meisje, op een koude avond moralistische sprookjes vertelde aan haar zusjes en broertjes. Het publiek, met veel Afrikanen in de zaal, luisterde aandachtig. De zangeres kon ontroeren en had het moment daarna een grote hoeveelheid lachers op haar hand. Aanmoedigende en bevestigende kreten vanuit de zaal op haar inleidende praatjes deden de muzikanten en de zaal één worden.
Het Bimhuis werd naarmate het einde van het concert naderde één geheel, hetgeen de zangeres ook haar land toewenst. Nadat de intens vrolijke zanger Magwaza zich aan een bijzondere dans had gewijd, was de ban min of meer gebroken. Rond een uur of twaalf, bijna drie uur na aanvang van het concert, sleurde een Bimhuismedewerker de gordijnen open; Amsterdam bij nacht kon in volle glorie worden aanschouwd. Alsof de boodschap van Simphiwe Dana werd bevrijd, barste een luid gejoel los. En wat Amsterdam zag door de ramen van het Bimhuis? Een feestelijke, vreugdevolle en vooral dansende massa mensen.
