Unieke sound Beady Belle gaat niet verloren
CONCERTRECENSIE. Beady Belle, Lantaren Venster, Rotterdam, 17 april 2009
beeld: Elton Eerkens
door: Tim Sprangers
Waarom die Noorse jazzsound zo betoverend is? De subtiele eenheid, de warme klanken, de heldere grooves, de laidbackhouding, de immer aanwezige soul, de starre houding van muzikanten of de dromerige sferen… Misschien moeten we niet naar antwoorden zoeken, maar het bij de beschrijving van ‘betoverend’ houden. Beady Belle weet ook na hun wat vlakkere album ‘Belvedere’ te overtuigen door een unieke sound die enkel in Scandinavië gecreeërd lijkt te kunnen worden.
Een overtuigend concert van Beady Bell in Lantaren Venster, de Noorse groep rondom zangeres Beate S. Lech, met gitarist Tommy Kristiansen en toetsenist Jørn Øien
Zangeres Beate S. Lech werd tien jaar geleden ontdekt door Bugge Wesseltoft die haar contracteerde voor zijn label Jazzland. Samen met bassist Marius Reksjø vormde de zangeres Beady Belle; al snel kreeg de band bekendheid door hun eigenzinnige en vernieuwende klanken. Beady Belle stond voor fijnzinnige baslijnen, geraffineerde ritmes en beats, mooie teksten en dit met geduld verpakt in een herkenbare en frisse ambiance.
Met hulp van een flinke dosis elektronica ontpopte de Noorse band zich live als een woest beest met rauwe beats en funkende solo’s. Juwelen van composities op de eerste drie platen als ‘Shadow’, ‘When my anger starts to cry’ en ‘Closer’ toonden hun diepzinnigheid. Het vorig jaar uitgebrachte ‘Belvedere’, met bijdragen van Jamie Cullum en India Arie, put meer uit de popsoul en country. Het is minder eigenwijs dan voorgaande platen, maar blinkt wel uit in eenduidigheid en bezit bovendien enkele sterke composities. Nieuwsgierig waren de blikken en gesprekken in het publiek voor de show van Beady Belle in Lantaren Venster, slechts hun derde optreden ooit in Nederland.
Het werd een overtuigend concert dat logisch in de lijn ligt van de evolutie die Beady Belle heeft ondergaan. De laptop van zangeres Lech, normaal gesproken standaard aanwezig bij live optredens, was verdwenen. Industriële beats zijn over boord gegooid en de laidback soul is dieper uitgewerkt. Lech, inmiddels moeder, zong meerdere ingetogen liedjes en gitarist Tommy Kristiansen blonk uit in integere solo’s op voornamelijk akoestische gitaar. Een nummer als ‘Ghosts’, met drum and bass ritme op de cd ‘Home’, werd volledig ontleed en veranderd in een ingehouden ballad.
Jørn Øien, Beate S. Lech en Marius Reksjø
Het blijft een boeiende ervaring om Beady Belle live te aanschouwen. Ook omdat de Noren minder experimenteel en improvisatorisch te werk gaan, komt hun grote kracht nog duidelijker naar voren: de ongeëvenaarde heldere en vanzelfsprekende klank. Elke compositie staat als een huis doordat zij allen worden gekenmerkt door een ongestoord en vredig karakter waarin de warme stem van Lech een belangrijk onderdeel vormt. Omdat zij uitgaan van de sound in plaats van dat elke compositie volledig op zichzelf staat, kunnen composities volledig worden omgegooid zonder hun karakter te verliezen.
Van alle vier de platen werden stukken uitgevoerd die elk verrasten. ‘Skin Deep’, donker en lief tegelijk, werd door een prachtig thema van de excellerende toetsenist Jørn Øien geïnjecteerd met dramatische lading. Minimale begeleiding tijdens op de plaat volwaardige funkstukken zorgde voor intelligente transformaties. Fijne tonen van Kristiansen richtten zich op country-elementen. Al scattend gaf Lech zich bloot en pompte haar band naar een behoudende swing, terwijl drummer Erik Holm zich bemoeide met voorgeprogrammeerde beats. Het is allemaal wat veiliger en minder spontaan maar het kon allemaal en boeide zeer zeker, omdat de fijne identiteit van Beady Belle behouden bleef.
