Pat Martino is gewoon Pat Martino
CONCERTRECENSIE. Pat Martino Trio. Paradox, Tilburg, 24 april 2009
beeld: Marcel Mutsaers
door: Erno Elsinga
Het verhaal is al vaak verteld. Pat Martino leerde zichzelf opnieuw gitaarspelen nadat in de jaren tachtig ten gevolge van een hersenoperatie zijn geheugen werd uitgewist. Maar inmiddels is de 64-jarige gitarist langer muzikant na zijn herstel dan daarvoor. In Paradox trad hij aan met zijn orgeltrio om er te putten uit zijn rijke oeuvre met als rode lijn het werk van zijn grote voorbeeld Wes Montgomery.
Het Pat Martino Trio gaf een eenzijdig optreden in het Tilburgse Paradox
Het werd een concert met weinig glans dat vooral interessant bleek voor de toegestroomde gitaristen. Het repertoire varieerde van de op orgel gestoelde jaren zeventig ‘soul jazz’, jazzstandards, jazzy blues en werk van Montgomery, geknipt en geschoren tot een stevig eigentijds geluid.
De exceptionele gitarist trakteerde het publiek op vliegensvlugge, weliswaar smaakvolle solo’s, ingebed in opzwepende thema’s waardoor lange spanningsbogen ontstonden die echter nooit tot de gewenste climax reikten. Thema, gitaarsolo, orgelsolo, thema. Dat bleek Martino’s devies die keurig gedurende het applaus het muziekblad omsloeg voor een volgend nummer dat vervolgens terstond werd ingezet. Daardoor bleef Martino’s concert muzikaal steken en leunde het op voorspelbaarheid.
Slechts een enkele keer werd de routine doorbroken, zoals tijdens het fraai uitgevoerde Blue in Green van Miles Davis, dat eindigde in een mierzoete soloperformance van de onberispelijke gitarist.
Pat Martino werd bijgestaan door Hammondfenomeen Tony Monaco en slagwerker Louis Tsamous, die, loom trommelend achter de tel, de minste soloruimte kreeg toebedeelt. Daarentegen waren er vele open doekjes voor Monaco die met zijn iele hammondgeluid zijn eigen plan trok; van enige interactie tussen hem en Martino was nauwelijks sprake.
Pat Martino is een gitarist van uitzonderlijke klasse die met groot gemak techniek aan toon nuances koppelt, mainstream, met groot respect voor de Amerikaanse jazztraditie. Vernieuwend is het derhalve niet, eerder op den duur saai door de steeds terugkerende herkenbare muzikale structuur. Een gedeelte van het publiek werd onrustig en verliet de zaal. De gepassioneerde gitaristen in de zaal – en dat waren er nogal wat getuige de vingers op Martino’s vraag “wie speelt hier allemaal gitaar?” - dachten daar heel anders over. En waarom ook niet. De Amerikaan is een fenomeen; er is maar één Martino. Maar van de andere kant: Pat Martino is gewoon Pat Martino.
