Dick de Graaf e.a. – Cry Baby
CD-RECENSIE
Dick de Graaf e.a. – Cry Baby
bezetting: Dick de Graaf tenor- en sopraansaxofoon; Jerome Hol gitaar; Harry Emmery contrabas; Erik Kooger slagwerk
opgenomen: 10 september en 18 december 2008 in Studio Wijnbergen, Harlingen
release: 2009
label: Soundroots Records
tracks: 10
tijd 53.22
website: www.dickdegraaf.com - www.myspace.com/crybaby4tet
door: Rinus van der Heijden
Misschien is Dick de Graaf wel de driftigst grasduinende jazzmusicus van dit land. Hij dook al eens in de muziek van Jimi Hendrix, Franz Schubert, gaf zijn eigen visie op tango en natuurlijk benaderde hij jazz op verschillende manieren. Nu heeft de Rotterdammer weer een nieuwe weg gevonden: die van een nauwe samenwerking met musici van divers pluimage. Op ‘Cry Baby’, genoemd naar het beroemde wah-wahpedaal van gitarist Jimi Hendrix, wordt ambachtelijk gemusiceerd op het snijvlak van voor een breed publiek toegankelijke, maar ook fraai geïmproviseerde jazz.
De bezetting saxofoon(s), gitaar, contrabas en slagwerk krijgt bij Dick de Graaf en de zijnen nieuwe vleugels. Opvallend is de gedreven ritmesectie, die zijn naam alle eer aandoet door bonkende en opzwepende ritmes onder de verrichtingen van de twee solisten te leggen. Jerome Hol klinkt als een nieuw gitaarwonder. Zijn spekvette sound op gitaar wisselt hij naadloos af met gedreven jazzpassages, waardoor het geluid van rauwe popgitaristen fraai samensmelt met verrichtingen van uiteenlopende grootheden uit de jazz zoals Joe Pass, John Scofield en Pat Metheny. Luister in dit verband maar eens naar het wonderschone ‘Brother Can You Spare A Dime’, dat de grote depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw in Amerika muzikaal gestalte gaf.
Dick de Graaf zelf heeft zich in zijn loopbaan ontwikkeld tot een alleskunner. Op deze ‘Cry Baby’ hanteert hij een volle, ruige toon op vooral tenorsax, die de muziek nog smeuïger maakt dan zij al is. Zijn samenspel met dat van Jerome Hol is vaak van een intrigerende schoonheid.
De tien stukken op de cd zijn van de hand van (vooral) Dick de Graaf en Jerome Hol. Ze worden afgewisseld met ‘Bolivia’ van Cedar Walton en ‘Donna Lee’ van Miles Davis. Is de muziek al veelzijdig, het repertoire voegt daar nog vette accenten aan toe.
